Wie wat bewaart

We kregen het over merengues. Ze stonden op tafel bij mijn ouders, en ze waren geel en mierzoet. ‘Uuuh’, deed de ene schoondochter van Broer. Ik trok mijn plan om er ook eentje te nemen terug. Mara kan dat goed, merengues maken, zei ik, waarop de schoondochter verlekkerd knikte. ‘Het is heel gemakkelijk’, zei ze. En toen kregen we het over gasfornuizen. Mijn gasfornuis.

‘JeeezUSS!’ riep Broer uit, toen ik verhaalde van mijn bruin-met-lichtbruin exemplaar, stammend uit ‘ongeveer 1983’. Van de dochter van die ene buurvrouw overgenomen. Hij doet het nog, verdedigde ik het trouwe apparaat, al is het inderdaad zo, dat ik niet altijd op de door mij gewenste temperatuur kan vertrouwen. Merengues maken is dan toch een uitdaging.

Broer keek een beetje naar me zoals je naar iemand kijkt op wie je beter ook niet helemaal vertrouwen kan. Want naast het gasfornuis kun je nog wel wat dingen opnoemen in ons huis die van ver uit de vorige eeuw stammen. En het nog doen. Grappend en gierend werden afbladderende thermoskannen, waterkokers (het enige werkende ding dat ik ooit, onder zware druk, heb weggegooid) besproken. Te grote (want: met beeldbuis) tv’s en partytenten (die BEST nog een jaar meekunnen)…et cetera.

Broer haalde uiteindelijk zijn schouders maar op. Hier was vandaag, maar ook morgen en overmorgen, geen eer aan te behalen. We hadden het nu over mooie nieuwe dingen, zoals de -inderdaad- prachtige badkamer die hij pas had laten installeren. Nog meer badkamers kwamen voorbij, en accessoires. En prijzen. Ik zei dat de man en ik in 1994 een grijs toiletemmertje, een borstelhouder en een wc-rolstandaard hadden gekocht. Broer keek vanuit zijn ooghoeken met een blik van ‘Nee, durf dat eens te beweren!’ opzij.

Ik zweeg.

Want ja.

Natuurlijk durfde ik dat wel.