Het sturen van een huwelijk

Nooit doe ik mee aan like-en-deel-acties op Facebook. Deels omdat ik denk dat 99% van de acties nep is, deels omdat ik weet dat de overige acties puur reclame-acties zijn, en reclame maak ik het liefst alleen voor organisaties waar ik zo’n beetje 500% achter sta. Dus dat ik uiteindelijk het bericht van In het Wilde Weg toch likete en deelde, betekent wel wat.

En ik won! Ik won! Een tochtje naar wens op en langs het water. Ik deed een digitaal huppeltje en jubelde tegen de man. En ik hield een pleidooi voor ‘samen op het water’, ‘rust’ en ‘grenzen opzoeken en ruimschoots overschrijden’. En de man, die in de categorie ‘waterbeleving’ slechts douchen kon waarderen, stemde in. We kozen voor een avondtocht met vuurtje onderweg.

Bushcrafter Tim vond dat de man en ik wel in een tweepersoons canadees konden varen. Ik had ten slotte al ervaring. Hij lachte er ruimhartig bij. Ik zou achterin, en dus gaan sturen, en Tim verhaalde over de bijzondere uitdaging die we aangingen. Iets met echtparen en dreigende scheidingen en mannen die per se wilden sturen, maar dat eigenwijs genoeg niet konden. ‘Hèhè’, deed ik en de man hield zich stil.

We ploeterden wat met de peddels en eigenlijk ging het al snel behoorlijk voorwaarts en om de bocht. Nu deden we het wel op zijn bijzonderst, want met beide peddels aan één kant: dat kon toch handiger. Iets met mijn peddel ‘als een roertje’ gebruiken, maar ik had nog niet voldoende over mijn ontbrekende navigatievermogen verteld en Tim wist nog niet genoeg over de flexibiliteit van ons huwelijk in zaken die de man en ik beiden onvoldoende beheersen. We redden ons wel, maar over de wijze waarop kun je je eindeloos verbazen.

Inderdaad. Die verbazing. Boven alles. Zoals dat roertje, dat ik uiteindelijk toch wist te gebruiken. Zoals de man, die aan het eind van de tocht toch stuurman werd en zelfs de douche als wateractiviteit op een tweede plaats neigde te zetten. Hij sprak over ‘eigen boot’ en ‘geschikte auto om het ding op te vervoeren’. We wilden óók zo’n Kelly Kettle, en meer maanovergoten tochtjes. En het recept voor heel veel zoete broodjes. Boven open kampvuur met gloeiende kooltjes.

De man...in het volste vertrouwen dat de stuurvrouw de boot wel weer rechttrekt.................

De man…in het volste vertrouwen dat de stuurvrouw de boot wel weer rechttrekt……………..

Party tegen ICT-mist

Ik was er klaar voor. Klaar voor die ene andere locatie, waar ik voor iedere les doelen in beeld moest hebben (liefst in een powerpoint). Klaar voor de hoofdlocatie, waar het Chromebook zijn intrede had gedaan. Klaar voor de chemie die mijn eigen klas zou zijn.

Ik startte mijn eerste ‘Chromebook’-les. Richtte de afstandsbediening op de beamer. En zag een blauw scherm. Een lamme stekker. Een falend stekkergat. ‘Geeft niets,’ sprak ik tot de meiden en twee heren die hun vingers al klaar hadden hangen boven het keyboard, ‘volgende les zitten we in een ander lokaal. Komt goed.’

In het andere lokaal kreeg ik een prachtig scherm. Na een diepe zucht van verlichting vatte ik de digi-pen. Die het niet deed. Ik blies. Heel zachtjes. Beheerst, hè. De meiden en twee jongens keken mij afwachtend aan. De klepjes van de Chromebooks mochten dicht. Ik had nog één ècht boek, een stem met nog een beetje volume. Ik las nog best goed voor.

Het werd een oefening in doorademen, deze eerste week. Ik denk dat mijn oude stagebegeleider, coach J., er wel een antwoord op had gehad. Iets met ‘ICT, weg ermee.’ Ik ging het zelf haast denken. Zeker toen ik met al mijn lesdoelen en voorbereiding met schrift en pen in een leslokaal kwam te zitten waar juist weer te veel werkende computers stonden.

Het werd vrijdag. De laatste bel ging. De neiging om me onder een dekentje terug te trekken in een hoekje van de grote, rode hoekbank werd overstemd door een feestje van gospelgroep Marturia. Er was taart. Er was wijn (ééntje maar, jongens!) Collega T., die ooit bij de gospelgroep dirigeerde, was Mystery Guest. Op tafel verscheen het spel ‘Party en Co!’ Leesbrillen en bouwlampen, acteertalent en vals spel.

Er rolde net een app’je binnen. ‘Heerlijke vrije dag om na te genieten?’ De vraag kwam van T. Hij was uiteraard niet meer of niet minder dan retorisch.

Mystery...of gewoon een beetje duister?

Mystery…of gewoon een beetje duister?

(En het beste bewijs dat die grauwe ICT-mist weer is opgetrokken is dat ik dit stukje tik op mijn Chromebook, dus….)

Kickstart

Het eerste jaar in het mentorenteam van havo 3/4/5 keek ik er wel even van op: bijeenkomen op de laatste vrijdag ín de vakantie? Zijn ze daar nu helemaal van lotje en verder? Ik had mijn e-mail niet bekeken (vakantie, hè…), dus ik werd zo’n beetje uit mijn bed gebeld door een collega-mentor. Of ik toch graag wilde op komen draven, als ik toch niets beters te doen had.

Inmiddels zijn we vijf mentorenjaren verder op de school diep in Drenthe. De laatste vrijdag in de vakantie is de eerste schooldag voor mij en ik weet niet meer beter. Sterker: ik kijk er in die laatste zomerse week steevast een beetje naar uit. Heel stiekem. Niet dat ik de vlag uithang, of het van de daken ga schreeuwen, want mijn imago is me ook wat waard, natuurlijk.

Maar. Daar ben je dan weer. Met dat kleine clubje (want de rest van de school wacht echt wel tot maandag). De een drukt je stevig de hand, de ander vliegt je om de nek. Nog weer een ander roept dat hij het fijn vindt om je weer te zien en jij roept dan: “Leugenaar!” voordat je ‘m een dikke zoen geeft. En ja, je had allemaal een fijne vakantie.

Ik bekijk de roostertjes die ik maandag aan mijn klas zal uitdelen. De stapel papieren die eronder ligt, hoef ik niet nader te bestuderen; er staat al jaren hetzelfde op: een lijst met vragen die de leerlingen invullen, zodat je weer wat meer over ze weet. De lijst met mentorleerlingen ligt eronder. Collega A. ziet de namen en lacht hardop. ‘Zie het als een leuke uitdaging’, grijnst Chef.

En ik voel mijn mondhoeken omhoogkruipen, omdat ik niet anders kan. Nog een weekend. Daarna gaat het feest definitief beginnen. Ik heb er zin in!

De eerste afspraken staan er alweer in...

De eerste afspraken staan er alweer in…

De plek waar Mara woont

Of ik nog weg zou gaan, deze vakantie. Dat werd me meerdere keren gevraagd, begin juli. ‘Neuh’, zei ik dan, ‘ik ga nog wel naar Noorwegen, maar…’ En dan zakte bij de gesprekspartner steevast de kin naar de grond. Waarop ik dan weer de wenkbrauwen fronste. En vervolgens de vlakke hand tegen het voorhoofd sloeg. Ja. Natuurlijk.

Het klinkt meteen zo exotisch. Alhoewel, exotisch…dat is misschien niet het goede woord voor een land waar het slechts bij uitzondering tropisch heet is. ‘Ver weg’ dan. Ja. Ver weg. Dat is het zeker. Maar voor mij is het tijdens die tripjes naar het zuidwesten van dat Scandinavische land, simpelweg ‘de plek waar Mara woont’.

Ze woonde eerder in Emmeloord, wat toen een half uur rijden van mij vandaan was. Een stuk gemakkelijker te bereiken, al zagen we elkaar soms tijden niet. Gek genoeg hebben we elkaar in de afgelopen twee jaar vaker gezien dan in jaren daarvóór. Ik ben opgehouden me te verbazen over (de loop van) vriendschappen, dus dit proces zal ik verder niet van analyse voorzien.

Maar goed. De plek waar Mara woont. Waar ik bij aankomst de huissleutel krijg en toegang tot kasten en laden. Waar ik op de bank kan zijgen met de voetjes omhoog, na een dagje van sjouwen in mijn eentje, of samen, over paden die me inmiddels net zo vertrouwd zijn als thuis. Waar ik eindeloos zwijgen kan, maar ook oeverloos ouwehoeren. Waarvandaan we soms een tripje maken. Soms ook niet.

Het is een stukje toeren. Per auto, trein, vliegtuig, bus, bus, boot, bus en auto en dan de drempel over. Uitzichten over fjorden. Schapen in de (bijna-)achtertuin. Schuimbeertjes met chocola en mini-dropjes met zoute karamel. Een plek die, ik geef het toe, ook vakantie is. Het is de plek waar Mara woont.

Mara sleept me tijdens bezoekjes graag mee naar grote hoogtes...

Mara sleept me tijdens bezoekjes graag mee naar grote hoogtes…