Terug in het hok

Na het eerste uur liep ik terug naar het docentenhok. Ik zou het graag ‘onze luxueuze werkruimte’ willen noemen (lounge-ruimte zou ook fijn zijn…), maar dat doe je niet zo snel als het om een paar te krappe kubieke meter tafels, kasten en computers gaat. Er is geen lucht, wel uitzicht op de kantine. Door draadglas.

Dus ja. Dat collega W. aan het begin van dit schooljaar besloot te verkassen naar haar eigen werkkamer (met zuurstof), waar ze rustig kon werken en waar haar gedachten zelfs wat ruimte kregen… Ik begreep het. De overgebleven collega’s in ons hok schoven allen een paar centimeters uiteen. Er werd nog net niet hoorbaar uitgeademd, maar we hadden ineens wat extra buik en billen.

Maar. Het was anders, zo zonder haar. We probeerden de ontbrekende decibellen onderling wel op te vullen, al klonk het soms wat onnatuurlijk. Als niemand oplette, zuchtte ik diep. Ik miste het vlijmscherpe commentaar op mijn wilde ideeën en vage plannen. Ik miste mijn plagerijtjes, waar ze zo heerlijk op hapte. Ik miste: haar.

Toen ik vanmorgen het hok in liep, zat ze er ineens weer. Toetsen voor de neus, bril er óp, pen in de hand. ‘Heeeey’, zei ik voorzichtig. ‘Ja’, antwoordde ze, ‘ik miste jullie, dus ik ben terug!’ Ze lachte er wat scheef bij. Ik kneep mijn lippen op elkaar en zocht mijn strengste stemmetje op. ‘Je moet je plekje eerst weer terug zien te verdienen, hoor!’ en ik probeerde er ernstig bij te kijken. Maar. Van binnen spetterde het stralen: she’s back!
Dan wórdt het maar weer de buik inhouden…

(Iets minder taart eten kan natuurlijk ook altijd nog.)

Vriendendienst

We zouden ‘de site‘ afmaken. Geen werk, want lekker voor onszelf. Iets waar ik nog steeds van geniet, nadat ik het tijden voor mijn brood deed. Als je voor iemand anders een site bouwt, dan ben je ten slotte voortdurend bezig met de vraag: Hoe Wil Men Het? Nu niet. Hangend op de bank, laptops en lekkere hapjes bij de hand, schoten we toch niet op. (Ik zal S. niet de schuld geven, al moest ik zeer regelmatig iets bekijken of beluisteren van hem. En mezelf zal ik ook niets verwijten, al had ik wellicht al een week van tevoren de basisnavigatie klaar kunnen zetten…)

Zo ergens in de avond reed ik naar huis. S. werkte nog even verder aan de site, maar er kwam een storing van onze host tussendoor en er was ook iets met een eigenwijze zin die niet wilde wat S. wou. Of ik de volgende dag zin en tijd had…? Ik ging slapen. Ik werd wakker. Met mijn nog steeds niet heldere hoofd joeg ik de Twingo S.-waarts. Natuurlijk konden we in onze hangende positie weer codes gaan kloppen. Maar we konden ook wel even naar Duitsland. ‘Boodschappen doen.’ S. keek me vragend aan.

De man sprak ‘s avonds vooral over S. Dat het toch zo goed van hem was dat-ie me van die laptop had losgescheurd, want ik had al te veel gedaan en dat het zo aardig was dat hij gereden had, want ik was al zo moe en dat S. dus gelukkig ook op mij lette, want zelf deed ik dat toch niet genoeg.

(En dat het natuurlijk best prettig was dat hij nu zèlf geen boodschappen met mij hoefde te doen…en oh my…hij probeerde er niet al te hard om te grijnzen…)

Net goed

De burnout die bij mij kwam aanwaaien, was nogal gewichtig van aard. Zwaar. Bijna 15 kilo, om precies te zijn. De frustraties, het futloze, lege gevoel, de miezerigheid en het ‘whatevvurrrr’-sentiment die in me scholen: allemaal snelwegen richting koelkast, kelder of supermarkt om de hoek.

Het is niet zo gek dat in de loop van het afgelopen jaar die kilo’s weer bijna allemaal verdwenen. Tegelijk met de algehele zwaarheid in mijn bestaan (alleen dit halve zinnetje weegt al honderd kilo). De enige snelwegen die ik nog neem, hebben een letter en een paar cijfers. Zoals de A32. De A37. A28.

Maar dan toch. Een gewoonte die zich gedurende langere tijd in mij groef, laat zich zo snel niet verjagen, bleek vandaag. Ik zat al weken vastgebeten in een werkstuk dat een jaar geleden al af had moeten zijn. Het beet zich nog vaster in mij. Het was vandaag bijna af. Ik rook de snelweg, tussen nóg een reviseerrondje en nóg een aanpassing, en, SHOOT, nóg een vergeten hoofdstuk door.

Er is alleen niet zo veel meer te vinden, in onze koelkast of kelder en de Spar om de hoek voelde net te ver weg. Ik vond dus slechts een miezerig doosje met zuurtjes, nog over van een tripje naar de Pas de Calais. Ik beet er één stuk, en nog één. Bij de derde beet ik op mijn tong. Na de vierde schoot er een felle pijn door een pas gevulde kies. Ik sloot mijn bestand, evenals het bakje met zuurtjes. Poetste mijn tanden en zuchtte. Heel diep.

Sour grapes

De tomaten deden het goed, dit jaar. Niet al te vroeg, maar toch nog op tijd, zo bleek, stopte ik zaadjes in potjes. Niet al te veel later kwamen er plantjes boven. Behoorlijk veel later weer reikten de tomatenplanten tot de dakgoot van ons aanbouwhokje. Ladingen tomaten heb ik van de planten gehaald. De helft in een fraaie tint groen.

Ook de sperzieboontjes werden een klein succes. Er stonden er áán. Dat vond ik al fijn genoeg. Voor de rest was het een beetje een droeve bende. Weinig fruit…oh wacht. Dat was mijn eigen schuld. Ik dacht dat er alleen maar wrange appels aan onze bomen groeiden. Pas toen S. me vroeg waarom ik in godsnaam Granny Smith’s wegdeed (ik had hem een doos meegegeven, ‘voor de paarden’), wist ik dat ik ze langer had moeten laten liggen.

Nee. De tuin had mijn aandacht niet, deze zomer en dat is niet per se omdat ik het niet leuk vind om er wat in te rommelen. Geen strakke randjes steken en al helemaal niet ‘op kleur en soort’, maar gewoon een beetje harken à la tuinreservaat (google die term maar eens). Iets wat volgend jaar misschien gebeurt. Dit jaar leek het hier achter meer een tuinjungle.

Met hier en daar een leuke verrassing…al wacht ik hier, wijs geworden, nog even met plukken…

Room service

We plagen hem er af en toe mee. Dat-ie binnenkort toch eens op kamers moet. Dat het te lawaaiig wordt, soms. Dat-ie te veel eet, te weinig schoonmaakt. In de weg zit. In de weg loopt. Door ons programma heen praat. Bovendien was zijn broer op 17-jarige leeftijd ook al trotse kamerbewoner.

(Nee, S.! Jij mag nu NIET vertellen over die soppige e-mail die ik je stuurde toen oudste net weg was en ik met hangende schouders in de deuropening van die onttakelde slaapkamer hierboven stond te simmen over mijn leger wordende nest….)

Dat plagen dus. Want nu hij met zijn rijbewijs bezig is, moeten we niet alleen de koekjes achter slot en grendel plaatsen, maar ook onze autosleutels met ons leven gaan bewaken en zo. Al lijkt ‘grommen’ nu ook nog te helpen. En als de bank te vol is door hem, helpt: vieze verhalen vertellen, zogenaamd tegen elkaar. Binnen vijf minuten dreunt hij, mopperend over wat ons in hemelsnaam mankeert, naar boven, naar zijn computer en zijn eigen decibellen.

Maar hij weet, echt wel, diep in zijn hartje, dat we ‘m niet kwijt willen. Dat hij nog best even thuis mag blijven wonen. Dat hij straks de auto vast een keer mag lenen. Dat we zelfs wel wat diesel voor hem tanken, gewoon, omdat er een fossiel echtpaar is dat van hem houdt. Van heel zijn grumpy self en van al zijn enthousiaste verhalen, ook al moet ik er af en toe eentje begrenzen.

En ja. Het is natuurlijk buitengewoon handig als je als huisvader alleen maar even naar boven hoeft te bellen voor verse koffie, wanneer ernstiger zaken je gekluisterd houden aan de bank…

Een goed man kent zijn prioriteiten...

Een goed man kent zijn prioriteiten…

Fileleed

De tripjes naar de hogeschool in Z. zijn om meerdere redenen nuttig. Ten eerste is er op de hogeschool een ideale studeersfeer. Verder wonen in Z. vrienden die ik steevast te weinig zie. Vorige week zag ik, na afloop van het geploeter in de boeken, vriend G. We aten ‘Gnocchi con Limone’ (o.i.d.) met te weinig citroensap, maar omdat ik het toch niet kende, smaakte het evengoed. Deze week zou ik koffie drinken met R., die, voorafgaande aan mijn studiemeters, tóch in de buurt van de hogeschool moest zijn.

Het mocht vandaag niet zo zijn. Nog geen kwartier onderweg of ik dook een file in. ‘Keer om en ga lekker naar huis’, sms’te R. ‘Dan bellen we zo nog even.’ Ik bereikte na een eeuwigheid een afslag en draaide. Haalde chocola en dronk samen met de man een kopje koffie. Ik besprak per telefoon de dingen des levens met R. en moest toen hard aan de studie.

Wat ik niet deed. In de file had de verveling me aan het denken gezet. Iets met een site van S. en mij, die nodig aan vernieuwing toe was, en iets met het vinden van DE software de dag ervoor. Helemaal hyper raakte ik de rest van de dag in webmastermood. Geen studieboek van de hogeschool heeft mijn aandacht gehaald. Ergens deze week moet ik dat dan toch weer in zien te halen..

(Maar hey, die site die is nu dus wel mooi bijna af, qua ontwerp. Volgende week samen met S. het boeltje vullen en dan…woooo…trots achterover leunen (denk ik toch)! Niet dat er iets NIET nuttig was vandaag. Dus.)

Jammer dat er maar één blaadje binnen handbereik lag...

Haast jammer dat er maar één blaadje binnen handbereik lag…

To leave an impression

Hij had de laatste boodschappen over de band geschoven en gaf me wisselgeld en zegeltjes voor de theedoekenactie, toen we het ineens over school hadden. Ik was benieuwd in welke klas hij nu zat. Het was de vijfde. Ik rekende snel en dat zag hij. ‘In de derde blijven zitten.’ Het was een lastig jaar, met lastige vakken. Dat ene exacte vak bijvoorbeeld. Van meneer O. Ja. Die kende ik wel. Mijn derde klas op de school zonder C. had het destijds ook wel eens over hem. Lastig vak indeed.

‘U moet daar vast vaak over praten met meneer O., of niet?’ vroeg hij. Ik knipperde even met mijn ogen, zo hard dat ik het voelde. ‘Euh. Nee. Niet echt.’ De kassajongen keek een beetje verward. ‘Ik heb maar heel even op de school zonder C. gewerkt. Ik werk nu alweer voor het vijfde jaar op de school diep in Drenthe.’ Tegenover mij werd heftig gefronst. Ik propte de zegeltjes in mijn portemonnee en bedacht of zoon en schoondochter lichtblauw of grijs mooier zouden vinden. Voor theedoeken.

‘Nu u het zegt’, klonk het toen vanachter de kassa.

‘Ik heb u er de laatste tijd ook helemaal niet meer zien lopen…’

Toch een beetje gelukt...al was dit plaatje destijds voor heel iemand anders bedoeld...

Toch een beetje gelukt…al was dit plaatje destijds voor heel iemand anders bedoeld…