Droog toeren

In de Noorse kranten was het vandaag al volop nieuws (nou ja, in het krantje dat ik zag liggen, dan..) : hoge temperaturen zijn in aankomst. En snel! Ja. Snel. Maar nog even niet deze week. Tussen de pletterende regenbuien is het af en toe droog -en schijnt zelfs soms de zon- en dan steken we het hoofd naar buiten. Voor de rest…is er de winkel, de hotelkamer, het afdakje en…de bus!

Vanmorgen hebben we uiteraard eerst ontbeten. Iets relaxter dan gisteren, want de jonge ober van gisteren had intussen geleerd dat hij niet METEEN STANTEPEDE EN DIRECT iets af hoefde te ruimen als een gast ergens een hap of slok van genomen had. Ik durfde zelfs op te staan, terwijl mijn vers gesneden boterham nog op mijn bordje lag, en een kopje koffie te halen. Pfew.

Daarna gingen we shoppen. We zijn uiteraard niet zonder opdracht uit Nederland vertrokken, en die hebben we dan ook (bijna) volbracht. Het laatste item op de lijst moet nog even wachten, want de lucht tussen twee winkels in trok dichter en dichter…en…daar kwam hel en verdoemenis weer naar beneden. Dat we precies toen langs een kraampje met rubberlaarzen en regenjassen liepen, namen we zeer eigenwijs niet voor een teken aan. We namen de bus.

De eerste de beste. Als je me nu vraagt waar we geweest zijn, dan kan ik het je niet meer navertellen. Iets met water en bergen, rotsen en houten huizen. Een Spar, een Kiwi en een tankstation. Alwaar ik toiletteerde en een broodje kocht. Op dat punt had ik wel door waar ik heen wilde, maar op die bus moesten we nog lang wachten. Zo lang, dat de chauffeur van de vorige bus weer voorbij kwam en vrolijk naar ons zwaaide. Maar toen. Kwam die bus. Om ons twee minuten later bij het monument af te zetten waar we -inderdaad- wilden zijn….

Navigeren

Na een uurtje of wat in het hotel, was er een sms’je. Ze zat beneden. Klaar voor een roeitraining met collega’s. Ik dacht dat ik ‘alleen’ maar foto’s zou maken, maar ik belandde naast een grote Noor in een waanzinnig weerbestendig pak, achter in een roeiboot. Brug na brug gleed voorbij, ik zag meer en minder afbladderende huizen, rotsen met geiten en een wegdrijvend oranje parapluutje. Het mijne.

De volgende dag zag ik de route opnieuw, toen ik een lange wandeling maakte, terwijl jongste na het ontbijt nog even verder sliep. Boven op een brug zag ik in de verre verte de punt van het rode kerkje dat in de buurt van het hotel stond. Het was een prachtig herkenningspunt, maar toch bleef het spannend: de wegen stegen en daalden, de kerk verscheen en verdween. Zo zag ik wel heel veel straten, huizen, beelden en winkeltjes. Jammer dat ik mijn gps niet had ingeschakeld. Het is vast een interessant rondje geweest.

Ik lunchte met jongste in de hotelkamer. We wisten nog niet zo goed, wat met de middag te doen. De regen pletterde genadeloos tegen de ruiten. Mijn sms-geluidje klonk. Of we zin hadden om mee te gaan op de bus. En of. Ik zag delen van de wandeling van ‘s morgens weer terug, maar ook weer nieuwe straatjes. Mara reed over een bizar hoge brug naar een andere gemeente, met andere vergezichten. Passagiers stapten uit. Anderen stapten in. Het was wel lekker om niet op te hoeven letten; het was Mara immers die navigeerde.

Toch denk ik dat als ik in dit tempo de omgeving blijf ontdekken, ik over een week de meeste toeristen de weg kan wijzen.

(Maar ja. We gaan vrijdag toch echt alweer naar huis…)

Vakantieweer

Het was fantastisch weer toen de man ons vanmorgen naar Schiphol reed. Ok, dat-ie eerst het ijs van de ruiten moest krabben was iets minder, maar daarna! Mist over de velden, maar een fijn lentezonnetje dat er al snel doorheen kwam. Dat weer was er nog steeds toen jongste en ik in het Fokker-toestel (klein!!) stapten en opstegen. We zagen vanuit het raampje de kust, de zee, de polders, beschenen door diezelfde zon.

Die zon, die verdween, nog geen twintig minuten later. Ik had zo graag Denemarken zien liggen, maar alles wat we zagen, was: wolk, wolk en nog eens wolk. Ze werden met de minuut grijzer. Toen de zuidenwind er ook nog eens bij kwam en voor turbulentie zorgde (ik heb er niet voor geleerd – de captain zei wat er aan de hand was en waarom) was er niets meer wat niet aan herfst en storm deed denken.

Maar goed. We kwamen evengoed aan. Mara vond dat het onze schuld was dat zij zo veel Kleenex nodig had, want het duurde gewoon veel te lang voor we uit dat vliegtuig waren. Ja. Alsof er nog niet genoeg vochtige atmosfeer was. En ruig weer. Op de ferry van weet-ik-waarvandaan naar weet-ik-waarheen (gelukkig heeft Mara daar meer verstand van) vloog de ketchup zowat uit onze broodjes door de hoge golven.

Nu, in Haugesund, komt de regen met steeds grotere bakken uit de hemel vallen. Het schijnt een traditie te zijn; Mara en visite = regen. Hm. Maar toch. Wil de volgende vriend veiligheidshalve in Miami of Spanje gaan wonen?

Door

We waren ruim op tijd. De man zwiepte bijna twee uur van tevoren de Renault precies voor de ingang van de vertrekhal op Schiphol in een parkeervak, jongste en ik rolden onze koffertjes naar de controle. Voor mij was het vijftien jaar geleden dat ik vloog, voor jongste is het de eerste keer. Voor ons allebei was de heisa van nu dus hartstikke nieuw. ‘Volgende keer met de auto’, mompelde jongste, naast allerlei andere lelijke dingen die zijn mond verlieten. Zuchtend groef hij elektronica uit zijn rugtas en deed hij zijn riem af.

Alles leek goed te gaan, van het droppen van de bagage in de futuristische bakjes met rolgordijnen (inchecken hadden we gisteren gelukkig thuis al gedaan), tot de gang door het douanepoortje. Helaas bleef mijn tasje nogal lang staan. Oh. Of ik het open wilde ritsen. En nog een rits. En nog een. En.. Juist. Had ik per ongeluk een aansteker in een miniscuul vakje achtergelaten? Mijn Zwitsers zakmes misschien (dat immers spoorloos is), of mijn muggenlotion?

Toen alle pakjes, zakjes en doosjes uit het verschoten oude Kiplingding waren gevist, ermee gerammeld en geschud was, bleef nog een enkel vakje met klittenband over. ‘Aha!’ zei de douanedame. ‘Hier hebben we het!’ Ze hield een pakje met vijf reepjes witte chocolade omhoog. ‘Ha!’ deed ik. ‘Ja!’ deed de dame. Het leek volgens haar op een verboden vloeistof.

(Gelukkig hoef ik ze zelf niet op te eten…)