Origami di Tortilla

De afgelopen twee weken waren best luxe voor mij. Het vroor zo hard dat de man niet meer aan het werk mocht gaan. Awel. Niet in Amsterdam. Wel thuis. Alhoewel. Eigenlijk mocht-ie daar ook niet veel doen. Van mij. Maar luieren is niet ‘s mans beste eigenschap.

Hij kookte. De vaardigheid was, buiten het bakken van formidabele pizza’s, enigszins verroest. Die kon hij mooi weer even oppoetsen vond hij zelf. Want. Hoe ging dat ook alweer, hutspot? Ohja. Wat moest er in een curry? Oke! Maar…dat vouwen van een tortilla…jaaa…nou…

(…ja. Zo, dus.)

Van boeken en films

Het verliep niet allemaal gladjes, harmonisch en perfect gepland. Ik had een paragraaf te weinig aan leerstof in Magister gezet en op het laatste moment bedacht ik dat er ook nog twee dyslectische leerlingen waren die ‘nog even’ een aangepaste laptoptoets moesten hebben.

Toch was dat niet het ergste. Ik had een boektoets gemaakt over een boek dat alle leerlingen moesten lezen. Een boek waarvan ook een film gemaakt was. En nou had ik op die boektoets allemaal vragen gezet die je niet kon beantwoorden als je alleen de film had gezien.

(Of ik dat expres had gedaan, waagde er eentje het nog te vragen…)

Dooi

Het is weer voorbij. Voor nu. Geen hordes schaatstoeristen meer, geen auto’s her en der in de bermen. Geen traumahelikopters boven de meren, geen ijzers in het verkeerde vlees.

De koorts is over.

De temperatuur is gestegen.

Ingraven

Zo’n dag was het vandaag. Van snel-snel een krantje en verse broodjes halen. Snel-snel wat huishoudelijke taken afwerken. En dan. Ingraven. Beetje dutten. Beetje naar buut’n staar’n. En vooruit, een film kiek’n. Een heel mooie. ‘The Hours’. Een aanrader.

(Behalve als je wellicht iets minder tegen psiegologies drama kunt en mannen die uit ramen kletteren. Doe ‘m dan maar NIET in de spelert.)

Warme jas

Een paar maanden geleden maakten de breipennen van een groot aantal breisters overuren; vele lantaarnpalen, fietsstandaards en beelden in de openbare ruimte werden vanwege een cultureel festijn aangekleed met kleurige lappen. De verontwaardiging was groot over de aankleding van een historisch figuur: moest dat echt in roze?

Ik vond de pakjes om de mensfiguren niet zo bijzonder en al helemaal niet iets om me over op te winden. Die om de palen, hekjes en fietsstandaarden vond ik wel leuk. Het maakte de stad dichtbij een stuk kleurrijker. Letterlijk. Inmiddels zijn er nog maar weinig lapjes over. Een lantaarn bij de kerk is nog volledig ‘aangekleed’. Dikker dan sommige pubers die door de straten sjokken…

Tuurlijk

We zaten al in de hoek die voor ons was gereserveerd. Een ronde tafel met een stuk of negen stoelen eromheen. Drie stoelen waren nog vrij. Chef, medechef en de decaan. De serveerster sommeerde ons uiteen te wijken. Er moest NOG iemand bij. We keken elkaar aan. (???) Oh! Ja! Die maakte OOK nog deel uit van ons team. Hoezo te druk te veel te haast te niks.

Gelukkig is er dan toch nog de wok. We aten. Lachten. Roddelden. Lachten. Keken. Luisterden. Ik at diverse bordjes halfvol sla (..) leeg. De andere helft was creatiever ingevuld. Die verschillende smaken, texturen, geuren en kleuren voeren nu oorlog in mijn maag. De winnaars zijn mijn heupen (borsten, billen, buik en onderkin).

Er waren ook aardbeien. Maar die neem je als verstandig mens in januari niet. Of in de wok.