Exploring

Drie weken geleden kwam Linette na een net zo lange periode van afwezigheid weer thuis op project Ten Dale. We vonden: eerst weer spek op de botten, en dan, alleen dan, zouden we nadenken over een vers tripje naar buiten. Het duurde even.

Ze is nog steeds niet dik, maar intussen voel je toch net iets meer dan graatjes als je haar velletje beroert. Dat, en het feit dat ze de hele week al zieligjes naar buiten staart en nog zieliger miauwt om ons te overreden het raam naar de buitenwereld voor haar te ontsluiten, zorgde ervoor dat ze vandaag dan toch eindelijk naar buiten mocht.

Ik hield mijn adem in. Zag haar van auto naar autootje huppelen, van grasje naar plantje naar bloemen bij de buren. Ze ging een blokje om. Kwam toch weer terug. Nog een blokje om. Weer terug. De grote pol met kattenkruid moest het ontgelden -en ligt nu dus helemaal plat. En nu is ze dusdanig moe dat haar kopje een beetje naast het lijfje hangt.

(Net als bij mij het geval is, geloof ik, maar dat ziet er vast minder schattig uit..)

Second selves

Ik denk dat ik niet mag zeuren, zeker niet met mijn niet-zo-bijzonder-easy-going-natuur, met het aantal mensen dat om de een of andere reden aan mij blijft plakken. Ik verwonder me erom. Niet per se om dat plakken, dan kun je wel bezig blijven, maar wel om het bijzondere karakter van sommige lieden.

In het bijzonder: die twee. Die ene, die voor een deel op mij lijkt, en voor een deel op de ander. Nog een ander deel blijft een mysterie, precies zoals dat hoort. Die ander, die voor een deel op de een lijkt, en voor een deel…op mij. Blijft over: precies.

Vanwege een gedeelde passie voor een serie die ik om duistere redenen niet volg, en die de een niet kan zien in Noorwegen en de ander daarom voor de een opneemt, raakten de twee in contact met elkaar. Iets wat met de normaliter zo grootse diversiteit in mijn vriendenkring niet gauw gebeurt: vrienden zijn eerder eilandjes waar ik om beurten heen vaar.

Gisteren zaten ze alletwee onder het paviljoen op project Ten Dale. Iets met opgenomen programma’s en grote hoeveelheden aardbeienjam, die van de ander naar de een en van de een naar de ander gingen. Zowel bij de gigantische hoeveelheid beeldmateriaal als de buitensporige hoeveelheid jam bedacht ik opnieuw hoe ze op elkaar leken. En hoe leuk ik ze vind.

(Zeker zo tegelijkertijd. En dichtbij. Enzo.)

Ik had geen plaatje bij het praatje, maar aangezien vrienden eigenlijk ook een soort van toetjes zijn...

Ik had geen plaatje bij het praatje, maar aangezien vrienden eigenlijk ook een soort van toetjes zijn…

Blijvertje

Ik had al een zak klaargezet met zijn voer. Brokjes die in Noorwegen niet (of in ieder geval zeer moeilijk) te krijgen zijn. Er zat een zakje met zijn favoriete snoepjes bij: een soort van sterk riekende kiezelstenen, die bij Wuppie een tijdelijke gekte veroorzaken – en een neiging om JOUW vingers erbij af te li.. bijten. Ohja. En vleesstokjes. Ja. Het is zo vies als het klinkt, maar ouwe katers raken nu eenmaal van andere zaken opgewonden dan wij. Wel!

Waar de man en jongste openlijk plannen smeedden om Mara ‘out’ en Wuppie ‘in’ te houden, hield ik mijn mond en mompelde van daarbinnen hoogstens anderhalve keer per dag iets van ‘ontvrienden’. De heren spraken van: sloten veranderen, tijdig verhuizen zonder bericht, een ‘ACME sink hole’ bestellen en daarin met zijn allen verdwijnen. Ik dacht met grote regelmaat aan het dilemma waarin ik zelf zou verkeren als ik een oude kat, waar ik veel van hield, zou moeten verhuizen na een lange logeerpartij bij vrienden. Mijn eigen gevoelens over Wuppie zette ik zoveel mogelijk ‘on hold’.

Donderdag kwam ze aan in Nederland. We kletsten over de reis, ze pakte goodies uit die ik met kinderlijke vreugde ontving, we praatten over Wuppie en wat er allemaal nog moest. KLM bellen, dierenarts bezoeken, mandje kopen, afscheid nemen. Ohja. Voer niet vergeten. Ik gaf haar de sleutels van ons huis en de auto en ze reed naar haar ouders. Zaterdag zouden we elkaar alweer zien.

Het was het eerste wat ze zei, gisteren: dat ze een beslissing had genomen. Ik keek haar aan en ik wist het, en ik dacht: oh fuck, mijn make-up. Door een of ander godswonder veranderden we echter voor een keertje eens niet in de sopjes die we tegenwoordig worden zowat elke keer als we elkaar zien, en reden we niet veel later in relatief droge staat naar de Griek in de stad heel dichtbij.

(Volgens mij ging na ons vertrek richting stad het volume op project Ten Dale op tien en maakten twee heren een uitzinnig dansje van vreugde, een oude, rode kater verbouwereerd tussen hen in.)

Verwijderdrang

Dat vermaledijde spellen van werkwoorden. Er was iets met tegenwoordige tijd en iets met juist geen ‘d’ of juist wel. Het archief in de hoofden van havo 3 werd naarstig doorgeploegd. Hier en daar lag wel wat, slechts bij een enkeling bleek de plank met daarop de benodigde kennis simpelweg weggerot. ‘Studiewijzer’, fluisterde ik, want daar stond nog iets van een schemaatje. En toen maakten ze een oefening.

‘Hoe moet ik ‘deleten’ spellen, mevrouw, dat is toch een Engels woord?’ vroeg een jongetje dat altijd iets te vragen heeft. Ik antwoordde dat we dat gewoon op zijn Nederlands deden en schreef ‘deleten’ met een krijtje op het bord. Vervolgens kalkte ik de ik-vorm neer: ‘delete’. ‘Nou, en daar begin je dan van alles aan vast te plakken, net zoals je dat met andere werkwoorden doet.’ Ik vroeg wat ze bijvoorbeeld met een verleden tijd zouden doen, en de klas riep iets met een ‘t’ en een ‘e’. Onder mijn hand verscheen: ‘deletete’.

Het voltooid deelwoord is dan niet zo ver weg. Ik schreef lustig door. ‘He?’ reageerde het jongetje dat altijd iets te vragen heeft. Ik keek op. ‘Gedeletetet’. Ja, knikte ik ferm. ‘Neehee’, sprak het jongetje beslist. Hm, dacht ik, want na nog een blik op het woord begon ik ook ernstig te twijfelen. ‘Wacht!’ riep ik en liep naar de PC, waar de wijze rechter, ‘www.woordenlijst.org’ uitsluitsel bood. ‘Deleten, deletete, gedeletet’. ‘Ik weet niet of dat diploma ooit nog komt, jongens’, sprak ik verslagen.

‘Of u gebruikt gewoon ‘verwijderen’, die is gemakkelijker.’ klonk vanuit de vertrouwde hoek bij het raam. Het was de briljantste opmerking die ik die dag had gehoord. Het jongetje dat altijd iets te zeggen had, besloot er gelukkig ook de rest van de les op te teren.

Ik deletete een hele klas met nakomers, of was het toch mijn eigen kennis over hun aanwezigheid?

Ik deletete een hele klas met nakomers, of was het toch mijn eigen kennis over hun aanwezigheid?

Zwemmenderwijs

Tsja. Dat zwemmen. Dat onbeschaamd imbeciele breed grijnzen als ik een blauw-groene zweem ontdek in een bos, of ergens achter een rijtje bomen dat onmiskenbare ‘badgeluid’ hoor. Dat overigens bestaat uit een kakafonie van onalledaagse klanken die ik ieder afzonderlijk niet op gewone dagen in al mijn alledaagsheid wens te horen, maar dat terzijde. Het hoort daar. Dus daar mag het.

Ik kan me niet werkelijk herinneren dat deze natte obsessie mij aangeleerd is toen ik nog heel erg piep was. Integendeel. Ik herinner me slechts klamme zwemlessen met enge zwemmeesters in een veel te benauwd bad, dat om onnavolgbare redenen ‘De Krab’ heette. Ook herinner ik me glibberige zwempartijen die alleen door konden gaan bij hoogwater, in de Wester- en Oosterschelde. Tsja. In die dagen waren allebei de Scheldes even vies, dus waar je je portie vochtige smerigheid opdeed, maakte niezoveul uit.

Neen. Slechts het echte zwembad kan mij werkelijk bekoren. Het is fijn om te zien, want: helder en fris groen-blauw. Het is schoon, want: allesdodend met allesverzengende chloor. Dat laatste is, nu de jaren gaan tellen en ik mijn haar verf, iets minder gezellig, aangezien chloor ook mijn verf verzengt, maar vooruit. Kniesoor die…et cetera. Ik trek een paar keer in de week een baantje of wat, ouwehoer met de overige gasten (als je niet meer kunt ouwehoeren, zwem je te hard), en ik vind het iedere dag alvast jammer dat het al veel te snel weer over is. Het seizoen.

(Laat u overigens niet bedotten door het sportieve plaatje. Ik zwem als een oud wijf, en dat heb ik altijd gedaan. Die hele zwemhysterie – het blijft een mysterie. Dus.)