Naar de top

Ze wist het gisteren nog niet. Of ‘het’ vandaag wel wat werd. Iets met alle stress rond de ene auto en wat stress rond een andere auto. Tot mijn grote vreugde werd ‘het’ vandaag toch wel wat. We vulden onze rugzakjes met proviand en namen de bus van iets over elven, op weg naar, volgens Mara, een wonderschoon stukje natuur (vrijelijk geparafraseerd door ‘moi’).

En een wonderschoon stukje was het. Ergens halverwege sms’te de man of ik lekker geslapen had. (De Noorse natuur heeft, in tegenstelling tot de Veluwe, wèl bereik.) Ik sms’te terug dat-ie naar zijn e-mail moest kijken, dan zond ik even het uitzicht van precies dat moment. Of ik het mee zou nemen naar huis, vroeg de man. Maar dat zou helaas niet gaan. Hij moest het zelf maar komen bekijken. Wat hij van de zomer zeker zal gaan doen.

Ik heb verschrikkelijk veel foto’s genomen en intens gestaard in iedere mogelijke richting. Als ik het idee had gehad dat ik hier nooit meer zou komen, zou dat schier ondraag’lijk zijn geweest. En dat is dan alleen nog maar ‘het zuiden’. Mara zuchtte vaker nog dieper dan ik, maar, zo gaf ze toe, dat lag ook wel een beetje aan de conditie.

Dat ze na afloop van deze mini-monstertocht besloot nog bijna een half uur te lopen naar een halte vanwaar we tóch nog een redelijke bus richting huis konden halen, mag met recht een topprestatie na een topprestatie worden genoemd. Nu moet ze morgen nog de nieuwe auto gaan ophalen (en mij uitzwaaien), maar zondag, geloof ik, moet er niemand op de deur gaan rammelen met wilde plannen. Als-ie geen emmer water over het hoofd wil krijgen, that is…

...misschien mag je wel op de deur bonzen met het plan om te helpen met afwassen...

…misschien mag je wel op de deur bonzen met het plan om te helpen met afwassen…

Exploring

Doordat op dinsdag de as onder Mara’s auto brak, verloopt mijn tripje iets anders dan gepland. Nu had het nog heel anders kunnen verlopen, met berichtjes in kranten met verontrustende foto’s enzo, dus begrijp me niet verkeerd: je hoort mij niet klagen.

Mara ging vanmorgen op autojacht. Ik sliep een beetje uit in het logeerbedje in het logeerkamertje boven. Ja. Ik ben me bewust van het bovenmatig gebruik van verkleinwoordjes, maar als u ooit in dat kamertje heeft geslapen, dan snapt u mij. Awel. Na het uitslapen ontbeet ik, reeg de wandelschoenen aan en vatte de rugzak.

De zon scheen. Er stond een fijne wind en het rook buiten naar zee. Niet zo gek als je bedenkt dat je de zee hier vanuit het huis kunt zien kabbelen. Ik liep naar de kerk van Torvastad. Bedenk me nu dat ik niet eens heb geprobeerd of ik er een kaarsje ter behoud van internet kon opsteken. Misschien kwam dat doordat ik getrokken werd door het bijzondere, glooiende kerkhof. Met schokkend veel jonge doden. Ik moest er behoorlijk door slikken. (Watje, ik weet het.)

Ik vond het Kulturhus, waarachter een stukje gecultiveerd bos begon.(Ik ben wel avontuurlijk, maar graag met hier en daar een richtingaanwijzer, alstublieft, dank u wel.) Het bos geurde naar hars, er liep hier en daar een vriendelijk mens en een mottig schaap, en vanwege het avontuurlijke karakter van mijn tocht kraakte er ook nog een incidentele dennenboom.

Ruim tien kilometer later stond ik weer voor het rode huisje van Mara. Ik at een boterham, gooide een beker thee naar binnen en stapte op de bus naar Haugesund. Op naar een nieuwe buit. Ook weer blauw. Maar ook roze. En paars. En…euh…dat weet ik niet meer. Je kunt er in ieder geval prachtige sokken van breien!

Busritten en bonte buit

Het regende niet, vanmorgen. Net als gisteren dreigde het een fantastische dag te worden. We begonnen ‘m op de bank. Ik in pyjamabroek, Mara in iets soortgelijks. Ik zette koffie. We aten koekjes (ik iets meer dan Mara), ik las, Mara schreef. Uiteindelijk begon het dan toch, al was het even, te regenen.

We pakten de bus van iets over elf naar een zaak die ‘iets’ met auto-onderdelen deed. Ik dacht aan de man en aan hoe hij zich hier zou verliezen. Op de achtergrond werd in rap Noors duidelijk dat de onderdelen voor Mara’s auto niet allemaal te krijgen zouden zijn en wat er wel te bestellen was, werd veel en veel te duur. Het devies werd: anderszins shoppen. Oh ja. En langs de bank.

Ik heb geen idee hoeveel bussen we vandaag van binnen hebben gezien en hoeveel kilometers we ermee reden. Genoeg om de aankoop van een driedaagse pas nu al te verantwoorden. Dat wel. We bekeken een sportzaak waar ik mijn handen diep in mijn zakken hield (en vèr van mijn portemonnee), ik pinde per ongeluk 2000 kronen te veel (handig alvast voor de zomer), we lunchten heerlijk, ik schreef kaarten (omdat dat leuk is), we deden boodschappen voor het eten en Mara kreeg groen licht voor de aankoop van een nieuwe mobiel.

Ohja. En ik had op dag één al DE buit te pakken. Nog dagen genoeg over om te bedenken welk plekje ik in Nederland in huis vrijmaken zal…

...de buit is bont, maar welke bonte buit gaat mee in de koffer...?

…de buit is bont, maar welke bonte buit gaat mee in de koffer…?