Knopje

Het was koud op de school diep in Drenthe. Bitter koud. Collega W. sprak over ‘zeven graden’, wat toch bezwaarlijk was. Ik zat er met kippenvel naar te luisteren. Ik, die immer oververhit door de gangen snelt. Mijn lange, gehaakte hippiesjaal draaide twee keer rond mijn nek.

Het was koud op de school diep in Drenthe. Er was iets mis geweest, ergens, maar ik was precies vergeten wat. Ik miste ook het moment van herstel. De dikke vesten die collega’s weer verruilden voor de dunnere exemplaren. Blauwe lippen weer roze zonder stiften. Het klappertanden opgelost.

Het was koud op de school diep in Drenthe. Nog steeds in mijn lokaal. Spichtige meisjes met bibberkuitjes. Jongens die in de radiator kropen, ook al bleef die ijs-, ijskoud. ‘Waarom wordt die verwarming toch niet warm, mevrouw?!’ jammerde er eentje sip. Ik haalde mijn schouders op. Morgen beter, misschien.

(En toen viel mijn oog op een knop. Een grote witte. Zo eentje waar je aan kunt draaien. Dicht. En open. En zo.)

Elluk nadeel …

Als alles goed gaat, worden de kinderen die je krijgt groter en groter. Meer dan af en toe wat eten in de lieden gooien is daarvoor niet nodig. Op een dag zijn ze uitgegroeid. Ze wapperen met de vleugels, loeren een keertje links en rechts over de rand van het nest en vliegen dan uit.

Oudste vloog ruim vier jaar geleden naar een kamer in de grote stad E. Vandaar ging het vorige zomer naar een eigen ‘huis’ in de grote stad A. Er past geen anderhalve Billy in en een lits-jumeaux wordt ook wat lastig, maar het is ‘eigen’. En: helemaal midden in de binnenstad.

De man en ik houden niet van plaatsen met meer dan drie schapen en een paard (of koe). Reizen naar A. gaat dan ook steevast gepaard met hartklachten en ademnood. Maar. In die stad. Is een ‘Dille en Kamille’. Goed voor een repeterend gat in de begroting. Hartley’s heeft fudge en ‘Walker’s Vinegar and Salt’. In de enorme Chinese supermarkt was ik het liefst nog een uurtje gebleven, als sluitingstijd niet razendsnel naderde.

(Evenals etenstijd. Oudste maakte goddelijke spruitensoep. Misschien moeten we toch wat vaker A.-waarts reizen…)

Vriesvlie en gloeiwijn

Het zou zonnig worden. Bijna drie dagen lang. Er zou ook bijna geen wind waaien. Bijna drie dagen lang. Kilometers en kilometers zouden we lopen. Bijna drie dagen lang. Een uit drie is ook goed. Ook al, omdat ik op die eerste twee simpelweg geen invloed heb en mijn vader vroeger al zei: ‘Mopperen over het weer, is vloeken tegen de Heer.’ Aangezien op vloeken bij ons thuis een boete van een euro (per keer!) staat, kijk ik wel uit.

Ik trok mijn muts dus dieper over mijn oren. Klapte de rand dubbel. Zwaaide kilometer na kilometer mijn vingers warm. (Mijn voeten staken met Falke-sokken in Goretex-schoenen, dan moet het min dertig vriezen, eer het daarbinnen waait.) Ik mopperde en sputterde een beetje tegen het helmgras, de meeuwen en via e-mail nog een heel klein beetje tegen S.

Na het kilometervreten wachtte gelukkig nog een haardvuur in het hotel, of in een donker en warm restaurantje. Rode wijn maakte dat ik het ook van binnen warm kreeg, of in ieder geval mijn verstijfde kuit- en bovenbeenspieren een uurtje of wat vergat. Ik vergat ook dat er afstapjes waren, brandende kaarsen en andere mis geplaatste decoraties. Toch fijn als je vrijwel nooit drinkt. Vergetelheid is in mijn geval een koopje.

Waar de volgende reis heen zou gaan, vroeg de huisarts vanmorgen, na vele praatjes over ons en andere belangrijke zaken, die niet per se met Vlieland te maken hebben (even ter verduidelijking endezo). We keken elkaar aan. Er hing geen duidelijke bestemming in de wolkjes boven ons hoofd. Wel een temperatuur. Die was toch een stuk hoger dan die van de afgelopen dagen…

Zwaarwegend

Onder andere om te voorkomen dat Broer mij binnenkort opgeeft voor het programma ‘Obese’, houd ik me al een paar weken geobsedeerd bezig met eten. Niet dat ik me eerder niet geobsedeerd bezighield met eten, maar, euhm, well.. Dat was toch weer anders.

Ik weet niet of ik al kilo’s kwijt ben. Daarvoor schommelde mijn gewicht eerder al te veel, en ik zie het nog niet extreem naar beneden schommelen. Ik voel me wel beter, wat misschien ook wel te maken heeft met de bombardementen van verse groenten en fruit, die ik meer dan ooit op mijn lijf loslaat. Al was er vandaag ook ruimte voor M&M’s.

‘WEEG je nu M&M’s?’ vroeg jongste met overslaande stem. Jawel, knikte ik en ik tuurde naar het naaldje, dat niet verder dan de 50 gram mocht gaan van mij. ‘Je MEENT dat niet.’ ging jongste verder. Zijn iele schoudertjes schokten alvast voor het lachen dat volgde. Ik knikte weer, iets meer verbeten nu. ‘Moehaa!’ deed hij theatraal.

(Hij had ook gewoon blij kunnen zijn dat er voor hem nu meer overbleef…)

Bubbel

Eigenlijk wilde ik gisteren de schooltas stevig dichtritsen, de laptop verstoppen en mezelf alvast een beetje ingraven. TV aan, spot uit. Vakantie. Maar ja. Het was niet dat de leerlingen al niet tien keer hadden gevraagd of hun boektoets, fictidossier, inhaaltoets hier of inhaaltoets daar nagekeken was.

Dus. Nog een dagje zwoegen. Voor ik me echter storten ging in de stapels paperassen en digitale jungles en overige virtuele oerwouden, ging ik nog even de weilanden in. Niet dat ik meer dan de struiken zag die aan de rand van die weilanden stonden, overigens. Een grote witte bubbel. En daar zwalkte ik tevreden doorheen.

(Het werkt een stuk gemakkelijker. Lijkt.)

Schlager

Het zesde uur op woensdag heb ik soms niets te doen. Meestal ben ik oppasjuf. Een klas zonder docent wordt in mijn lokaal gezet, en dan moeten we ons een uurtje zien te vermaken met elkaar. Lezen, huiswerk maken, beetje leren… Zoals zo vaak was het ook nu een klas die ik gewoonlijk niet heb. ‘Bent u soms cabaratier?’ vroeg een jongetje dat blijkbaar iets van mij vermoedde. Het leek hem best mogelijk.

‘Jaaaa!’ riep een meisje dat ik een paar jaar geleden wel in de klas had, ‘bij ons ging u ook zingen!’ Ogod. ‘Een schlager! Met mevrouw W.’ viel de buurvrouw, ook een oude bekende, bij. Ze wiegden alvast op de maat. ‘Ich bin wie doeehooeeehooee!’ ‘Wadde?’ schrok een jongetje voor hen wakker. Ik vertelde het ventje waar hij het nummer van Marianne Rosenberg kon vinden. Op Youtube.

‘Wilt u het niet zingen, dan?’ vroegen de meiden. Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, dames. Dat gaat niet. Zonder de backup van mevrouw W. klinkt dat nergens naar.’ Ik keek er extra treurig bij. (En ik spiekte even schielijk richting deur. Het zou ten slotte niet de eerste keer zijn dat W. zomaar binnen zou komen vallen…)

Dat dan weer wel

Het was carnaval, het afgelopen weekend. Niet dat ik er veel van mee kreeg. Ik vier het immers niet. Misschien ben ik dan ook wel verwisseld, als baby, of te vondeling gelegd door de minder feestelijken onder ons, zo vertelde ik vanmiddag in de klas. Die familie, of toch een groot deel ervan, lust er ten slotte wel pap van, van al dat gevier. Agge mar leut et, maar ik duik intussen liever even onder.

Ik zag het dus aan de donkere kringen bij de leerlingen die wel zo jolig waren de afgelopen dagen. Een leerlinge in mijn mentorklas had het zo zwaar, dat ik haar uiteindelijk niet de les uit heb laten zitten. Hopelijk drinkt ze voldoende water, slaapt ze een paar goede uren door en is ze morgen weer haar fruitige zelf.

Nee. Dan Pasen. Het is alweer bijna zover, zag ik in de Kaufland in Meppen, vanmiddag. Had bijna deze raamsticker gekocht. Bijna. Tsja. De man snapte er ook niks van.