Hoe echt kan het worden

...nu nog wijs worden uit die bos...

…nu nog wijs worden uit die bos…

Natuurlijk. We zijn er al een poos mee bezig. Het zoeken naar het leukste dorp…daarna het vinden van het mooiste huis…dan nog het bieden, het koopcontract tekenen, een hypotheek regelen… Je zou denken dat het dan toch ergens een keer indaalt, dat gevoel van ‘ik heb een huis gekocht’. Maar dat gebeurde niet. Misschien lag het aan het feit dat we toch wel erg laat ‘starters’ zijn. Misschien ligt het simpelweg aan ons. We leefden wekenlang in een soort van droom waaruit we ieder moment weer konden ontwaken.

Er waren vlinders vanmorgen. Een heleboel. Het was maar goed dat de makelaar belde om de afspraak een half uur te vervroegen, anders had ik al mijn nagels afgebeten. Met tien verhuisdozen in de Twingo (jawel) vertrokken we naar A. We maakten een rondje door het huis en togen vervolgens naar de notaris. Het officiële gedeelte werd een gezellig onderonsje dat eindigde met het zetten van vijf handtekeningen. Net als bij onze huwelijksvoltrekking, waarbij we de ringen al om hadden vóór het ‘ja’ werd uitgesproken, lag de bos met sleutels al in mijn handen voordat het ‘mocht’.

Toen reden we weer terug naar A. Staken voor het eerst als grootgrondbezitter de sleutel in het slot. Als kippen zonder kop liepen we naar boven, naar buiten, een rondje om het huis, weer naar binnen, naar buiten, naar boven, naar de keuken…we zakten op enig moment met zijn tweeën tegen de muur omlaag en staarden lang en intens naar het plafond en naar elkaar. ‘Als we nou eens…’ begon de een. ‘We kunnen ook…’ zei de ander. En dan waren we weer stil. En zuchtten diep. Misschien eerst nog maar eens een fijn kopje koffie…

Tussen het uitpakken van de dozen uitgebreid - verder - kennismaken met Jimmy. Het lijkt erop dat we zijn goedgekeurd...

Tussen het uitpakken van de dozen uitgebreid – verder – kennismaken met Jimmy. Het lijkt erop dat we zijn goedgekeurd…

Lekker begin

...kun je ook zien, collega S., dat ik heb opgeruimd? En dat de weinige gedichten die er nog hangen, alleen op deze foto scheef hangen, maar niet in het echt?

…kun je ook zien, collega S., dat ik heb opgeruimd? En dat de weinige gedichten die er nog hangen, alleen op deze foto scheef hangen, maar niet in het echt?

Ik had ‘m elk jaar tot nu toe: de droom waarin een klas vol leerlingen zich ineens tegen me keerde. Waarin de school in brand vloog en de brandweer niet bereikbaar was. Waarin ik tot vijf keer toe terugkeerde naar huis omdat ik iets vergeten had en dús hopeloos te laat op school kwam. Waarin er niet genoeg stoelen, tafeltjes, boeken, whiteboardpennen of overige zaken waren…. Kortom: dé droom die het einde van de vakantie inluidde.

Ik had ‘m dit jaar niet. Ik vergat ook niets (awel, niets belangrijks), de school bleef vrij van fik, er stonden voldoende stoelen en tafeltjes (met voldoende oude kauwgum onder het blad om de handen van leerlingen erboven te houden), en voor het eerst in zes jaar wilde er niet één leerling tijdens de eerste tien minuten met mij naar een andere klas. (Ik mag uiteraard graag geloven dat dat aan mij ligt en niet aan de toegekende wens om met geliefde schoolgenoten in dezelfde klas, welke dan ook, terecht te komen.)

Ik liep er met een debiele grijns rond, deze week. Door de lange gangen die niet logischer kúnnen zijn, cirkelend langs steeds dezelfde lokalen, maar waar ik nog steeds verdwaal. Je moet toch èrgens een speciaal talent voor hebben. Ik luisterde naar vakantieverhalen en vertelde de mijne, over het té hete Noorwegen en dat huis te A. dat we ineens toch gekocht bleken te hebben. De euforie die ik voelde. Ná acht jaar toch eens afgestudeerd te zijn en eindelijk, eindelijk, ècht vakantie te genieten.

Vijf dagen later. Alle namen van ‘mijn klas’ in mijn hoofd. De druktemakers mooi vooraan. De eerste frustraties weer aangehoord, tranen gedroogd, afspraken gemaakt, bestraffende woorden uitgesproken…

…en zo verschrikkelijk veel genoten.

Nu al.

...en op zaterdag alvast een pittige 'verhuistraining' gehad bij oudste te A. ...nu valt het bij ons straks vast erg mee...

…en op zaterdag alvast een pittige ‘verhuistraining’ gehad in het flatje van oudste …nu valt het bij onszelf straks vast erg mee…

Regeldinges

Het was vlak voor de man en ik naar Noorwegen vertrokken. Jongste zat aan het tv-scherm gekleefd en het was niet vanwege een spannende serie of een bloedstollende film. Alhoewel. Bloedstollend was het toch wel. Er kwamen behoorlijk wat afkortingen uit zijn mond, waarvan WTF de meest bekende was. MH17. Op dat moment nog geen afkorting die bij iedereen herkenning opriep. Het was al wel het verhaal van een vliegtuig vol vakantiegangers die hun bestemming nooit bereikten.

‘Ik sms je’, zei ik en dat was precies wat ik deed, toen het landingsgestel van onze Cityhopper de grond van Stavanger raakte. ‘Mooi zo’, kreeg ik retour. Maar ja. Toen moesten we dus nog wèl terug. Per vliegtuig. Terwijl intussen de lieden van ISIS (nu IS) de boel in Noorwegen op stelten zetten. Een dermate verhoogde terreurdreiging, dat Sola Airport de basis van een Zuid-Amerikaans drugskartel leek. Nou ja, zo stel ik me dat voor. Mannen met strakke, blauwe pakjes, scheve petjes, emblemen en geweren. Dus.

Maar. We raakten opnieuw de goede grond. We sms’ten opnieuw. En het was pas weken later dat de man en ik uitspraken wat we al die tijd gedacht hadden. Dat we niet per se bang voor ons eigen hachje waren geweest. Gebeurd is gebeurd. Daar zouden we zelf uiteindelijk niet zo veel last meer van hebben. Maar. Die puinhoop. Die bak met papieren. Wisten we zèlf eigenlijk wel waar we het zouden moeten zoeken, als de ander er niet meer zou zijn? Laat staan dat we allebei tegelijk ergens in een weiland storten.

We lachten erom. Om het feit dat we het erger vonden dat onze zonen zouden moeten gaan graven in onze puinhoop, dan dat onszelf iets zou overkomen. En toen besloten we dan toch maar wat te gaan regelen.

En op te gaan ruimen. Dat ook.

...het schijnt dat het lucratiever is als ik overlijd. Awel. Dat vond ik ook al terug in deze, volgens Mickey slaapverwekkende papierpuinhopen...

Het schijnt dat het lucratiever is als ik overlijd, dan wanneer de man vergaat. Awel. Dat vond ik terug in deze, volgens Mickey slaapverwekkende papierpuinhopen…

 

Haast

Het is weer voorbij, die mooie zomer. Voor mij dan. Qua vakantie. Morgen mag ik weer beginnen. Voorzichtig aan. Beetje overleggen, beetje acclimatiseren. Volgende week volgt het echte feest. En ja, daar heb ik best weer zin in. ‘Nou, dat lijkt me wel logisch, na die zes weken,’ hoor ik sommigen onder u mompelen, en ach, misschien heeft u nog wel gelijk ook.

De vakantie was mooi. Ze begon met het ophalen van mijn diploma, vervolgde haar pad met de aankoop van een huis in het fraaie Drenthe, maakte een zwier door Noorwegen en vond ten slotte nog even rust op project Ten Dale, waar de verhuisdozen gestaag richting plafond groeien. De man en ik zagen veel officiële papieren, wat verhuisgedoe nu eenmaal met zich meebrengt, maar we zagen ook veel zon. Veel bomen. Veel elkaar. Heerlijk.

Toch loop ik de laatste week steevast een dag vóór. In het weekend was het voor mijn gevoel al maandag, ik wilde dinsdag al vertrekken naar een afspraak die ik op woensdag had gepland, gisteren had ik het over de vrijdag die vandaag zou zijn, en vandaag hield ik dat vrolijk nog even vol. ‘Neehee,’ sprak de man steeds liefdevol maar allengs ongeduldiger, en dan noemde hij de goede dag. Hij snapte dat ik haast had, maar ik moest ècht nog even wachten. ‘Mórgen, dán mag je weer,’ zei hij daarstraks en haalde opgelucht adem. Na morgen is die flauwekul vast wel weer over.

(‘Al begin ik me intussen wel weer af te vragen, voor wíe je dan zo nodig zo graag weer naar school wilt,’ mompelde hij toch nog tussen neus en lippen door. Waarop ik slechts hoogst verbaasd kon reageren. Voor wíe? Voor wie niet?! Dat was nou eens ècht een leuke vraag!)

En de leerlingen, natuurlijk. Die zijn vast ook wel weer gezellig. Vanaf volgende week.

En de leerlingen, natuurlijk. Die zijn vast ook wel weer gezellig. Vanaf volgende week.

De man en zijn cake

Tijdens een verhuizing kom je soms dingen tegen die niet helemaal goed meer zijn. Die mogen dan weg. Dáár, op die nieuwe stek, koop je wel nieuwe. Geen probleem. Niet alles mag overigens stuk gaan. Omdat het ook zonder die desintegratie al duur genoeg is om het hele hebben en houden op te pakken en zeventig kilometer verderop weer neer te kwakken.

We hadden een oude tv staan. De kleuren roze en groen begonnen ernstig te overheersen. De weerman leek misselijk van zijn eigen voorspelling, dat werk. Op de kamer van jongste stond nóg een oude beeldbuis. We stoften ‘m af en voort keken we weer. Tot ook dit apparaat vond dat het genoeg was geweest. Het beeld schoot van rechts naar links, van 16:9 naar 4:3 en weer terug, begeleid door een amechtig piepen en flitsen in zwart-wit en stemmig grijs. Nog net geen vijftig tinten.

‘Dan maar zónder, hoor’, zuchtte ik. De man keek me ongerust aan. Hoe moest het nou met het nieuws? ‘Uitzending gemist!’ zei ik streng. Man zuchtte, maar zijn zuinigheid overwon. Af en toe keek hij me aan, alsof hij ergens over wilde beginnen, maar dat deed hij niet. Tot afgelopen vrijdag. Woensdag was er nog een bibberende aflevering van The Great British Bake Off zichtbaar geweest. Donderdag klonk er nog één keer een harde ‘piep’.

De man haalde diep adem. BBC is er niet op ‘Uitzending gemist’. En hoewel ook ik erg hecht aan zuinigheid, hecht ik nog meer aan een voortzetting van onze relatie. Zeker met zo’n verse hypotheek en zo. We surften naar Bol.com. Alsof de man bang was dat ik van mening zou veranderen, zei hij bij elk aangeklikt artikel: ‘Is goed. Doe maar.’ Ik klikte een paar keer extra. En toen bestelde ik.

Niet alleen eco-, maar ook Ziggo-friendly. Misschien erg handig, want de huidige provider...maar dat is een heel ander verhaal...

Niet alleen eco-, maar ook Ziggo-friendly. Misschien erg handig, want de huidige provider…maar dat is een heel ander verhaal…

(Het compromis lag in ‘goedkoop’ en dus 22 inch. Dat is maar beter ook…met al dat gebak dat de komende weken weer over het beeld rolt en in klein formaat al veel te verleidelijk inspirerend is…)

 

Richting vinden

Jongste had me er eerder in de week al op gewezen. Die film, die hem wel interessant leek. Ik bedacht, dat ‘naar de bioscoop’ wel een leuk uitje zou zijn. Maar ‘de film’ draaide niet in de stad. Niet in de buurt. ‘Hij draait in H.’, zei jongste later. Onze nieuwe ‘buurt’. Ik keek. Hij draaide er zelfs op een tijdstip dat mij wel handig leek. Een snelle blik op Google Maps (nee, ik heb nog steeds géén TomTom) en we gingen. Naar H.

De stad waar ik zo vaak was met S. Waar ik veel wegen en weggetjes herkende, zo bleek. Maar waar ik nooit goed opgelet had. Zo bleek ook. Ik zat meestal wel achter het stuur tijdens onze queestes richting kippenvoer, ondergoed of andere aardse zaken, maar verder… S. had met één vinger de richting gewezen waarheen ik sturen moest. Ik volgde. En verder lette ik nergens op. En die vinger kreeg ik overigens ook niet altijd mee, vanwege ons eindeloze geouwehoer. Een prachtige metafoor voor onze relatie, wellicht.

Ik herkende toch de hoofdweg, met allerlei winkeltjes en restaurants. De Action, daar zou ik wel links moeten. Ergens een parkeerterrein. ‘Daar is het theater!’ zei jongste, en we zagen een massief stenen gebouw met een hoepel erop, waar jongste de komende maanden stage zal lopen. ‘De bibliotheek!’ wees ik de man. Maar dat was later, toen we de film al gezien hadden. Toen ik alle weggetjes vandaaruit weer gevonden had. Toen ik bedacht dat ik ooit echt beter op had moeten letten.

Maar ach. Niet alleen H., maar ook die andere plaatsen opnieuw verkennen, ze nu tot ‘mijn’ plaatsen maken, omdat ik er zelf woon…dat is uiteindelijk toch ook weer de uitdaging en de lol van verhuizen…

(De film was overigens een echte ‘Luc Besson’. Bijzonder. De moeite waard!)

Alle begin…

6augustus01

Na het tripje naar Noorwegen zouden we beginnen. Bedenken wat we moeten doen, wanneer we dat precies (of: uiterlijk) moeten doen, wie we daarvoor nodig hebben, et cetera. Van onszelf mochten we dan best nog tot afgelopen maandag wachten met beginnen, want het was eigenlijk nog best te warm en er lag nog een hele week vakantie met zijn tweeën vóór ons.

Maar. Maandag. Dat bleek 4 augustus. Sinds jaar en dag al de dag waarop de man met zijn broer en moeder samenkomt om de verjaardag van zijn overleden vader te gedenken. Hij zou nu 80 zijn geworden. Natuurlijk kon ik in mijn eentje best wat doen, maar deze verhuizing is bij uitstek een project geworden van ons samen. Het zal mij verbazen als er zelfs maar één doos wordt ingepakt waar de ander niet van weet.

Dus. Dinsdag. Maar maandag belde Broer. Of hij en schoonzus ‘vandaag of morgen’ welkom waren. Awel. Vandaag èn morgen, altijd, maar morgen, dus dinsdag, was handiger. Ik zou broodjes halen bij de bakker, en hij was tegen de lunch bij ons. We spraken over huizen kopen, over het feit dat we nu toch eindelijk moesten gaan leren klussen (of we moesten zo gek zijn dat we een ander ervoor zouden betalen – Broer kan best gedachtelezen…). Er zou een hoop op ons afkomen. Dat wist hij wel.

Woensdag dan. Waarop we als een stel krakende wagens uit ons bed kwamen gerold. ‘Als ik mijn ogen dichtdoe, dan val ik opnieuw in slaap’, zei ik, hoewel de wekker sprak van ‘Half tien, doe normaal, mensch!’ Janosh en Mickey aten verontwaardigd hun laat ontbijt. De man zette koffie. Omdat het tóch al zo laat was, gingen we eerst nog maar een rondje lopen. ‘Misschien worden we dan wakker.’ En toen begonnen we.

En het leek ineens verdomd veel op het beginnen van verhuizen…

6augustus02

6augustus03