Small world

We waren midden in een gloedvolle discussie over realistische versus niet-realistische verhalen, ongeloofwaardige vertellingen versus epistels waar we wel in kunnen geloven. Leerling N. stak haar vinger op en vroeg of ze iets mocht vragen wat hier niets mee te maken had. Dat mocht.

Waar ik weg kwam, was de vraag. ‘Hm’, was mijn antwoord, waarop ze wapperde met haar handje. Ze wist wel hoe het moest, maar… Enfin. Ik kwam ‘weg’ uit het zuiden, verhuisde naar het noorden, om nu te wonen in een plaatsje dicht bij de school zonder C. Bij twee meisjes viel de mond open. Een derde loeide luid. Uh-oh. Het heftige blozen en intense giechelen kon maar op een ding wijzen: de liefde.

De verkering van een van de meiden woonde vlak bij mij, 80 kilometer van haar vandaan, en zat op de school zonder C. ‘Dan heeft hij misschien les van S.’, zei ik en legde uit wie dat was. ‘Je moet het je vriendje maar vragen’, zei ik en wees op haar gsm. ‘Hij is op schoolreis, in Brussel’, haalde ze haar schouders op. ‘Ah!’, veerde ik op, ‘daar zit S. ook’, en ik greep naar mijn telefoon. Het loeien zwol aan tot een gevaarlijk luid niveau, terwijl de verliefde haar handen voor haar ogen sloeg. Ik sms’te. Groetjes van de ene verliefde aan de andere. ‘Aaaah’, zuchtte de klas verzaligd en diep.

Er werden plannen gesmeed om met mij mee te liften, op weg naar de liefde en ik zei dat dat best een keer mocht. Iedereen keek elkaar nog een keer aan met verwonderde ogen. Het leek niet zo gek dat de resterende tijd op ging aan verhalen over gedachtelezen, dromen en paranormale verbazingen.

Ook liefde, maar dan weer ietwat anders...

Ook liefde, maar dan weer ietwat anders…

Rekken

Elke zomervakantie begint op project Ten Dale zo’n beetje hetzelfde: ik gooi een zooi tabelletjes in Word, print het geheel uit en plak dat op de koelkast. Daarbij denk ik immer aan hoe S. ooit zei: ‘Voor we het weten, is het weer voorbij.’ ‘Nietus’, prevel ik dan zachtjes en dwars voor me uit, ‘dit jaar duurt de vakantie eindeloos.’

Op de kalender die die tabelletjes vormen, vullen de man en ik alle dingen in die we gaan doen. Als de dagen voorbij zijn, zetten we er een kruis door met een dikke stift. In de eerste weken zorgen al die invuldingetjes, de vrolijke kleurtjes, de gescoorde magneten uit vakantieoorden, bonnetjes en kartonnetjes voor een ultiem vakantiegevoel. Als het kruis door de dag gaat, gaat een zucht door ons heen. Alweer zo’n mooie dag gehad.

Natuurlijk had S. gelijk. Voor we het wisten, waren we weer aan de slag. De eerste vergadering, de eerste protesten tegen de eerste toets, de eerste keer drogen van gefrustreerde leerlingtranen, de eerste keer bellen met een ouder over haar kind. We zitten er weer helemaal in. Ook al probeerden de man en ik de boel te neppen door een week voor en een week na de vakantie erbij te printen en vrolijk door te gaan met kruisen. Er komt geen leuk magneetje meer bij en ook het doorkruisen van de dag voelt anders dan een paar weken geleden…

(Maar oh, wat was het mooi, dit jaar, en oh, wat was het heerlijk. En die printjes…die laten we lekker nog even hangen…)

Glazig mysterie

Tuurlijk geloof ik in telepathie. Het heeft al meerdere malen bewezen ECHT te bestaan. Geef een poosje les, en je weet dat het werkt. Hoe komen anders die zuiver gelijke vierregelige foutieve antwoorden op verschillende proefwerkvellen terecht? En de man en ik, we roepen regelmatig tegelijkertijd eenzelfde zin, of maken af waar de ander in de haast al aan begonnen was. Hoezo kennen de man en ik elkaar gewoon te lang en ken ik mijn leerlingen niet lang genoeg? Tsk.

Maar. Hoewel een schimmig puberverleden met bijzonder buitenaardse interesses anders doet vermoeden (voor wie zich dit puberverleden nog als gisteren herinnert…), geloof ik niet in geesten, spoken, entiteiten, geroosterde boterhammen die een boodschap van Jezus verkondigen en neen, ik geloof ook al niet in Lourdes, met of zonder genezingen. Eigenlijk geloof ik heulemaal nergens in. Van dat soort enzo.

Tijdens de kringloopqueeste van S. en mij, vorige week, zocht S. onder meer naar een glas. Dat we nergens vonden. Ik had er ook nooit eentje gezien. In een kringloopwinkel. Hoopvol, maar tegelijkertijd alvast teleurgesteld, vatte ik soms een glas vast dat er niet eens op leek. Het was niet anders. Het mocht niet zo zijn.

Tot vandaag. De dag dat ik voortdurend geplaagd werd door de gedachte aan een bezoekje aan de kringloopwinkel in de stad diep in Drenthe. Want DAAR stond het glas. Na een paar uur, waarin de gedachte al meermalen voorbijgekomen was, dacht ik dat de gekte nu definitief had toegeslagen en ik besloot om daar METEEN een eind aan te maken. Ik vertrok. Naar Het Goed. Waar het eerste wat ik zag. HET glas was.

Nu ik weer.

Eindelijk

Er zijn van die dagen, die zijn al rot en bedorven voor je het bed verlaat. Niks meer aan te doen. Stilletjes opstaan en hopen dat de tornado vooral in jezelf huishoudt en verder niet al te veel omlegt in zijn razernij.

Maar ja. L’enfer, c’est les autres, ofwel: de hel dat zijn de anderen. Wat in dit geval dan neerkomt op: ‘Jij bent de hel voor de anderen’, maar je kunt het er ook op houden dat dat slechts een nuanceverschil is. Met dat verschil dat de uitwerking…nou ja.

De man zette een stap verkeerd. Ik ontplofte. S. schreef een woord verkeerd. Ik implodeerde (om een paar uur later alsnog te exploderen). De Spar had geen Volkskrant, de ‘schone’ was kwam met bruine vegen uit de trommel…en toen hadden ineens OOK ALLE planten in huis het gedaan.

Mijn moeder belde de volgende ochtend. Hoe het was en wat we allemaal deden. Ik vertelde het verhaal van de kamerplanten die en masse met hun vergeelde blaadjes in de groencontainer belandden. ‘He, he, EINDELIJK!’ verzuchtte ze vanaf 250 kilometer verder naar het zuiden. ‘En ik heb allemaal nieuwe gekocht.’ Ik hoorde haar goedkeurend knikken.

Niet dat ALLES goedkwam, die dag, maar om nu te gaan oreren over hoe ALLESvernietigend de vrouwelijke razernij is…(Zonder dat hadden we nog steeds alleen maar 60 jaar oude sanseveria’s en andere ellende op de vensterbank staan. Dus.)

Kringloopbetoog

The day after. Mijn hoofd duizelt: duizenden glaasjes, kopjes, kaartjes en singletjes. Trouwjurken, pijpenragers, zilveren fotolijstjes met en zonder sluithaakjes. Een fabelachtig mooi stoepje voor ‘Utopia’. Heino, die op indringende wijze het Groninger kringloopland beheerst. S. vraagt waar het ook alweer was, waar we langsreden en ook nog even konden kijken. ‘Met dat gevecht om dat kleed.’ Ik word opnieuw vrolijk bij de herinnering: kringlopen met S. is immers méér dan gewoon plezier.

De voorpret is het kiezen uit alle spannende plekken die S. heeft opgezocht. Beerta is te ver. Veendam erg dicht bij de school diep in Drenthe. Iets wat bij S. de wenkbrauwen doet zakken, maar we gaan er toch heen. Veendam blijkt later zo ongeveer de fijnste kringloop van Groningen te herbergen. Siddeburen en Boerakker hebben het liefste personeel en in Grootegast (of was het nu Grijpskerk) is de voorraad te overweldigend voor woorden. Nergens is het zoals we het eerst hadden verwacht.

Met elke kringloopwinkel die open is, stijgt het plezier van zoeken en vinden. Niet alles hoeft gekocht, soms is het bekvechten om net dat ene fotolijstje genoeg, zeker als blijkt dat het toch niet goed is afgewerkt en we het beiden niet willen hebben. Een kleed dat te klein is voor mijn doel en te groot voor dat van S., maar precies de goede maat heeft om het personeel even op te schrikken met het geduw en getrek dat we nooit af kunnen leren en waarschijnlijk alleen zelf echt waarderen.

Natuurlijk is het vermoeiend en kun je beter een dag of twee vrij hebben erna of minstens twee nachten goed slapen ervoor. Heb je die voorwaarden veiliggesteld, dan staat echter niks een dagje speedshoppen in de weg. Het brein heeft even nodig om het gebeurde op zijn plek te laten zakken, maar na een paar dagen kun je je de helft wel weer herinneren en als dat niet zo is, kun je altijd nog een keer gaan.

Kringlopen met S. is, kortom, spannend omdat je nooit weet waar je terechtkomt, verrassend door de dingen die je vindt en prettig omdat bekvechten met niemand zo gaat als met S. Als het brein weer hersteld is van deze ronde, staat niks dus een volgende keer in de weg. Omdat je soms gewoon iets méér nodig hebt, dan gewoon plezier. Zeker bij het shoppen.

Obsessief genieten

Het begon niet als een hobby. Integendeel. Het begon als een manier om mijn door burnout afgebrande conditie weer een beetje op te krikken. Meer dan twee kilometer wandelen (en dan de helft al hijgend) zat er in den beginne echt niet in. Vreemd, ja, zeker voor iemand die eerder zelfs aan hardlopen deed. Maar verkeren kan het.

Er kwam een uitdaging in de vorm van de Vierdaagse. Het leek Broer wel wat en aanvankelijk pakte ik de handschoen op. Ik werkte me via 5 naar 10. Ik liep er 20. Een enkele keer zelfs 25, al was dat vanwege een onbedoelde dwaling. De man werd intussen gegrepen door wat zich rond dat gewandel afspeelde en liep mijn rondjes mee. De Vierdaagse werd het uiteindelijk niet, omdat ik dat simpelweg nog niet zou redden en ook omdat ik eigenlijk niet zeker wist of ik het zelf wel wou.

De man en ik deden de Falcon Walk, een militaire happening van formaat, waar we ook als burger enorm van genoten. De volgende georganiseerde tocht is weer geboekt: de Airborne Wandeltocht op 7 september. Ik heb begrepen dat het een familieaangelegenheid gaat worden, waar niet alleen wij, maar ook Broer, schoonzus, tweelingzus van schoonzus, oudste en schoondochter aan mee zullen doen. Ik ga er breed van grijnzen.

Ik word er vrolijk van en het lijkt intussen geen hobby meer, maar meer iets als een obsessie. Wandelzoekpagina.nl is onze bijbel, het mandje met landkaarten onze Hoorn des Overvloeds. Het bedenken van een afstand, een gebied, de soort wandeling: het is een en al kinderlijke pret. En dan dat lopen. Dat zien van al die dingen die je eerder niet zag. Het schaapachtig verzuchten dat je ‘toch niet ver weg hoeft’. Dat je dat misschien best kunt doen. Maar dat je dan niet per se meer ziet.

Zouden ze expres deze rare kleuren gebruiken - om diefstal enigszins te voorkomen?

Zouden ze expres deze rare kleuren gebruiken – om diefstal enigszins te voorkomen?