Next shot

Ik ben in hoge mate verslavingsgevoelig. In die mate dat ik bij een ‘cold turkey’ het behang wel van de muren wil trekken (kijk er uw Christiane F. desnoods even op na…). Ik ren het liefst van dosis naar dosis, van shot naar shot…oh wacht. Da’s hetzelfde. Awel. Herhaling en een hoge intensiteit zijn beide kenmerken van…juist.

Niet dat ik drink. Van een half glas wijn raak ik al straf uit het lood. Bier over de datum? U vindt het bij ons in de kelder. Roken doe ik ook al niet en met pillen hoeft u bij mij niet aan te komen. Niet nadat een pittige recherchetante me ooit heeft uitgelegd hoe die dingen je in no time richting Petrus kunnen krijgen.

Neen. Van dat alles niks, maar dat maakt mijn verslavingen niet minder bont of minder gevaarlijk voor het behang. Verschillende zijn er in de loop der jaren langsgekomen. Verslaafd aan werk. Tsja. Verslaafd aan bepaalde etenswaren, waaronder de avocado. En ach. Die ene verslaving. Die niet alleen vermoeiend is voor mij, maar minstens zo voor het object van begeerte. Mijn verslaving aan sommige vrienden, waardoor een schamel shotje per week net zo ellendig kan lijken als één rijpe avocado op de schaal.

En dan dat lopen nog! De man en ik hadden een mooie route gepland voor gisteren. ‘Hemrik’, 16 kilometer. En toen kwam de vorst. De ijzel. Dan maar Drenthe in. Drie korte routes smeedde ik in allerijl aan elkaar, om het wandelshot zo effectief mogelijk te maken. De zich over het land spoedende ijsregen was sneller. Wèg Drenthe. Ik keek de man aan, woordenloos door mijn kurkdroge mond. ‘Het westen?’ opperde hij. Ik surfte naar Buienradar. Tikte ‘Flevoland’. Het was er zes graden boven nul.

Mijn hart ontdooide. Het shot voor zondag kregen we nog net op tijd binnen.

Het verslavingsbeest hield zich na deze monstertocht gelukkig even stil. Minstens een halve dag...

Het verslavingsbeest hield zich na deze monstertocht gelukkig even stil. Minstens een halve dag…

De a van allerlekkerst

Ja! De avocado. Niet te verwarren met de advocado. Die laatste is in mijn beleving een gele derrie uit een lomp model glazen fles, brede hals, dat werk. Het riekt naar alcoholische eidooier en zo smaakt het ook. Je vindt de advocado in de ruimbagage van de pensionado, op weg naar weer een half jaar in Spanje.

Nee. De avocado, zonder die ‘d’ van dooier. Het vel groen als lentegras wanneer-ie nog niet rijp is, maar al wel te koop. Bruinrood en zachtjes in te deuken tegen de tijd dat het vruchtvlees een zacht lindengroene tint heeft bereikt, iets als DMC 05905, voor de handwerksters onder ons. Zijdezacht en olie-achtig in de consistentie. Haast niet meer in blokjes te snijden zonder dat snijplank en vingers vettig groen uitslaan.

Ah! De avocado! Je kunt er guacemole van maken, met flink veel knoflook voor een avondje sociale isolatie. Je kunt er gezonde smoothies van maken, ik verdenk Broer ervan. Dat doet mij slechts verdriet, het idee van het vermalen van deze fabelachtige vrucht tot pulp met veelal toegevoegd (chia-)zaad en spinazie of ander hype-gevoelig bladgroen.

Hm! De avocado. Ik lust ‘m rauw. Een halve in grove stukken, met blokjes tomaat, zwarte olijven (Taggia, als u het zonodig wilt weten, van de AH, waar ik verder graag niet kom). Er mag een beetje sla bij, maar zonder slierten of te veel krullen. Een beetje groene kruiden uit een busje, waarvan ik naam even kwijt ben. En een paar flinke lepels uit een achtkantig potje van de Lidl. Feta, ja. Vergeet de olie niet mee te scheppen!

(En doe tijdens het eten niets met vlekgevoelige apparatuur of boekwerkjes. Dat gaat mis. Geheid. Iets met schransachtig smullen en over-de-kin-lopen. En zo.)

...te laat!

…te laat!

Vermagerd brein

We maakten er gisteren grapjes over, collega ‘sprietje’ en ik. Er was iets vergeten, maar dat kwam volgens ons simpelweg omdat we ook kilo’s kwijt waren in ons brein. Omdat dat goed bij de situatie paste, lachten we er beiden zeer schaapachtig bij.

Vandaag racete ik even op en neer naar Duitsland. Lactosevrije melk halen, wat andere prozaïsche zaken en een zuut op bestelling. Oh ja. En een cadeautje voor een vriendin. Omdat ik wist dat ik het dáár kon halen. Ik parkeerde de Renault onder de Kaufland in Meppen.

Shoot! Ik had niet aan een euro gedacht voor in het winkelwagentje. Geen S. bij de hand die ik erom kon vragen of er de schuld van kon geven dat ik ‘m niet bij me had. Na een spastische zoektocht vond ik ergens toch nog een passende munt. Ik pakte een wagentje en nam de roltrap naar boven. Lege flessen ingeleverd..hekje door..

Shoot! Geld vergeten. Om de een of andere reden houd ik er niet van in die winkel te pinnen. Bang dat het mis zou gaan, omdat het ooit zo ging. Met bibberende vingers stak ik mijn pas in het apparaat. Operatie geslaagd. Nu op naar die andere winkel. Niet vergeten net buiten de Kaufland te pinnen bij het apparaat naast de lege-flessen-automaat.

Shoot! Want natuurlijk stond ik voor de Lidl met een hinderlijk gezoem in mijn hoofd. Iets met: hoe kun je dát ook nog vergeten? Maar ja. Terugrijden was ook zo wat. Ik telde mijn briefjes en kwam uit op ‘nog vijf keer vijf’. Hmpf. Elk pakje en zakje werd uitgebreid bestudeerd. De prijs ervan onthouden. Pinnen lukte hier echt niet. Dat zat nog wèl stevig in mijn hoofd.

Goddank is niet àlles eruit gevallen….

Bij de Lidl heb ik dan toch mooi bezuinigd. Compensatie. Voor die laarsjes. Bij 't rokje van gister.

Bij de Lidl heb ik dan toch mooi bezuinigd. Compensatie. Voor die laarsjes. Bij ‘t rokje van gister.

Vol

Ze laat haar blik van boven naar onder glijden en weer terug. ‘Blijft er nog wel wat van je over?’ Ze grijnst er zeer breed bij. ‘Ben je weer aan het projecteren, collega?’ reposteer ik, want hetzelfde denk ik over haar. Nog even, en dan zijn we samen precies één van ons van vorig jaar.

Misschien zijn we er zelf nog het meest verbaasd over. Een páár kilo verliezen, ok, dat was ook wel gezond en zo, maar bij ons allebei is ‘het’ ongemerkt iets meer dan een beetje geworden. T-shirts die van schouders glijden, rokjes die zonder riem niet op heupen blijven hangen. Spijkerbroeken met ‘van achter’ wel heul vreemde vouwen. En dan dat eten weer. Met het team van havo3 zijn we in een Italiaans restaurant. Zij neemt een voorgerecht, maar twijfelt of het zal passen. Ik weet wel zeker dat een voorgerecht niet gaat lukken, dus ik passeer en houd het op wat brood met olijven.

Na haar carpaccio komt pizza. We kijken er beiden benauwd naar. Bij mij staat een bordje met mixed grill van vis. ‘Vroeger’, zo spreek ik melancholisch en zo spreekt zij terug. Een uurtje eerder oreerden we over eindeloze schranspartijen, die nu nog slechts mogelijk zijn met tussentijdse lozingen en natijdse hopeloze buikpijn. Ik val met dit stukje in herhaling, zoals ik met deze collega ook steeds in herhaling val over de verbijstering van ons ongehoorde afvalproces. Vandaag bedenk ik dat het natuurlijk ook erg zuinig wordt, zo zonder voorgerecht en toetjes. Heel handig, want nieuwe rokjes zijn altijd welkom en nu met een extra excuus. Vandaag dus alweer eentje aangeschaft, maar om nu dáár een heel stukje aan te wijden…

Ik was zo bezig met alles wat bij mij niet paste, dat ik vergat een foto te maken van toen er nog eten was..

Ik was zo bezig met alles wat bij mij niet paste, dat ik vergat een foto te maken van toen er nog eten was..

Stop – go!

Dat overkomt me toch niet vaak: vier dagen zonder inspiratie. Geen lust te schrijven, zelfs geen zin om te denken. Als ik dat treintje in mijn hoofd eens stil kon zetten! Maar het gaat achter elkaar rond als op een railsje onder een kerstboom – met op steeds hetzelfde punt hetzelfde snerpend signaal. Geen stationnetje. Alleen de stroom eraf helpt. Of simpelweg het gezoem en gefluit maar negeren. Wat soms drie seconden lukt.

En daarna surf ik naar de wandelzoekpagina en zet intussen ‘Magnificat’ op tien. Daar komt even geen treinfluit doorheen. Zeker niet als ik meegalm. Vals, ja. See if I care. Ik klik op Friesland en op ‘ergens tussen 11 en 14 kilometer, want voor méér zijn we te lui in de ochtend en gaat de zon te vroeg onder. Iets met een restaurantje, cafeetje, zoiets, en dan graag halverwege. Ik snoer mijn veters aan en vat de man. Voldoende grip in zijn kraag, als het om wandelen gaat.

Het treintje zoemt wat jengelend nog, als ik de auto parkeer op een verlaten parkeerterrein achter een lege supermarkt. Het pruttelt en hoest, als we het gekozen dorp via een oud kerkenpaadje verlaten. Voorbij een weiland, richting het bos. We zien twee reeën voorbijschieten en wijzen verwonderd naar alles wat we deze keer weer aan nieuwe dingen zien. Het voelt steeds leger, ondanks omgevallen bomen waar we overheen moeten klimmen en smalle paadjes langs veel te dicht bos. Steeds stiller, ondanks het lachen om de eindeloze reeks grapjes die hij alleen maken kan.

De uit-knop zit in mijn benen. Met iedere kilometer wordt hij verder ingedrukt.

(Oh. En dan word je er ook nog eens retestrak van. Als je tenminste niet te veel restaurantjes met toffee-brownies tegenkomt. Dus.)

..achter de man aan is niet per se vervelend..

..achter de man aan is niet per se vervelend..

Eerst bellen, dan twitteren !

Ik had er een laptop bij gezet, in de les met de C-klas. Het plan was: klas aan de slag met grammatica, ik aan de techniek. In de toetsweek moeten er nogal wat toetsen omgezet worden naar een exemplaar dat voorgelezen kan worden. De samenraapsels van kopietjes, stencils, getekende (!) tabellen en dat dan weer gekopieerd en gescand kosten me helaas meer tijd dan me lief is. Dat werk.

Ik dwaal af. De laptop. Met het snoer aan de linkerkant van mijn bureau. Daarheen waar het stopcontact zit. Daar waar leerlingen, maar ook ik, regelmatig de voeten aan de grond zetten. ‘Nu moet ik dus proberen níet mijn nek te breken,’ mompelde ik min of meer in mezelf. Ik dacht aan vorig jaar, toen ik tijdens de les over mijn eigen laarzen struikelde en met een cartoonachtige ‘thud’ op mijn gehele rechterzijde neerging. Het was toen wèl in één keer stil in de klas. Zelfs ik hield voor even mijn mond.

‘We bellen 112 wel, hoor,’ klonk het van de achterste rij. Mijn mompelen is niet meer wat het geweest is. ‘Of we twitteren het!’ Zucht. ‘Als je éérst 112 belt, dan twitter je er daarná maar op los!’ zei ik goedmoedig. ‘Stel je voor zeg,’ ging ik verder,’ lig ik hier met een gebroken nek, hartstikke heengegaan…’ ‘Facebook!’ brulde er eentje. ‘Ja,’ zei ik sip. ‘Zet het ook maar op Facebook. Daar heb ik dan tóch geen last meer van.’ ‘En als jullie toch bezig zijn, vergeet meneer Todor dan niet in te lichten. Dat hij nieuwe oefeningen voor jullie op de site zet.’ De grappen verstomden. Een beetje. Oh ja. Grammatica.

Ik keek nog eens goed naar mijn laptopsnoer. Legde het iets verder tegen de wand. Heel plat. En voor de zekerheid bleef ik de rest van de les zitten waar ik zat.

In huusje heb ik het snoer tegen het raam aan liggen. Niemand die híer in geval van nood zal gaan twitteren, ten slotte...

In het huusje heb ik het snoer tegen het raam aan liggen. Niemand die híer in geval van nood zal gaan twitteren, ten slotte…

 

En dan is er …

Zo’n dag die alle kanten uitwaaiert. Van een eerste uur, waarin je eigen klas precies dát doet wat je vraagt en je slechts één leerling hoeft te herinneren aan het feit dat ‘spelletjes’ en YouTube niet op de planning staan. Zo’n dag waarop je tijdens het vijfde uur voelt dat iemand in jou een rood gordijn wil laten zakken. Zodat je die ene leerling veiligheidshalve maar naar de teamleider stuurt, want in jouw lokaal is geen behang, maar het is er wel hóóg en de ramen kunnen open.

Zo’n dag waarop je ziet dat het met die ene collega helemaal nog niet best gaat. Van de ander hoor je lelijk nieuws. Weer een ander haalt thee voor je en dat is zo lief dat je er niet achteraan durft te roepen dat je de hele dag nog geen koffie hebt gehad. Zo’n dag waarop het meisje met het taalpaspoort haar duim opsteekt op je vraag ‘hoe de boektoets ging’. Waarop die ene collega komt vertellen dat je klas ‘net een gymnasiumklas’ leek. Hoewel het vooroordeel over de havo 3-klassen een teer punt is, besef je wel degelijk dat hij een complimentje maakt.

Zo’n dag die je uiteindelijk maar uitzwaait in het kantoor van Chef. Er komen twee mannen in pak binnen die graag naar het ventilatiesysteem willen kijken. Dat mag van Chef, als ze er meteen maar voor zorgen dat zij er niet langer in een zomershirtje hoeft te zitten. ‘Waardoor WIJ weer veel te opgewonden raken!’ voeg je daar aan toe. Waarop de mannen zich als één omdraaien en ‘buh-wu-bwu-wa’ mompelend bekijken wie dat zei.

Chef en ik grijnzen een ‘high-five’ over de tafel heen…en ik pak jas en tas. Op naar dat kopje koffie, in het winterzonnetje, voor mijn huusje van deze week. Het zou er eindelijk van komen…

Gelukkig had ik op de terugweg koffiefilterzakjes gehaald. Met keukenpapier wordt het toch...

Gelukkig had ik op de terugweg koffiefilterzakjes gehaald. Met keukenpapier wordt het toch…