Save a prayer

Volgens mij was zelfs het Twingootje geschokt door de snelheid waarmee we vandaag mijn favoriete bedevaartoord bereikten. Vorig jaar maakten S. en ik er een heuse puzzelrit van. Ik weet niet in hoeverre het traditioneel geouwehoer tussen S. en mij toen voor vertragende ruis zorgde, maar, euh… Nou ja. De man, die mij dit jaar vergezelde, was op de heenweg nog niet wakker, wat mijn aandacht wellicht meer dan voorgaande jaren bij de te volgen route hield. Het scheelde zo’n 100 kilometer.

Die tijd maakten we te Kevelaer weer goed; wat ik vergeten was, was de onovertroffen liefde van de man voor prulletjes. Ook al hadden ze met kerst te maken of ging het om reli-kitsch. Kerststal na kerststal, engeltje na engeltje, christoffel na…neen. Hier moet ik eerlijk zijn. Toen hij die ene zilverkleurige met paars en rood gezien had, was hij verkocht.

Na een bezoekje aan de grote basiliek, waar ik voor de zekerheid twee kaarsjes opstak voor het behoud van internet, moest de man even bijkomen mit Kaffee. Daarna konden we verder. We hadden nog geen stalletje en ik wilde nog wel een mini-konijn (jawel). Bij de REWE namen we wat lekkers mee (en vergat ik de lucifers met blauwe kopjes), en toen we daar klaar waren, stonden we stil bij ‘de’ aankoop van de dag: een klein blikje met wonderlijke inhoud, ‘für unterwegs’. Van sommige dingen kun je je pas voorstellen dat je ze wilt hebben, als je ze in je handen hebt.

(Al begon de man toen wel een verhandeling over hoe het blikje te bevestigen op de klep van de airbag…als die dan lossloeg, dan werd je automatisch gezegend. Al stond het misschien ook wel slordig, zo’n kruis en rozenkrans, met kracht in je voorhoofd geslagen…)

...nu hebben we nog wel een klein probleem: er zijn twéé auto's, en er is maar één box...hmm...

…nu hebben we nog wel een klein probleem: er zijn twéé auto’s, en er is maar één box…hmm…

Uit de kast

Ik weet wat er gebeurt als de kelderdeur net iets te lang open heeft gestaan. Als ik even niet oplet tussen het zoeken naar een blikje tomaten en het grijpen van een ui. Als ik, afgeleid door een rinkelende telefoon, gedachteloos de deur achter me dichtdruk. Ik weet dat niet veel later een gedempt miauwen klinkt. Een zacht krabben aan de binnenkant van de deur. Speuren is spannend, maar wel graag met open deuren.

Ik weet dat ik de slaapkamer af moet sluiten, wil ik niet slapen tussen de haren of strijken op een laagje poezenbont. De kledingkast die in de muur gebouwd is moet dicht. Meneer ligt anders prinsheerlijk tussen de t-shirts en hemdjes te dromen van nog meer open deuren en ruimtes om in weg te kruipen.

Ik check en dubbelcheck. Kijk nog een keer. En nog eens. En dan krijg ik rond een uur of vier toch nog een What’s app-bericht van jongste. Ik heb de Wupster opgesloten. In de inloopkast op de overloop. Misschien moet er in zijn schoen maar een loper … of een huis met duizend kattenluikjes …

Ook een favoriete verstopplaats: onder een vers dekbedje...

Ook een favoriete verstopplaats: onder een vers dekbedje…

Donkere dagen en daden vol liefde

Het zuchten is zacht, nog, maar ik ken hem te lang om het niet op te merken. De gebaren worden zwaarder, de toon een stuk lager. Nog éven en ik mág weer. ‘Laat eerst die ouwe met die baard en die knechten vertrekken!’ moppert hij zacht en tegen de bierkaai, zo weet hij, maar als hij niets probeert, wie is híj dan nog? Hij moet toch minstens van zich laten horen. Al is het schier onhoorbaar. Ook al is het tegen beter weten in.

‘Sky Radio begint er volgens mij óók eerder mee,’ laat ik weten, ‘volgens mij al op 1 december.’ Ik vind het knap van mijzelf dat ik niet over het digitale kerststation begin dat al bijna twee maanden ‘Last Christmas’ en ‘Rudolph the rednosed Reindeer’ draait. ‘En in Hoogeveen staat een enorme kerstboom langs de snelweg. Lichtjes ‘and all’.’ Ik begin spontaan een dansje. Zal ik ook nog beginnen over de zolder en wat daar nog allemaal ligt? En dat het tóch naar beneden moet, dus waarom nú al niet?

En de eerste kerstkaart is al binnen. En het wordt toch al kouder. En de kaarsjes gaan aan. En, en, en…en hij bood gisteren zelf aan met mij naar die ene kerstmarkt te gaan. Volgende week al. Dus.

Ik zal tot zondag wachten…

fijne-feestdagen

Graag nog even

Een paar weken geleden rende hij ineens van kattenbak naar krantenbak, van oudpapierbak naar plantenbak. Niet langer dan een seconde of vijf stond hij in een bak of pseudo-bak. Daarna zoefde hij weer verder. Naar de volgende bak. En toen maar eens op naar de dierenarts. Het was een blaasontsteking. Medicijnen, pijnstillers en een lege portemonnee gingen mee terug naar huis.

De ontsteking verdween. We haalden opgelucht adem. Voor even. Tot we merkten dat The Big Wupster wat minder groot werd en hij liep zo vreemd en stijver dan stijf. In het weekend leek hij ronduit kreupel. Onze fronsen werden dieper, de dierenarts werd wederom gebeld en bezocht. Hij vond een pijnlijke teen en in drie weken tijd had Wuppie een pond verloren. Zelfs voor een stevige kat iets te veel.

Het kon wel dit…en het kon wel dat…en nou konden we wel van alles, maar… En toen ging het gesprek inenen over poezen van 15 en een half. Zo respectabel. En wat je dan nog wel, en echt niet meer zou moeten willen. De man aaide en aaide de Wupster, terwijl hij hem in zijn dikke vacht murmelde dat de ouwe rooie toch echt zijn vriend was.

Ik keek naar de man die zijn vriendje aanhoudend over het ruggetje wreef en hij keek op zijn beurt naar mij. We waren pas een paar uur later in staat om te verwoorden wat we dáár, in die spreekkamer bedachten. Dat je in korte tijd een beest blijkbaar zó in je huis en hart opneemt, dat je nog maar één ding wilt: het moet hem goed gaan. Oh ja. En stiekem nóg een ding: dat hij voor eeuwig bij je blijft.

Hij is er na een nieuwe ronde medicijnen weer even helemaal 'bij', kun je wel concluderen...

Hij is er na een nieuwe ronde medicijnen weer even helemaal ‘bij’, kun je wel concluderen…

Rocken via omwegen

Ik had het goed bekeken op internet. Toch belandde ik op een duister parallelweggetje langs vervallen huizen, waar slechts een half peertje brandde tegen een schimmelige buitenmuur. Ik belde I. Ze lachte, want ze woont een halve straat verder, dus ik hing op. Het zou me nu wel lukken. Bij een nummer dat heel erg leek op het juiste, reed ik een trekkerpad op en eindigde bij een geïsoleerd boerderijtje waar een koppel bruine labradors mij uitzinnig welkom heette. In zijn achteruit, kronkel na kronkel, maar weer terug. Ik belde I. Ze liep naar buiten, zocht mijn auto en al snel huppelde ze over de weg voor me uit richting haar verborgen paleisje. We spraken over haar huis, jam en appelmoes, boeken, boeken, liefde en nog eens liefde, en gingen toen op weg naar Amsterdam.

Ze had het heel goed bekeken op internet. Iets met afslag Duivendrecht en verder was het simpel. Ik zag een vrolijk Fletcher-hotel, een IKEA, dat volgens I. in Duivendrecht stond, maar volgens mij waren er wel meer IKEA’s in Amsterdam. I. strekte haar hals en zocht naar een Arena, naar aanwijzingen, naar, naar… ‘Bel de man!’ riep ik vertwijfeld, en dat deed I. Met zwoele stem sprak ze hem uitgebreid toe dat hij nu mooi NIET aan de lijn had, wie hij dacht dat er zou zijn. Ik zuchtte, maar met een glimlach. De man sprak van afslag na afslag, rechtsaf en dan rechtdoor, waar ‘de hele flikkerseboel’ bij elkaar zou staan.

‘We moesten toch rechtdoor’, vroeg I. iets later, toen ik zeer eigenwijs linksaf sloeg naar de parkeergarage bij de Arena, maar al snel grijnsden we beiden breeduit. Onze dwalingen waren voor minstens drie uur ten einde. Op naar de verleidingen van het donkerbruine stemgeluid van Nick Cave. Die terugweg…dat was een duidelijke ‘laterzorg’…

De avond kreeg van mij wel iets meer dan drie sterren, hoor...

De avond kreeg van mij wel iets meer dan drie sterren, hoor…

Het dak gaat eraf

We hebben er allebei last van. Alles kan nog ergens goed voor zijn en als dat niet zo is, dan zijn we overal wel vreselijk aan gehecht. Zo hebben we bijvoorbeeld blikken vol moertjes, schroefjes en gordijnhaken, maar ook bakken vol oude concertkaartjes en liefdesbrieven.

Maar toen. Moest het dak eraf. De man en ik keken elkaar verschrikt aan. Onder het dak staat het dus vol met…juist. Voorzichtig trok ik een doos uit de stapel; gedeukte ordners en gescheurde tassen. Een andere doos was lastiger: de zaken die daarin staken waren duidelijk nuttiger. We jutten elkaar een beetje op; elk ding is voor de een toch iets minder nuttig dan voor de ander. Ook al keek de ander even ongelukkig. Dat dak, immers, en…

Er ging een metalen bed weg, een djembee, een zak met breiwol en een snoer met lichtgevende dolfijntjes. Met het verslepen van doos na doos, verschenen er gaten in de eerder zo ondoordringbare berg en kwam er een vreemde wind door onze gedachten. De oude, rotan wieg: mag weg. Die berg met knuffels: weg. Alle oude kaarten: weg (oh, wacht, de postzegels voor schoonzus!). Ik stuurde app na app aan oudste: mochten die en die spullen weg? De trouwhandschoenen van mijn oma? Nee! Excuus. Brieven aan de man en vice versa? Weg. We hebben ze niet eens meer gelezen.

We liepen gisteren een rondje, de man en ik. We praatten over daken en zolders, over huisjes die nog kleiner zijn en die we ooit nog wel eens willen. ‘In het voorjaar dan begin ik toch eens aan de schuur’, zei de man. Ik keek voorzichtig opzij, wetend van de nog onhoudbaardere bewaardrang dan die van mij. ‘Ach ja’, ging hij verder, ‘je kunt wel àlles bewaren!’

Ik werd voor even toch een beetje stil…

We vinden de opmerkelijkste zaken op zolder...

We vinden de opmerkelijkste zaken op zolder…

Haarfijne ervaring

De vorige keer had ik wèl een afspraak voor hem gemaakt, maar die moest ik toch weer afzeggen. Déze keer had ik nog geen afspraak gemaakt, en toen ik wèl wat wilde regelen, had meneer alweer een volle agenda.

Het moest nodig, vond hij. Zijn wilde manen stonden ook regelmatig alle kanten op, maar borstelen leidt tot een ongewenste pluizigheid, dus dat deed hij niet. Hij ging er vast ook steeds treuriger bij kijken, maar daar konden we niet zo goed meer over oordelen; zijn blik was al lang en breed versluierd.

‘Bel dan zelf!’ riep ik uit, de wanhoop om het in aangroei zijnde vogelnest nabij. Ik wees op het kaartje op de koelkast, op de website, op, op, op…nou! Hij haalde mismoedig zijn nèt nog zichtbare schouders op. ‘Haal er maar een tondeuse overheen.’ En dat deed ik.

Nadien lag in zijn weer zichtbare blik het zekere weten: je moet soms dingen werkelijk doen, om te zien, dat het toch anders moest…