Rode oortjes

Ik was dus al redelijk oververhit. Iets met een pauze die geen pauze was, omdat er nodig iets uitgesproken moest worden met twee heren die tijdens een les natuurkunde elkaar in de haren waren gevlogen, waarop er een verwijdering was gevolgd. Iets met geroepen aantijgingen ook tussen de twee. ‘Afghaan!’ en ‘Autist!’ Waarop de heren mij wel even wilden melden dat het hier toch echt om feiten ging. De een is ten slotte een Afghaan, en de ander..

Zucht.

Grijnzend gingen de twee hun weg, hun eerdere irritatie jegens elkaar al lang en breed vergeten. Met knorrende maag liep ik naar een ander gebouw op de Campus. Uurtje surveilleren bij een derde klas atheneum. Ruim dertig man in een klein hokje. Of de ramen open mochten. Nou. Doe maar. Graag. De leerlingen pakten boeken. Een enkeling pakte een telefoontje, dat ik dan maar weer zuchtend aan de jongeling ontfutselde. Puffend ook, want raam open of niet, het was nog steeds, en steeds meer, bloedheet.

De deur zette ik ook maar even open. Ik pakte een flesje water. ‘Als jullie dorst hebben’, gebaarde ik naar de klas, ‘pak dan ook wat!’ En zo geschiedde. Ik voelde hoe mijn wangen kleurden. Tot over mijn oren trok de hitte. ‘Hormonen en opwinding’, sprak ik tegen de teamleider die een kijkje kwam nemen in het lokaal, waar dertig leerlingen en een docent op apegapen lagen. Hij keek naar mij, naar de klas, en vervolgens op de thermostaat achter mij.

‘Of thermostaatknop op leerlinghoogte’, zei hij zuchtend. ‘Dat kan het ook nog zijn!’

(Hij stond op 28 graden….)

Blackberry-bult

Vanmorgen lag ik er weer: op tafel bij de massagedame. Het was een iets andere ervaring dan de vorige keer, want de knopen die er drie weken geleden waren, hadden zich niet opnieuw gemeld. Althans, niet in die mate. Niet zo ingewikkeld. Daarvoor in  de plaats hadden zich hier en daar nieuwe verwikkelingen genesteld, die te maken hadden met mijn wens wat langere afstanden te (kunnen) lopen. Geheel volgens verwachting, geen verbazing tot zover.

De massagedame zweeg en deed haar werk. Ik zweeg en probeerde niet in slaap te vallen. (Ja hey, jeweetmaarnooit en ikhoudgraagcontrole…) Net toen ik toch weg dreigde te soezen, drukte de massagedame op een plekje op mijn bovenarm. Links. ‘Gevoelig?’ Ja. Ik vraag me intussen af waarom ze het vraagt als ze het al weet, maar vooruit. Ik gun haar ook haar kunstje. Ze zette haar hand eerst een poosje op de plek, en roffelde er toen de spanning uit.

‘Dat soort bultjes zie ik vaak bij mensen die met een Blackberry werken’, zei ze. Het was dat het idioot zou lijken als ik het zou doen, maar ik kreeg sterk de neiging het plafond af te speuren naar verborgen camera’s. Of had ze een link met griezels als Char en Ogilvie? Dan was ik hier voor het laatst. Ik mompelde intussen maar iets van: hmhm. Alsof dat zou kunnen. Zo’n bultje bij mij. Tsss.

De massagedame liep naar de andere kant, alwaar ze mijn rechterarm van onder naar boven insmeerde met olie. Helemaal bovenaan liet ze haar hand even rusten. Ze grinnikte. ‘Daar zit zeker een grotere bult dan links’, zei ik. De massagedame lachte nu voluit. ‘Inderdaad!’  zei ze en drukte zachtjes op de pijnlijke verdikking vlak bij mijn schouder.

Ik zuchtte. Verslagen. Betrapt.

(En ik schrijf dit stukje nu op de laptop. Voor de zekerheid. En ik sms voortaan nog maar kleine stukjes. Nog kortere e-mails op dat ding. Totdat ik het vergeten ben, that is. Dan mag ze over drie weken wel weer lachen om de bultjes van een Blackberry-junk.)