Eilandgasten

Dit was het schooljaar waarin ik geen ‘nee’ zou zeggen. Of liever: dat ik een heleboel keer ‘ja’ zou zeggen, omdat het tijd werd dat ik wat andere, leukere dingen zou doen na net iets te veel jaren studeren. Ik ging tekenen en schilderen bij diverse docenten, ik deed wedstrijdje na wedstrijdje ‘min of meer hardlopen’, ik stuurde een canadees over nachtelijk water in noordelijk Drenthe en ik sloot me aan bij een klein koor in het mooie dorp waar ik nu woon.

En toen die aankondiging op Facebook. Een weekend zingen op Terschelling. En ik zei wederom: ‘Ja!’ Volmondig per e-mail. Met vlinders in mijn buik. Want zo gestudeerd zing ik niet. En ik had geen idee wat ze er precies zouden doen. En ik kende er niemand. En er ging ook al geen bekende mee. Enneuh, enneuh… Nou. Maar ik ging. En wat die vlinders ervan zouden vinden, dat zagen we later dan wel.

Het werd vrijdag 26 juni. Met mijn paarse rugzakje liep ik vanaf de haven van West-Terschelling naar de Stayokay een stuk verderop. Ik schudde handen van een groep dames, tot er eentje vroeg wat ik er eigenlijk kwam doen. Yoga? Shoot. Verkeerde groep. Opnieuw handen schudden. Borrelen. Eten. En toen een pittige workshop ‘Rythm and Groove’. Of ik bijvoorbeeld met mijn handen iets anders kon klappen dan ik met mijn voeten tikte. Nou nee. Dát nou net niet.

Het was enorm hard werken. Goed luisteren. Durven. En doen. Zingen ‘door een verticale brievenbus’ en ‘met meer of minder lucht’. Hard, en zacht. Door elkaar. Met elkaar. En ook alleen. Heel even. Doodeng. Maar toch doen. En dan dat lachen. Ja. Toen we met zijn allen dachten dat de piano stuk ging en pas even later doorhadden dat die vreemde toon het blazen van de veerboot was. Maar ook op zo veel andere momenten.

Op zondagochtend ging ik vervroegd weer naar huis, om een reden waar ik later nog over zal schrijven. Mijn hoofd vol muziek, prachtige ontmoetingen en fijne gesprekken. De ervaring met dirigente Merel Martens die ik iedereen wel gun, zo fijn. En de rotsvaste overtuiging dat ‘we dit vast en zeker nog een keertje overdoen’.

Oh ja. Slapen in een stapelbed. Ook daar heb ik 'ja' tegen gezegd. Maar of de constructie van dit bed daar blij mee moest zijn...

Oh ja. Slapen in een stapelbed. Ook daar heb ik ‘ja’ tegen gezegd. Maar of de constructie van dit bed daar blij mee moest zijn…

 

Hardloopreünie

Vrijdagmorgen had ik er een hard hoofd in. Ik had er ook geen zin meer in. Na een taaie week als deze wilde ik liever op de bank ineenzakken. Zielig met mezelf twee rolletjes Rolo naar binnen schuiven. Zoiets. Maar, zo heeft collega W. me ingepeperd: als je je inschrijft voor een loopje, dan moet je ook gaan. Dús zou ik gewoon gaan rennen in Steenwijk. Ook nu zij een keertje niet meeging. Iets wat ik overigens goed begrijpen kon, want wie rijdt er nu een uur om ergens een half uur te gaan joggen? Euh. Ik, dus.

De man wilde wel mee als supporter. Ik verdenk hem van stiekem genieten van bekende gezichten op het oude honk. Hij grapte bij het binnenrijden van het zo bekende stadje of hij de TomTom nu aan moest zetten, maar ik zei dat ik het wel zou redden zonder. Na afloop van het loopje hadden we dan wel een TomTom nodig om elkaar weer te vinden, maar vooruit.

Ik haalde mijn startnummer op en hees me in een nieuw renshirtje. Ik zag vriendin L. en we praatten in hijgtempo bij. In de groep vóór de start zag ik weer een bekende. En nóg één. Het opwarmen van mijn stem ging iets sneller dan het oprekken van mijn spieren. Het startschot klonk. Duimen gingen omhoog, de blik richting finish. In de drukte zocht ik naar een prettig tempo. Ik vond het achter twee dames, in wie ik pas na een kwartier twee ex-collega’s herkende.

Er was de markt, er was het park. Die gladde keitjes, dat steile weggetje dat naar de stadswallen leidde. Daar weer overheen. Weer terug naar de markt. En nog een keer. De lol om er juist niet als een speer vandoor te gaan, maar even af te zakken naar die ene ex-collega die de snelheid verloor. En dan toch samen over die finish. Even grijnzen om de tijd, die niet eens zo gek was.

En dan naar huis. Blij dat ik het toch weer gedaan heb. Genoeg energie weer in het lijf voor de komende tijd. Het hoofd een stukje leger. En voor volgend jaar de Stonecityrun alvast in mijn agenda, als een sportieve mini-reünie.

Volgend jaar wèl op nieuwe schoenen...want dat mijn huidige schoenen 'erg oud' waren, dat kon de verkoopster van Run2Day vandaag wel van een afstand zien.. Ja, dit zijn de nieuwe!

Volgend jaar wèl op nieuwe schoenen…want dat mijn huidige schoenen ‘erg oud’ waren, dat kon de verkoopster van Run2Day vandaag wel van een afstand zien.. Ja, dit zijn de nieuwe!

 

Waar je niet aan denkt

Je denkt aan alle dingen die je jonge mensen zult gaan leren. Of althans proberen. Je denkt aan gemopper bij het onbepaald voornaamwoord, maar toch vooral aan triomf, als die ene lastige zin met dat naamwoordelijk gezegde in één keer goed gaat. Je ziet jezelf al bij voorbaat juichen. Voor hem, of voor haar.

Je denkt aan kleine gesprekjes, over de hond, die het huiswerk alweer opat. Over voetbal. Muziek. Die ene knappe jongen uit G2. En je ziet jezelf minzaam glimlachen, maar ook wel eens ronduit schaterlachen. Omdat het simpelweg zo fijn is om onder mensen te zijn die tot in hun vingertoppen leven.

Daar denk je aan.

Je denkt niet aan moeders die hun dochters niet hadden willen hebben. Vaders die hun zonen slaan. Je denkt niet aan kinderen die zichzelf verwonden, of een ander. Je denkt niet aan zo veel ellende, voordat je voor de klas zult staan. En nooit, nee, nooit, bedacht je van tevoren, dat het allemaal nóg erger kan zijn. Dat veertienjarigen het gevecht tegen een slopende ziekte zullen verliezen.

Omdat er geen reden voor te verzinnen is. Geen reden mag bestaan.

Je denkt er niet aan.

Op het moment dat hij op elke vlaggenstok in top hing, kwam hij bij op school niet verder dan halfstok...

Op het moment dat hij op elke vlaggenstok in top hing, kwam hij bij ons op school niet verder dan halfstok…

Als een oudje

Ineens was er dat idee: het verzorgen van een hele kerkdienst. Nee. Niets met preken. Dat doet een gospelkoortje niet, en als het dat wel deed, dan was ik, vrees ik, afgehaakt. Preken doe ik al vaak genoeg op school en daar wordt het óók al niet gewaardeerd en bovendien ben ik nog steeds niet bekeerd. Nee. Het zou iets met liedjes zijn, een enkel gebed, gedichten, en bescheiden toneelspel.

Gospelgroep Marturia in actie.

Gospelgroep Marturia in actie.

Koorlid I. had in minder dan geen tijd een basis van formaat geschreven. Het handelde in onze ‘dienst’ om een bejaarde tweeling die wat zou keuvelen over vroeger en over elkaar. Daartussendoor zouden we dan wat liedjes zingen. Was dat niet mooi? Ja, het leek ons alleraardigst, maar er klonk aanvankelijk toch een stilte toen gevraagd werd wie de teksten van de tweeling ‘door zou willen spreken’.

‘Dat doe ik dan wel’, zei koorlid A. en toen het opnieuw even stil bleef, ging mijn grote mond dan ook nog open. Doorspreken is iets anders dan spelen, nietwaar. Iets waar ik niet zo snel voor opteren zou. Vreemd genoeg bleken A. en ik na die ene keer ‘doorspreken’ ineens de rol van de tweeling gekregen te hebben. We keken elkaar eens aan en haalden de schouders op. Vooruit dan maar.

En daar zaten we dan. In een oud jasje en een oud jurkje, in fijne rieten stoeltjes aan een tafeltje met een kleedje. De tekst voor de zekerheid in een oud foto-album geplakt en daarin keken we om beurten gretig naar zogenaamde ‘foto’s’ van vroeger. We maakten op enig moment een aardig potje van de tekst, maar breiden onszelf er even creatief weer uit. Het leek er warempel op dat ik er lol in ging krijgen.

Het mooie kleedje van Zwaantje...en natuurlijk zaten we niet achter de geraniums...kijk maar goed...

Het mooie kleedje van Zwaantje…en natuurlijk zaten we niet achter de geraniums…kijk maar goed…

En dat was het ook. Plezier. En daartussendoor ook nog zingen. Mijn nichtje, die met haar man was komen kijken naar ons, zag ik uit volle borst meezingen op menig moment. Ook nog zoiets moois: dat je iemand dertig jaar niet gezien hebt, via Facebook deze date regelt, en dan ineens weer ontzettend gezellig zit te ouwebeppen. Opnieuw dertig jaar tussen deze en een volgende date? Hopelijk niet. En het hoeft van mij ook geen dertig jaar te duren voor ik opnieuw een beetje een rolletje spelen zal.

En óf het zo nu en dan kan verkeren…

(Nee, koorlid H., dat wil NIET meteen zeggen dat ik nu bij de toneelclub kom…!)