Lusten en last van een kast

Het moet ergens in het voorjaar van 2009 zijn geweest. Of in het najaar van 2008, daar wil ik vanaf wezen. Broer belde op en vroeg me met een rolmaatje door de keuken te sprinten. ‘Ja. Past precies’, sprak hij de profetische woorden en een week of zo later verscheen hij met aanhangwagen op de oprit naast ons huis. Op de kar lagen vier panelen van bijna drie meter lang en verschrikkelijk veel andere houten onderdelen.

Het leidde tot een dagje van passen en meten, veel nerveus opgewekt geneurie en desondanks tot een van drift wegbenende echtgenoot. Schroefjes en plankjes en nóg meer schroefjes en plankjes, die dan ook nog eens precíes in elkaar moeten steken…het was duidelijk niet het ding van de man. Toen niet lang na de installatie van het wandmeubel de woningstichting meldde dat er een renovatie aankwam, waardoor de kast ‘even’ weg moest, belde ik dus in paniek met Broer. ‘Oh, oh.’ sprak deze zacht en begrijpend.

De Lundia en de man, het werden nooit vrienden. Het leidde er op enig moment toe dat ik me, bij gebrek aan aanwezige Broer of andere Handige Harry, in mijn eentje tussen panelen en planken bevond. Het werd een interessante variant op ‘alle bordjes hoog houden’ en ongelukken zijn er wonder boven wonder niet bij gevallen. Toch zuchtte ik stiekem opgelucht, toen ik zag dat aan de Wendakker geen Lundia paste in de keuken. Ook niet als we het zeer zouden wensen.

‘Maar,’ begon de man, ‘waar laten we al onze troep dan?’ En ik zweeg. Want de man had een punt. Op project Ten Dale hadden we een kelder. We hadden een enorme zolder. Zaken die aan de Wendakker ontbreken. En nee, we hebben niet minder troep. Ik zuchtte dus diep en berustend, gooide de muren van de werkkamer vol met glasweefselbehang en latex, en sleepte panelen, lades en schroeven opnieuw naar binnen.

Met ingehouden adem keken we elkaar een moment bezwerend aan. We gooiden de cd van het Songfestival er nog maar een keertje in. En na afloop wisten we: ons huwelijk weet àlles, maar dan ook werkelijk àlles te overleven…

...dit is overigens wel de LAATSTE keer dat het ding in elkaar is gezet...

…dit is overigens wel de LAATSTE keer dat het ding in elkaar is gezet…

Kleuren in cirkels

‘Gewoon’ van alles doen. Nergens ‘nee’ op zeggen. Het was iets wat vriendin Mara zich voornam toen ze naar Noorwegen verhuisde. Het leidde tot veel nieuwe ervaringen en bijzondere contacten. Nu ik mijn studie heb afgerond en aansluitend ben verhuisd naar een nieuwe provincie, vond ik het voor mijzelf ook tijd om wat nieuws te ervaren. Nergens ‘nee’ op zeggen gaat me net iets te ver, maar ‘gewoon’ het een en ander doen leek me alleszins haalbaar.

In Noord-Sleen vond ik atelier Marion Mencke. Nou ja, ik kwam ‘haar’ tegen op Facebook. De workshops die ze gaf zagen er aantrekkelijk uit en je hoefde er niets voor te kunnen. ‘Gewoon’ maar doen, dacht ik en ik stuurde een e-mailtje. Het liefst had ik een workshop ‘schilderen volgens Hundertwasser’ gedaan, maar die zat al vol. Mandala’s tekenen kon nog wel. Het leidde tot een onderdrukt gegniffel bij diverse vriendinnen. Mandala’s…hoorde daar geen wierook bij en moest je dan niet minstens vanuit de onderbuik gaan chanten?

Ik kwam vanavond binnen in een vrolijke en lichte ruimte. Een viertal cursisten zat al klaar en ik was zo lomp me alleen aan Marion voor te stellen (zeer herkenbaar door de foto op haar website). Nog twee aanstaande tekenaars kwamen na mij binnendruppelen. We vormden met zijn drieën ‘de koffiedrinkers’ en dat bleek niet de enige overeenkomst. Na de prettige en duidelijke uitleg van Marion, waarbij wierook en overige spirituele rituelen ontbraken, werd het stil. Heel stil.

De koffiedrinkers bleken hun mandala’s op gelijke manier te beginnen, maar zagen aan de andere tafels dat het ook op een heel andere manier kon. We vonden verder overeenkomsten in onderwijs, kinderen en veel creativiteit. Er werd ook veel gezwegen, in die opperste concentratie binnen onze kleurige cirkels. Ik hoorde op zeker moment alleen het zachte krassen van de kleurpotloden, het kraken van een pepernoot. En dan dat verraste zuchten. De bewondering voor de ander en wat die in twee uurtjes van het kleuren in een cirkel had gemaakt.

...ik kon nog wel uren doorgaan...

…ik kon nog wel uren doorgaan…

Ondoorgrondelijke wegen

Het was alweer zo lang geleden. Zo donders lang geleden, dat ze vast elkaars stem vergeten waren. Niet precies meer wisten hoe de ander er nu eigenlijk uitzag. Bewoog. Teweegbracht in hun eigen terrein. Van ‘elkaars zinnen afmaken’ was het gegaan naar ‘elkaars zinnen niet meer snappen’ en vandaar uit naar ‘geen zinnen meer’. Het had geen zin meer.

Verwijten over en weer, uitgesproken en nog meer verzwegen. Een slordiger eind aan welke relatie dan ook had zij in ieder geval nooit eerder gezien. De rafels wapperden nog lang achter de laatste harde woorden aan. Het duurde wel even voor die weggewerkt waren, afgesneden, ondergestopt. Sommige gekoesterd, zoals een kind een korst steeds weg krabt van een opengevallen knie. Zodat het duidelijk blijft dat je niet onvoorzichtig moet zijn.

Hoe moet het zijn dan, als ze elkaar weer zien? Na alles wat er was, is er immers niets meer, al wis je de herinnering, hoe ijverig ook, nooit uit. Gaan ze langs elkaar, als vreemden, is er een blik van herkenning, van dat wat was? Een uitwisselen van wat nu is, maar dan apart nu, niet langer meer verweven? Misschien iets met rubber knieën en die houding die niet zou willen, omdat ze nu eenmaal niet anders dan een watje is.

Ze fietste voorbij en hij riep. En zij zwaaide. En kilometers verder bedacht ze dat het leek alsof ze het leuk vonden dat ze elkaar weer eens van zo dichtbij hadden gezien.

...als zelfs brug 7 weer opnieuw kan worden gebouwd...

…volgens mij kun je er best tegelijk overheen…met een beetje inschikken…

De magie van het plattelaand

Ze stuurde me een link per What’s app. Of ‘dit’ mij leuk leek. ‘Ze’ was collega S. en ‘dit’ bleek een wandeling onder leiding van een gids, door de aan elkaar geplakte dorpen Aalden en Zweeloo. We spraken af om elkaar een half uurtje van tevoren bij mij thuis te treffen. Vandaar uit liepen we naar de kunstenaarsherberg in Zweeloo. Een plek die we al kletsend misten, maar gelukkig wees een behulpzame man ons het zojuist voorbijgelopen aankondigingsbord van ongeveer vier meter hoog (…).

Om me even flink te wijzen op mijn recente afkomst, of simpelweg omdat de wereld klein is, bestond de rest van het gezelschap uit Steenwijkers, waaronder de directeur van een school waar oudste ooit eens met gordijn en al uit het raam sprong. Hij kon zich daar niets meer van herinneren. Het geheugen is soms een zacht, vergeef’lijk dier en ik besloot het verder niet te storen. Collega S. en ik luisterden naar de gids, die enthousiast begon met verhalen.

Schilders kwamen in de negentiende eeuw naar Drenthe om de fraaie luchten, en om de lelijkheid die er heerste in beeld te brengen. Mijn wenkbrauwen wilden even niet omlaag. Max Liebermann schilderde er een weverij en Vincent van Gogh tekende een boomgaard en een kerkje in de schemering. Waar we niet over uit konden, was de lindenboom, die in het echt rechtsaf groeide en op de schilderijen week naar links. De directeur van de Steenwijker school en ik hielden het op artistieke vrijheid.

We wandelden verder, en genoten van de enorme kennis die zich in het hoofd van de gids verzameld had. Ze smeet met jaartallen als Zwarte Piet met pepernoten en had bij iedere straathoek een nieuw verhaal paraat. Gepleegde moorden, hengstenschuurtjes, doofstom geworden dronkaards en kettingen aan de kerk voor de paarden uit Weerdinge. En dan hebben we het niet eens over de smid gehad, die op zijn 85ste nog steeds zijn beroep uitoefent. Sinds 1946 en still going strong. Zonder opvolger, maar ja, wat verdien je er nog mee…

Het was een middag met honderden verhalen over de plek waar ik vandaag precies een maand woon. Met mijn nieuwe ‘buurvrouw’, collega S., heb ik er enorm van genoten. En toen kregen we het ook nog over opera…maar dat is op enig moment vast voer voor heel nieuwe en nog spannender verhalen…

De gids vertelde dat het beeldje vroeger kleertjes had, omdat het toch wel héél bloot werd gevonden...

De gids vertelde dat het beeldje vroeger kleertjes had, omdat het toch wel héél bloot werd gevonden…

 

Naar de dokter

Hij was één van de bijzonderheden die hoorden bij het nieuwe huis. Met zijn kromme poten, zijn lange nagels en zijn langgerekt en donkerbruin gemauw. Zijn baasje was overleden en via de kinderen van dat baasje kwamen we een paar dingen te weten: hij heette Jimmy, kende geen dierenarts en hij was oud. Hoe oud, dat wist niemand. Oud.

Ik maakte dus een afspraak bij een dierenartsenpraktijk waarvan ik niet veel meer wist dan dat hij ‘klein’ was en ‘duur’. Dat kleine had ik zelf gezien, toen ik er ooit met S. was, vanwege een zich in de nesten gewerkt klein zwart poesje met witte teentjes. Duur was het volgens S., omdat de portemonnee er altijd wijd open moest. Maar met al die brakke beesten die in ons huishouden al leefden, ben ik aan ernstig lekkende portemonnees al eeuwen gewend.

De reis naar de praktijk verliep niet zonder problemen. In de vervoersmand brak een paniek uit die leidde tot een opera in mineur die tien kilometer duurde. Uit elk gaatje dat de mand had, schoten razende nageltjes als kromme Stanley-mesjes naar buiten. Het hield pas op toen we in de wachtkamer kwamen, waar twee honden vochten om de hoofdprijs ‘zenuwachtig blaffen’. Jim werd zó stil, dat ik ademloos checkte of hij een hartstilstand had gekregen. Hij lag stilletjes te staren, de groene ogen vol beschuldigende berusting.

Ik deed alsof ik rustig was, maar gaf de dierenarts een ijskoud zenuwhandje, want die mand moest zo wel weer open. Maar Jim verraste. Opnieuw. Hij was zo lief, zei de dierenarts, en hij zag er zo goed uit, en ja, hij stonk inderdaad uit zijn bek en misschien moesten zijn hoektanden eruit, maar dat zag ze dan later nog wel. Hij liep een beetje gek, dat klopte. Iets met zijn gewrichten en een eerdere ontsteking. Maar zijn nieren voelden goed en zijn hartje klopte stevig en jeetje, wat gedroeg hij zich goed.

Ik knikte. Schaapachtig. Maakte een afspraak voor over drie weken en inmiddels waren ook mijn zenuwen bedwongen en schudde ik ter afscheid met een droge, warme hand.

Alsof hij niet net een wereldreis gemaakt heeft....

Alsof hij niet net een hyperende wereldreis door Drenthe gemaakt heeft….

Heimwee of verkeerde wegen

Of ik nooit eens een verkeerde weg nam. Per ongeluk terugreed naar het oude huis. Iets van heimwee had, misschien. Vriend R. keek me boven de Turkse pizza afwachtend aan. Ik dacht na. Niet om een antwoord te vinden, want dat had ik wel paraat. Het was meer dat ik probeerde iets te bedenken wat dat antwoord minder hard maakte. Ik was immers, dacht ik, niet zo’n type dat dingen en mensen snel vergeet. Het liefst sloot ik alles wat ik meemaak en iedereen die ik leer kennen voor eeuwig in mijn hart en opbergschuur.

Ik rijd nooit per ongeluk naar het oude huis. Een verkeerde weg rond het nieuwe huis… neen. Het scheelt wellicht dat ik zoveel weggetjes hier al ken als mijn broekzak; het in Drenthe al zo lang voelt als een tweede thuis. Al moeten ze dan niet ineens dreigen met het stremmen van Brug 7, over een cruciaal kanaal, want dan raak ik in de war. Ik weet wel waar Brug 6 zich ongeveer bevindt, en daarover zou ik ook naar huis kunnen sjezen, maar omwegen worden in mijn geval dramatisch vaak dwaalwegen, ook op bekend terrein. Afijn. Het blééf vandaag gelukkig bij dreigen.

Vanuit Zwolle, waar ik met R. geluncht had, reed ik vanmiddag naar Steenwijkerwold voor wat achtergebleven post. De deuren en trap waren opnieuw geverfd. Nieuwe vloeren. Het zag er netjes uit. In de tuin stonden nog wat overrijpe tomaatjes, het vieze doek was verwijderd van de partytent. ‘Oh, er staat nog een beeldje van me onder de roos,’ zei ik en ik viste een gekleide kip uit de border waar ook zoveel poezen en konijnen liggen, in een hopelijk diep genoeg gegraven graf. De Oost-Indische Kers bloeide nog, de roos woekerde vertrouwd geniepig voort.

En nee. Ik heb geen heimwee. Het was goed zoals het was en het is goed, zoals het is. Wie weet, wordt loslaten ooit nog eens een kunstje dat ik met gemak beheersen zal…

Deze lege kamer is door de nieuwe bewoner alweer fantastisch mooi ingericht. Goed om te zien!

Deze lege kamer is door de nieuwe bewoner alweer fantastisch mooi ingericht. Goed om te zien!

Risky business

Vanaf het begin van onze huizenjacht, zo ergens eind mei van dit jaar, hield ik mijn adem regelmatig in. In het begin óók vanwege een diploma dat nog ‘even’ gehaald moest worden (meerdere mensen leken daardoor in ademnood te raken, waarvoor nogmaals excuus), maar later vooral vanwege het feit dat we zouden starten met nummer drie (of vier, daar wil ik vanaf wezen) op de stresslijst: verhuizen.

De man en ik, we hebben beiden toch een aantal tropenjaren achter de rug, met onze dubbele burnout. Aan het begin van dit jaar steeg de zon wel weer tot hoog aan onze horizon, maar het duracelletje was bij lange na niet opgeladen. Voorzichtig aan, dus. Stapje voor stapje. Doosje na doosje. Weekendje wandelen tussendoor. Elke dag toch vroeg naar bed. Zo moesten we het nèt kunnen redden.

Vorige week ging de lamp op rood bij de man. De hamer en de schroevendraaier gingen definitief even terug de gereedschapskist in. Ikzelf moest ‘nog een paar daagjes’. Tot de vakantie…het moest net lukken. Tot ik op donderdag mezelf ineens tegen een leerling hoorde zeggen dat-ie een enorme zeurpiet was. Iets wat uiteraard niet bijdraagt aan het imago van de eeuwig geduldige docent.

Gisterenmorgen vertrok ik met mijn lege batterij nog één keertje naar E. ‘Ik geloof niet dat het gaat lukken.’ zei ik tegen L., die de roosters regelde. Ik legde te maken toetsen bij hem op het bureau. Hij regelde een vervanger. Het eerste uur zou ik zelf nog doen, maar toen kwam collega S. voorbij. ‘Ga naar huis,’ zei ze, want zij was het eerste uur vrij en ving mijn klas wel op. Twintig tweedeklassers riepen ‘Beterschap!’.

En ik wilde ze allemaal wel keihard knuffelen, maar het leek me toch beter van niet. In plaats daarvan reed ik al gapend naar huis, om aldaar de rest van de dag op de bank te liggen dutten…

Jimmy vond al dat gedut zeer inspirerend...

Jimmy vond al dat gedut zeer inspirerend…