Zorgeloze vriendin

We hadden het zelfs even over Gorm. Waar zij ook nog een hoop van had staan.

We hadden het zelfs even over Gorm. Waar zij ook nog een hoop van had staan.

Ze zou vorige week komen. Omdat ze toch al in de buurt was, vanwege een gesprek in Steenwijk. Euh. Ja. Nou. Niet echt in de buurt. Niet meer. Ze moest er vast even om lachen (ik kon dat niet zeker zien per mail) en besloot toen evengoed te komen. Het nieuwe huis moest ten slotte ook nog gezien.

Ik maakte soep en ik maakte schoon (dat laatste altijd op maandag, niet dat u denkt…) en ik wachtte. Het kon twaalf uur worden. Maar ook iets later. Ik maakte me niet al te druk. Er was werk, er was een goed boek….en de uren vlogen voorbij. Het werd half vier. Het werd half vijf. Een donkerbruin vermoeden rees dat er geen visite meer zou komen en dat klopte, toen ik het checkte per mail. ‘Helemaal vergeten!’ En of er een herkansing kwam.

Die kwam. Ik maakte soep. Ik maakte schoon. En op de afgesproken tijd kwam er een dame in een feloranje jack onze oprit op sjouwen, de hagel trotserend. Ze had een cadeautje bij zich en jubelde over de prachten van het huis en de tuin. We ratelden driehonderd aanslagen per minuut en toen ging het ook nog over de eerdere, mislukte date.

‘Je hebt toch niet de hele dag op mij zitten wachten?’ Nee. Dat had ik niet en daar was ze blij om, want een verpeste dag door een vergeetachtig type is het laatste wat je wenst. ‘Maar je e-mailde wel laat!’ zei ze toen, en ik zei dat ik me inderdaad ineens afvroeg of er iets gebeurd was, terwijl ik eerder gewoon dacht dat ze later kwam. ‘Ik had wel in een sloot kunnen liggen!’ sprak ze op ernstige toon en keek me streng en donker aan.

‘Wacht!’ riep ik. ‘Is het mijn schuld nu dat JIJ vergeten was dat je naar mij zou komen?’ Ze bulderde hetzelfde moment nog van het lachen en ik was zo blij dat ze vorige week niet in een sloot lag, want dan had ze mijn e-mail nooit ontvangen en hadden we elkaar deze week misschien nóg niet gezien. En er was nog zo veel te vertellen en zo veel om naar te luisteren en natuurlijk was deze middag ook weer veel te snel om…

Feestelijke overwegingen

‘Wil je maandag nog iets speciaals doen?’ vroeg ik de man. Een vriendin van vroeger wilde op bezoek komen, en dan moet ik natuurlijk geen andere plannen doorkruisen. Mochten die er zijn. Maar de man schudde van nee. ‘Het is een gewone dag, hoor, voor mij.’ Ik zweeg. ‘Voor jou niet dan?’ ging hij verder. Ja. Voor mij ook. Toch wel. En een beetje niet.

Vijfentwintig jaar geleden was 30 maart een speciale dag. Iets met een ambtenaar en een gemeentehuis, veel vieze olieflessen aan de trekhaak van de Landrover als variatie op een setje rammelblikken, en een belofte tot de dood ons scheidt. Tsja. Ergens in 2000 vonden we ook een andere manier dan de dood om te scheiden en hoewel we het trouwboekje intact hielden, gingen we ieder voor een poosje ons weegs.

‘We zouden iets kunnen doen met die àndere datum’, stelde ik voor en de man reageerde enthousiast. Die datum waarop we ons nieuwe begin bezegelden met nieuwe ringen. ‘Als we dan twaalfeneenhalf jaar weer bij elkaar zijn, dan kunnen we ook iets leuks doen.’ De man knikte. Het leek hem een goed idee. Dan was het alleen nog even erg handig om te weten op welke datum dat dan moest zijn.

Ik wrikte de ring van mijn vinger, want daar, en daar alleen, stond de datum voor eeuwig gegrift, in tegenstelling tot ‘in ons geheugen’, wat natuurlijk al een aanwijzing had kunnen zijn, maar de gedachte aan een feestje liet ons voor even niet los. Het was al een beetje donker, en onze ogen worden al oud. ‘Is het nou één of twee juli?’ mopperde ik al speurend. Ik kon het zo snel niet zien.

Het bleek de eerste te zijn. Inderdaad in die prachtige maand in de zomer. In 2002. Wat het twaalfeneenhalfjarig jubileum een fijn overtijdje bezorgde van een kleine drie maanden…….

Geen spat veranderd in 25 jaar, natuurlijk...(op die bril na).... ugh-ugh.

Geen spat veranderd in 25 jaar, natuurlijk…(op die bril na)…. ugh-ugh.

Horrorweek 2

Het einde van horrorweek 2 is gekomen: het is weekend! Hoezo week 2, waarom hoorden we niks over horrorweek 1 dan? Nou. Omdat dat dus nog meer horror was. Zo druk. En ja, ik weet het, daar zeur ik vaker over, want mensen in het onderwijs kunnen er wat van, van dat zeuren over druk-druk en nooit zeuren over te vaak vakantie, maar echt. Echt!

Vorig jaar zeurde ik er rond deze tijd over. En het jaar ervoor ook. Iets in deze periode maakt dat ik half maart de tong op de tenen heb hangen. En ieder jaar wordt het gekker, zo oreer ik. Ieder jaar komt er van alles maar bij en er gaat nóóit iets af. En ieder jaar redde ik het tóch weer. Was ik tóch bij iedere vergadering, rondde ik tóch keurig stagebezoeken af en leverde stapeltjes Cito’s op de juiste plek in.

Tot dit jaar. Ik zag ineens dat vergaderingen en oudergesprekken op gelijke tijdstippen plaatsvonden. Dat lessen en andere lessen elkaar vrolijk overlapten en doorkruisten. Dat ik met leerlingen diende te praten, terwijl ik die leerlingen die week niet meer zou zien. Dat er plannen gemaakt dienden te worden en formulieren ingevuld en telefoontjes gepleegd en bezoekjes afgelegd…en, en, en…

‘Nou!’ stampvoette ik, want de dagen duurden allemaal zo’n beetje minstens 24 uur te kort! En ik dacht dat ik er niet over hoefde te beginnen met al die vakanties en dat is natuurlijk ook zo, want een docent die moppert is zo ongeveer net zo aantrekkelijk als een echtgenoot met te veel neushaar en slecht werkende deodorant.

En toen bedacht ik dat dat ook helemaal niets uitmaakt, van die aantrekkelijkheid die ineens verdwijnt, want tijd om te flirten is er toch niet en ik checkte mijn deodorant. Ik ging nog een poosje door met stampvoeten en nèt voordat ik door mijn zolen heen gestampt was en de lengte van mijn neushaar wilde checken, kwam het weekend aanrollen en is het ontploffingsgevaar weer voor minstens twee dagen geweken…

(Nog één horrorweek…dan ben ik weer benaderbaar…dat u dat weet. En zo…)

Janosh heeft het ook altijd heel druk. Met euh...nou...euh...

Janosh heeft het ook altijd heel druk. Met euh…nou…euh…

 

Dubbelganger

Het is weer eens zover: ik heb een dubbelganger. Of zij heeft er een. Daar wil ik vanaf wezen. Feit is dat ‘ik’ op verschillende plaatsen tegelijk gesignaleerd word en dat fenomeen schijnt toch echt alleen voor te komen in films met een bovennatuurlijk tintje.

‘Ik zag u bij het voetbal!’ riep leerling M. een poosje terug. Ik ging er als in een reflex lelijk van kijken. Nee hoor, schudde ik met mijn hoofd. ‘Jawel!’ knikte M. heftig van toch. ‘U zat op de tribune!’ Ik zweeg en keek de jongen ernstig aan. ‘Bij MEC!!’ Hij schreeuwde nu bijna. En hoewel hij toch lang genoeg in mijn klas had gezeten om te moeten weten dat ik bij een bepaalde sport nimmer aan de zijlijn gezien zou worden (behalve dan bij schoolvoetbal, maar dat terzijde)….ik kreeg de arme knaap niet overtuigd.

Deze week ben ik gezien in Valthe. ‘Hè?’ vroeg ik, want de afgelopen weken waren druk en ik ben op veel plaatsen geweest, dus misschien had ik even niet in de gaten gehad dat ik daar ook geweest was, dus ik won even een stukje tijd. ‘Ja, Valthe!’ spraken de heren uit havo 4. Nu krabde ik achter mijn oren. ‘U reed in een Jeep!’ ‘Echt waar? Een grote?’ De jongens knikten.

Hm. Langzaam begon me iets te dagen. Zo na je veertigste begin je jezelf toch wat beter te kennen en te weten waar je staat in het leven. Zegt men. Zou ik dan toch van voetbal houden? En af en toe in Valthe rondcrossen? Zo’n Jeep…da’s natuurlijk weer eens wat anders. Dan die kleine Renault Twingo…

In vliegtuigen word ik ook wel gezien...maar nog niet als piloot...

In vliegtuigen word ik ook wel gezien…maar helaas nog niet als piloot.

 

Nul procent

‘Die voor jou?’ Ik weet niet eens meer wie het vroeg. Het kan koorlid A. zijn geweest, maar net zo goed H. of C. Ik weet alleen nog dat het glas rode wijn mijn kant op geschoven werd. (‘Net ranja’, zei B. aan mijn rechterkant.) En ik dacht: nou ja. Moet kunnen. Misschien. Toch? En het smaakte goed. Erg goed. Al was het dan geen ranja, want van ranja krijg ik het nooit zo warm. Ik ga er ook niet hysterisch door lachen. A. en H. fantaseerden over feestjes dicht bij de Wendakker. Na afloop zouden ze me een duw geven en dan rolde ik vanzelf naar huis. Ik grinnikte en nam een laatste slok.

‘Euh’, zei ik tegen C., die met me mee liep naar huis, omdat ze dezelfde kant uit moest. Ik hield mijn sleutelbos omhoog en vroeg me giebelend af hoe ik binnen kon komen met de sleutels van school. Geen mobiel in mijn zak. Geen nummer in mijn hoofd. Dus ik drukte langdurig op een bel die niet gehoord werd. Wierp slecht gemikte steentjes richting ramen op de bovenverdieping. Wachtte lang en nog langer, tot jongste eindelijk verscheen. ‘Ik dacht dat je een inbreker was.’

Ik zwaaide onvast op mijn hakken naar binnen en legde mijn liedjesmap uitermate voorzichtig neer. Mijn mobieltje, dat op tafel lag, toonde één nieuw bericht, dat ik kon lezen nadat ik een keer of drie opnieuw had gefocust. En mijn bril had gepoetst. En in bed gingen de laatste liedjes die we na de repetitie met de borrelaars nog hadden gezongen, nog minstens tienmaal door mijn hoofd.

‘Had u dan geen water gedronken, voordat u naar bed ging?’ vroeg een leerling vanmorgen verbijsterd, na de uitleg over mijn wens om ‘zachtjes aan te doen’ en de oorzaak van mijn voorzichtige gebaren. ‘Na één glas wijn?’ was mijn wedervraag, en ik moest om haar geschokte gezicht ontzettend, maar zachtjes, lachen. Eén glas. Meer heb ik niet nodig. Eén fijne kortsluiting in je hoofd, beste mensen, op enig moment in je bestaan (bij mij dus -alweer- drie jaar geleden)...en je bent voor de rest van je leven een goedkope feestvierder.

(Al zal ik jullie nú dan alvast maar teleurstellen, H. en A., want na deze fijne ervaring ga ik voortaan toch werkelijk alleen nog maar voor de ranja. Als er wijn is die ranja lijkt, zal er ergens toch wel…toch? Nee?)

Nee. Ook achter die ballonnen steekt geen drank...wel een vaasje. Maar dan anders.

Nee. Ook achter die ballonnen steekt geen drank…wel een vaasje. Maar daar zit niets in.

Toon mij uw boek

Het laatste boek dat ik las, ‘The Collected Works of AJ Fikry’, gaat over een vertegenwoordiger van een uitgeverij en een boekhandelaar. U raadt het al: verwikkelingen, liefde en nog meer verwikkelingen. Mooi. Zeker. Intrigerend. Ergens in dat boek wordt gezegd dat je iemand zult kennen, en zult weten of het wat kan worden, als je maar weet wat zijn of haar lievelingsboek is. Hm.

Ik vroeg me af: welk boek zou ik dan moeten noemen? Er zijn er zoveel die ik liefheb. Zoveel die me hebben doen lachen, zuchten, steunen, mopperen. En huilen. Ook dat. (Maar ja, wie niet huilt om ‘The Fault in our Stars’ die heeft geen hart, hè, ik bedoel maar….) Er zijn ook boeken die ik een week na lezing niet eens meer na kan vertellen, terwijl ik toch zeker weet dat ik er enorm van genoot. En er zijn boeken die blijven knagen aan de rand van mijn memorie.

Twee koffers vol’ van Carl Friedman. De hoofdpersoon ergerde zich dood aan de manier waarop een Joodse familie pesterijen gelaten onderging. Later, veel later, bedacht ik dat soms niets helpt behalve zwijgen. ‘Big Brother’ van Lionel Shriver. De schrijfster verwerkt in dit boek de verhouding die zij met haar zieke broer had. Ze fantaseerde hoe het ooit beter zou gaan. Om aan het eind niet anders te kunnen concluderen dat je niet door deuren kan die een ander steeds sluit.

‘Zovele hemels boven de zevende’ van Griet Op de Beeck. Een relaas van een familie, met ieder zijn eigen verhaal. Er zijn bruggen, maar evenveel afgronden. Er is liefde naast schijnheiligheid, oneerlijkheid. Rechtvaardigheid, maar te weinig. Wie daar op hoopt, stoot enkel tegen muren.

En als ik nadenk, dan zijn er nog wel meer boeken die iets vertelden wat ik wilde onthouden. Aan dit blog heb ik dan niet genoeg. Dus nee, ik geloof niet dat ik het met de boekhandelaar eens ben. Ik zou ook niet één boek willen weten van een mogelijke ander. Ik wil alleen maar weten dat er boeken zíjn. En een eeuwige zoektocht naar praktische boekenkasten. Ook al moet ik daarvoor naar Ikea…

The Red House - ook aardig...net als die rode kater...

The Red House – ook aardig…net als die rode kater…