Singing a song

Dit jaar ga ik het misschien wel heel anders doen. Dat dacht ik, hè. Vrijdagmiddag. Toen ik alle kampeerspullen weer bij elkaar raapte en de auto vervolgens richting Elp stuurde. Klaar voor weer een weekendje Buitenkunst, wat zoveel betekent als: heftig buitenspelen voor kinderen van alle leeftijden, en wie daar het woordje ‘kunst’ aan wil verbinden, omdat de kwasten, boetseerklei en partituren je het hele weekend om de oren vliegen…
bk-liedjes

Misschien, zo bedacht ik, zou ik dit jaar dan wel een keertje iets met dans doen. Of iets met theater. Beetje tekenen. Geen muziek. Niet zingen. En jawel, op vrijdagavond werden fantastische workshops aangekondigd voor de dag erop. Schrijven zonder nadenken, onderzoeken van kleuren in de natuur…ik ging er kunstig van zuchten. En vond mezelf de volgende ochtend terug bij docente Ines. Om twee popliedjes driestemmig in te studeren.

bk-keuze

De zondag, dan. Er was iets met wezens bouwen in het bos. Paarden van Troje, die enkel geschilderd mochten worden door kunstenaars met kloten. Hoeveel kun je van waxinelichtjes boetseren, en op een dusdanige wijze dat je het lichtje er niet meer in herkent? Daar was die grijns weer, dat verzaligde ten hemel blikken. En toen die Vlaamse. Die een Requiem in D Mineur wilde doen. ‘Pie Jesu’. Het werd een requiem voor elke mogelijk andere workshop. Ik hing het hoofd gelaten in mijn nek.

bk-avond

Ik luisterde die avond bij de flakkerende fakkels nog wel naar het programma voor de maandag, en natuurlijk hoorde ik wel van ‘schilderen van bloemen voor mannen’ en het boetseren van een gipsen beeldje rond een vinger. Het kwam wel binnen, hoor, dat theater met stem, en het schrijven van teksten voor Tinder. Maar ach. Ik gaf me over. Definitief en geheel. Ik wist waar ik me zou vinden. Vierstemmig. Iets met de zus van Mendelssohn en veel halve noten, om ten volle, voor vierhonderd procent van te genieten.

Restjes

Voor wie het nog niet was opgevallen: er wordt nogal hedonistisch getafeld aan de Wendakker. Ja, ja. Ook al staat er geen vlees op tafel en maar zeer zelden vis, eten is een niet te verwaarlozen factor in mijn bestaan. De beste vrijdagmiddagen zijn die waarop ik tijd genoeg heb om diverse winkels èn de markt in Westerbork af te schuimen. Met de Twingo volgeladen kom ik dan weer thuis, waar het een waar logistiek hoogstandje is om alles een passend plekje te geven.

Maar ja. Intussen begint het in de koelkasten (we hebben er overigens twéé) een beetje druk te worden, vooral ook met halflege potjes en bakjes. De vriezer houdt zichzelf koel met diverse bevroren klieken en soepen. In kasten en lades huizen zakken en pakjes met verlopen bonen, zaden en pitten. Op de tafel àchter, op de broodmachine vóór, op het hoekje van het aanrecht èn in het kastje bij de bijkeuken, staan mandjes en doosjes met noten en fruit.

‘Nu is het klaar!’ riep ik dan ook gisteren tegen de man. ‘Dit weekend kopen we hélemaal niks!’ En ik borg de nèt aangeschafte tompoezen (jongste had weer een examen gehaald) en karamelhoorntjes (euh…) op. ‘Hm, hm,’ antwoordde de man, die op mijn ontzetting even geen antwoord had. De poezen begrepen er niks van, maar voor hen is er dan ook nog voorraad tot de volgende Apocalyps.

Maar goed. Dat eten. Er is nog brood. Er is dus van allerlei aan restjes. Er is de zekerheid dat we dit weekend, ondanks de toenemende schaarste in laden en kasten, geen honger zullen lijden, en zeker geen dorst. Maar mocht u toevallig op visite komen en op het schoteltje bij de thee een glutenvrij koekje met muffe vijgen en een kwart cranberry aantreffen, dan weet u nu in ieder geval al precies waarom dat zo is.

Radijzen met aioli, houmous met geraspte kaas of toch sandwich spread met mayonaise?

Radijzen met aioli, houmous met geraspte kaas of toch sandwich spread met mayonaise?

Tot op de vierkante kilometer

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik het navigatievermogen van een dode duif bezit. Kevelaer via Duisburg, Dwingeloo via Beilen, Oude Willem via eindeloze vlakten sprookjesbos en heide; been there, done that. Het is om meerdere redenen handig dat ik meestal op tijd vertrek en het ook niet erg vind af en toe iets anders dan gepland te zien. Zo kwamen jongste en ik ooit eens in Andres terecht, terwijl we in Anders moesten zijn (of omgekeerd, daar wil ik vanaf zijn), maar daar vonden we wèl weer een interessant kerkhofje en kerkje. Dus.

Iedereen die mij iets beter dan een beetje kent, denkt daarentegen waarschijnlijk tóch dat ik het duistere dorpje Drijber en omgeving als mijn broekzak…euh. Nee. Gek genoeg niet. Pas tijdens de allerlaatste logeerpartij in het pand van vroegere vriend S., begon me op te vallen dat de plek waar hij woont, méér is dan de Hullen en dorpshuis ‘t Kaampie. Ik ontdekte er iets van bos, en heide, en vennetjes, en oerossen, en, en, en…

En ik ging er nog wat vaker heen, door het Mantingerveld, dat ik nu volledig mijn obsessieve liefde heb verklaard, langs de kanalen en door dat ruige, bruinrood met geelgroene landschap. Ik liep er rond en kon er met mijn pet niet bij, dat ik dit, èn dat, nooit eerder zag. En nóg was het niet genoeg. En nóg verdwaalde ik er. Ik liep er afgelopen week twee dorpsommetjes en méér, en werd wederom verrast.

Ik liep een straat uit, naar links, naar rechts, en toen stond ik met mijn neus aan de VAM-berg, mijn voeten nog net niet in het Oude Diep. Zo dichtbij? In mijn gedachten moest ik nog een kilometer of zes verder. Altijd omgefietst. Lag ‘t Kaampie echt net buiten die bocht? Nooit op gelet, blijkbaar, al die keren dat ik er kwam. Buiten het dorp bleek een pingo-ruïne te liggen en ik zag dat het daar over een paar weken een lupineparadijs moet zijn. Mijn tunnelvisie bracht me eerder nooit daarheen.

Het is het cliché dat weer zo waar is. Dat je daar, waar je zo vertrouwd bent, misschien het minste ziet en de omgeving het slechtste kent. En dat is iets wat mij dus aan dat wandelen zet, dat ontdekken op een steenworp afstand, en nog dichterbij. Ik moest er altijd een beetje om lachen, om de opmerking van S., dat hij nooit op vakantie hoefde. Dat moest ik nu weer, toen ik langs het prachtige plekje kwam waar hij nog steeds bivakkeert. Simpelweg omdat ik het, nu ik hier ook woon, meer dan ten volle begrijp. Naast het feit dat mijn navigatievermogen evengoed in coma blijft, maar daarover een andere keer maar weer…

Nee. Die natte schoenen kwamen niet door dít water...al had dat met mijn verregaande onhandigheid natuurlijk prima gekund...

Nee. Die natte schoenen kwamen niet door dít water…al had dat met mijn verregaande onhandigheid natuurlijk prima gekund…

(“Maar je komt in de zomer wèl naar Noorwegen!” riep vriendin Mara uit. Maar ja. Da’s geen vakantie, hè…da’s gewoon omdat ik haar anders veel te weinig zie….)