Verrassingen

We kregen het ineens ook over het Hilton, S. en ik, tijdens de bedevaart. Volgens mij kwam dat na de oratie over tongzoenen, maar het kan er ook voor zijn geweest. In zo’n verlichte omgeving wil er wel eens een waasje over de helderste gedachten komen. Dus. Het Hilton. Iets met ‘nachtje doorbrengen’, ‘romantisch doen’ en ten slotte ‘verrassing’.

‘Jij houdt helemaal niet van verrassingen’, zei de man toen ik verhaalde van het Hilton-incident. Tsja. Ik moest inderdaad ook al vergeefs hard denken toen S. mij vroeg ‘..waar ik dan WEL door verrast zou worden.’ Ik kon slechts noemen waardoor ik NIET verrast werd. Daaronder viel het Hilton-incident, maar ook de surprise party. Ontvoerd worden op een druilerige dinsdagmiddag, om met een vliegtuigje naar een tropisch eilandje gebracht te worden: doe maar niet. Ik wil geen make-over, geen halfzus die ‘ineens’ blijkt te bestaan, al helemaal geen het-spijt-me-boeket aan de deur.

Ik dacht er nog eens over na. Vandaag. Vanmiddag. Wanneer was de laatste keer dat ik werkelijk verrast werd? Het was nog niet zo heel lang geleden. Het ging om iets waar ik niet om gevraagd had en niet van had gedroomd. Ik moest er wel verschrikkelijk breed van grijnzen en dat ik daar geen controle over had was iets waar ik best overheen kwam.

Ik BEN te verrassen.

Door aanzoeken die kerststallen blijken te zijn.

Bijvoorbeeld.

Tisnieveul.

But it’s a start…

Verlossingen

De bedevaart in de herhaling verliep zoals een bedevaart, en zeker eentje in de herhaling, zou moeten verlopen. Eenmaal vertrokken vanaf de parkeerplaats in M. vroeg S. of ik de weg zo zou vinden. Hm. Nou nee. Weer terug dus, voor de TomTom. Vervolgens vond ik de rit zo lang duren. We besloten dat dat aan de TomTom moest liggen. Waarom zagen we de grens tussen Nederland en Duitsland anders maar liefst drie keer voorbijkomen en waarom waren we er ‘gewoon’ nog niet?

Na een stop waar ik even duur kon plassen en waar S. de TomTom na een setje grove bedreigingen met de schoenzool weer werkend kreeg, duurde het dan toch nog geen eeuwen meer; we bereikten Kevelaer. De plek waar een arme marskramer ooit stemmen hoorde. Tegenwoordig krijg je daar pillen en therapie voor, in de 17e (of was het 18e?) eeuw bouwde je een kapelletje en bad je tot Maria. Gelukkig maar, anders hadden S. en ik weer iets anders moeten verzinnen, en Kevelaer is leuk genoeg ‘as it is’.

We gingen shopje in, shopje uit. Bekeken kerststallen, kerstkaarsen, kerstlichtjes en -lampjes, kerstmannen, -sokken en -stollen. Ik werd uitgebreid beschimpt om mijn haperende vermogen om ‘sjieke’ tentjes te betreden, ik schamperde: ‘Ben jij nu een vent?’, waarop S. bewees dat hij wel degelijk een kerel was, door me simpelweg met geweld zo’n tentje in te dirigeren. Alwaar hij me onder het toeziend nieuwsgierig oog van de aanwezigen bekende dat hij me al lang ‘die ene vraag’ wilde stellen. Dat hij vervolgens niet zijn leven, maar een mini-kerststalletje van nepkristal met een nepgouden ster met me wilde delen, maakte dat de overige gasten dan misschien teleurgesteld het hoofd weer afwendden, maar de wafel die even later voor me neergezet werd, smaakte er niet minder om.

Op de terugweg deed de TomTom gewoon weer wat wij vroegen. We bespraken het weer, het nieuws, en de voordelen van stalen cockringen ten opzichte van de rubberen exemplaren.

Waarop ik me toch enigszins ongerust afvroeg of dat ene opgestoken kaarsje vanmiddag wel voldoende was geweest….