G-kracht

Dat afvallen doet vreemde dingen met de mensch. Het lokt mij meerdere malen per maand richting kringloopshop, alwaar ik me verwonder over de steeds ruimere keuze – al lijkt maat 40 dan toch weer minder voorradig dan maat 42, dus het zou ergens ook wel praktisch zijn als dit mysterieuze proces zou stoppen. Wat het dus vooralsnog niet doet.

Maar da’s de buitenste laag. Nou nog de boel eronder. Onderbroeken bij de HEMA halen in maatje L..en dan verbijsterd met dat spul rond je achterste staan te hysterie-lachen: het potdomme-nondekei-verdrommels LUBBERT! Moehaa! Nou ja. Leger des Heils is er weer blij mee, want terugbrengen mocht niet meer.

Nog zo’n fenomeen: de beha. Ik greep voorheen in een willekeurig warenhuis wat me groot genoeg leek, en dat voldeed dan wel. Min of meer. Ooit beschreef collega M. iemand ‘die nog grotere borsten had dan B.’ Die ‘B.’ was ik dus. Volgens mij staarde ik haar aardig dommig aan. Vandaag zei ze weer zoiets. Iets als ‘met die maat’ moet je wel uitwijken naar Marlies Dekkers of andere grote-maten-goeroes. ‘Mwaha!’ deed ik. Vanbinnen.

Maar daar stond ik toch, vanmiddag. In die serieuze ondermodezaak. Met mijn geminimaliseerde zelf. En die dus toch niet heel erg geminimaliseerde voorgevel. Gek genoeg. Het was alleen dat al mijn bh’s een beetje vreemd waren gaan zitten, met hangende elastieken en een tekort aan haakjes enzo. Ik paste 80E, want dat had ik een beetje met mijn huishoudmeetlint berekend. Het paste niet. Ik greep ongelovig naar 80F-. Het paste niet. Ik keek eens rond, op zoek naar Ralph Inbar, maar die was toch dood? En dus werd het 80G. (G!) En dat zat als gegoten.

En toen rekende ik zwetend af en maakte dat ik wegkwam. Onderwijl nog eens turend naar verborgen camera’s…

U dacht toch niet dat ik die 80G hier zou tonen? In plaats daarvan weer eens een tijdelijk onderkomen. Yay!

U dacht toch niet dat ik die 80G hier zou tonen? In plaats daarvan weer eens een tijdelijk onderkomen. Yay!

Van pollen en bessen

...door de bessen de pollen niet meer zien, zoiets...

…door de bessen de pollen niet meer zien, zoiets…

Op deze plek heb ik er eerder wel eens over geschreven: de onverwachte obsessie van Broer jegens superfoods. Tijdens familiefeestjes, maar ook op Facebook, werd er druk geëvangeliseerd: chia-zaadjes waren ‘da bomb’ en een handjevol goji-bessen was de oplossing voor menig probleem.

Ik bezag deze ontwikkeling met de wenkbrauwen hoog en de adem ingehouden. Een frikandellen-speciaal-broer die het vergroten van zijn maaginhoud als levensmissie kende, die wordt op zijn minst verdacht als hij het heeft over ‘gezond eten’, laat staan over superfoods, raw foods en allerhande wereldvreemd zaad. Ik was er niets bij, en ik was toch het fundamentalistisch-vegetarisch-fenegriek-zusje hier? De rollen leken gewisseld en ik kende duidelijk mijn nieuwe tekst niet.

Gisteren merkte ik dat ook de buurtsuper speler was in dit complot. De eigenaar krabde theatraal op zijn hoofd, toen ik hem vroeg wat het display met al die potjes met die vreemde zaden en poeders in het gangpad deed. Hij leek me zelfs iets schuldbewust te kijken. ‘Het is een plaag!’ had ik moeten zeggen, maar in plaats daarvan bespraken we uitgebreid het bizarre assortiment.

Potje na potje pakten we beet. ‘Die eet ik dus ècht niet!’ zei ik tegen de chia-zaadjes. Ook het tarwegras komt mijn smoothie niet in. ‘Maar palmsuiker zal wel goed zijn’, zei de supermarktbaas, en iets met kokos leek hem ook wel wat. Ik zuchtte: ‘Laat ik eens gek doen’, vatte de goji-bessen met ferme greep beet. ‘Ik probeer ze.’ Ook de stuifmeelkorrels verdwenen in mijn mand. ‘Laat je me weten wat je vindt?’ vroeg de winkelman en ik knikte.

Ik maakte yoghurt met aardbeien, banaan, druif en walnoten, vijgen en abrikoos. Er ging een eetlepel bijenkorrels overheen en een klein handje gedroogde rode besjes met een vreemde vorm. Ik at. Ik proefde. En Broer?

Die overwon.

's Middags gewoon weer avocado (en tomaat en geitenkaas) op mijn boterham, hoor...er ZIJN grenzen...

‘s Middags gewoon weer avocado (en tomaat en geitenkaas) op mijn boterham, hoor…er ZIJN grenzen…

Gullible

Gullible. Ik vind het een koddig Engels woord. Het is ook een woord dat blijkbaar op mij van toepassing is. Nou ja, dat werd me door S. in ieder geval regelmatig verteld. Met een glimlach, maar ook hopeloos zuchtend. Een naïef meisje; zo goedgelovig en heul gemakkelijk om de tuin te leiden. Een wijs man, die S.

Maar ja. Ik wil zo graag vertrouwen op het feit dat de ander je geen smoesjes toebedeelt, laat staan grove leugens voorhoudt over wat dan ook. Wat dat betreft ben ik een fundamentalist. Met het verbergen van eerlijkheid verstop je toch de mogelijkheid tot het hebben van een werkelijk waardevolle relatie.

Misschien ben ik te lui om ingewikkeld gesmoes te analyseren en in de bak vol lulkoek te smijten. U kunt aan mij, zo u begrijpt, de meest uitzinnige onzin kwijt. Als u het goed brengt. Zo lang mijn alarm niet afgaat, hef ik mijn vingertje niet. Want ja, ik hèb wel een alarm. Het pruttelt af en toe heel zacht. En dat wuif ik voor het gemak dan weg. Het moet héél erg hard gaan schreeuwen, met alle toeters en bellen en alles wat een alarm maar uit de kast kan trekken om een mens te doen ontwaken.

En dán, jawel, dan luister ik wel. Ik raak ontregeld, onthutst, buiten mezelf van mijn onnozelheid. Gullible is ineens een ontieg’lijk lelijk woord. Ik vloek en scheld. En ga vervolgens verder, daar waar ik gebleven ben. Being gullible. Omdat ik blijkbaar soms niet leren kan of niet anders kan. Omdat die schakel simpelweg ontbreekt.

(Voor de slimme commerciëlen onder u: verkooppraatjes analyseer ik dan wel weer METEEN heel goed, dus voor u denkt aan mij een 337-delige verzameling authentieke visvorkjes of een Kirby-stofzuiger te kunnen slijten…dát gaat u gek genoeg ècht niet lukken…)

Ik geloof zelfs dat het vernielde dakje van de uitbouw door de boosdoeners gerepareerd zal worden...

Ik geloof zelfs dat het vernielde dakje van de uitbouw door de boosdoeners gerepareerd zal worden…

Mooi op tijd

...als u goed kijkt, ziet u wel meer zaken die we behoorlijk op tijd neerzetten...

…als u goed kijkt, ziet u wel meer zaken die we behoorlijk op tijd neerzetten…

Intussen weet u dat wel. Dat van de man en zijn aversie tegen kerstspullen. Al moet ik zeggen, dat daar iets in veranderd lijkt te zijn, sinds onze eerste gezamenlijke bedevaart naar kerstachtig Kevelaer. Hoe kan het anders dat er dit jaar toch niet werkelijk haast gemaakt hoefde te worden met het opruimen van de groene takken vol met ballen en lichtjes en alle stalletjes en prulletjes en, en, en… Ik zag vorige week dat één stalletje dit jaar zelfs volledig ontsnapt was aan de jaarlijkse verbanning ‘naar boven’.

Het stalletje dat S. ooit in één van zijn befaamde grappen een hoofdrol liet spelen. (Daarover kunt u desgewenst hier nog iets teruglezen.) Het staat nu, op de eerste ‘echte’ lentedag, nog steeds op de plank boven de televisie. Vóór de glazen zwaan die ik in Noorwegen kocht, in een winkel waar ik liever een grijzig hertje met witte vlekken had gekocht, maar dát was, op zijn Noors, veul en veul te duur. Schuin achter de zwaan staan ook een paar achterblijvers. Paashaasjes van de man, waarover S. ooit zei: ‘Als jouw kerstspullen weg moeten, dan óók zijn haasjes!’

Ach, als dat geen liefde was..maar ja, mijn liefde voor de man was dan weer nóg groter. De haasjes bleven staan. En nu het stalletje schijnbaar door de man is gedoogd, heb ik hélemaal niks meer te vertellen natuurlijk. En dan heb ik u nog niet eens verteld over de kerstkaarten. Die er nog steeds hangen. En waarover de man afgelopen weekend zei: ‘Misschien moeten we ze gewoon maar laten hangen tot december.’

Waarop ik wellicht wat onheilspellend sardonisch begon te grijnzen…

…dat wordt een beetje dringen, misschien, tegen het einde van het jaar…

Hyperen onder het dak

Een verbouwing die te vroeg begint en volgens plan in drie weken afgerond wordt: dat maak je maar zelden mee. Toch gebeurde het. Misschien lag het aan het goede weer, misschien ook aan de vriendelijke, doch doortastende regie van bouwmeester René…misschien was het een tikje, of veel meer, geluk.

We waren zelf ook redelijk voorbereid dit keer. Niet dat we dat zelf dachten, maar een babbeltje met de overburen maakte duidelijk dat zij twee dagen voor de klus nog aan het verplaatsen van de zolderinhoud moesten beginnen. Zelfs bij ons viel toen de kin op de knieën. Team ‘chaos’ had het toch een kéértje relatief goed voor elkaar.

In de logeerkamer waren dozen hoog opgetast. Aan mijn kant van het bed reikten Curver-kratten tot aan het plafond. (Neen, uit veiligheidswege stonden ze NIET aan de kant van de man. Dat heeft u goed.) In de woonkamer droogde de schaarse was op een miniscuul rekje. Iets te laat een geliefd shirt in de wasmand geworpen? Jammer! Heel treurig.

Maar hoe heerlijk! Hoe fantastisch! Hoe extatisch! Toen ook het nieuwe dakraam geplaatst was en de nieuwe waslijnen door de man aan de balken geschroefd waren. Hoe jubelend de knijpers uit de emmer gevat werden en maar liefst VIER (!!!) achterstallige wassen tegelijk aan de lijn geknepen werden…

(Ja. Op de vreemdste momenten blijkt dat je blij kunt worden van de bijzonderste zaken. Waarvan akte. Dus.)

Recalcitrante kleurexplosie

Natuurlijk was ik vanmorgen weer eens veel te lang aan het lummelen met mijn havermout en hete koffie. Het is ook vragen om problemen: drie dagen tegen acht uur kunnen vertrekken en dan op vrijdag moet het ineens om kwart over zeven. Pffrt.

Ik stond ook veel te lang te hannesen met mijn incomplete garderobe. De helft hangt na lange, lange tijd eindelijk eens te drogen (daarover later meer), een kwart steekt nog in de wasmand en wat nog overblijft is slechts met grote fantasie en vindingrijkheid een beetje onopvallend te matchen. Begrijp me goed, hè: zo nu en dan heb ik een grote bek, maar met struisvogelveren en een knalroze glitterstring zult u mij niet snel zien paraderen.

Waar was dat ene zwarte rokje? Had ik dat grijze vestje gisteren al gedragen? Dat bruine, daar kon wel een groen shirt onder, maar euh, had ik nog een bruine panty dan? Zwart, met paars rokje dan, en paars vestje, en dan…shoot, geen bijpassend shirtje. Ik werd er bijkans kribbig van; wellicht moesten ze vandaag mijn lessen maar annuleren!

Neen.

Dat ging me dan toch echt te ver. Een blik op de Blackberry leerde dat ik nu toch echt en werkelijk stante pede meteen moest vertrekken. Of anders binnen twee minuten wel. Ik greep het paarse rokje, het paarse vestje, het groene shirt en de panty die boven op de stapel lag. Het zou vandaag zo moeten horen.

(Er werd ‘s middags in Westerbork wel wat vreemd naar me gekeken, maar dat ben ik dáár wel gewend. Op school zei daarentegen iemand dat ik nu ‘die éne van CKV’ wel leek. Waarop ik spontaan een dansje maakte, want toevallig vind ik haar er altijd super uitzien. Ha!)

Selfies: veel leuker met al die spulletjes eromheen. Veel leuker ook om naar te kijken. Eiguluks.

Selfies: veel leuker met al die spulletjes eromheen. Veel leuker ook om naar te kijken. Eiguluks.

Het diner

Er was een warm welkom, maar de ouzo ontbrak ditmaal. Iets met ‘alcohol maakt ook op z’n Grieks meer kapot dan je lief is’? En dat de glaasjes nu echt op zijn, zoiets? We dronken ons zelfgekozen drankje en proostten. Op de verjaardag van de man, die al voorbij was en niet meer dan een smoes.

De voorgerechten lieten op zich wachten, en door een communicatiefout die half bij de man en half bij de bediening lag, was er een tweede ronde nodig voor de inktvisringen. Bij het stokbrood ontbrak de boter, maar dat was niet zo’n ramp. Wat er wèl was, smaakte heerlijk en links en rechts werd gelonkt naar naburige gerechten.

De moussaka van de man en van jongste werd in twee delen geserveerd. Iets met een fout in de communicatie tussen de bediening en de keuken. Communiceren mag misschien ook iets beter over het schoonmaakmiddel dat gebruikt werd om de afgeruimde tafels te desinfecteren: door het reinigen naast me werd mijn scholfileetje ook deskundig van bacteriën ontdaan.

De toon lijkt gezet, een restaurant dat je misschien beter mijdt, maar dat is niet zo. Het kan, hier en daar, best beter, maar als je goed kijkt, is dat overal wel het geval. De meisjes in de bediening waren lief, ijverig, behulpzaam en immer glimlachend. Het gezelschap was goed: het kroost dat zo veel werkt en afwezig is, voor een zeldzaam keertje bijeen.

Ontzettend veel plannen, verhalen, ervaringen, luisteren en vertellen, geven en ontvangen. En voldoende mayonaise. Dat ook.