Uitgegooide glazen…

Het was kwart voor acht ‘s morgens. De hoogste tijd om in de auto te stappen en eerst jongste bij Stenden Hogeschool te droppen, alvorens de Renault op het parkeerterrein van de school diep in Drenthe te zetten. Tas ingepakt, telefoon bij de hand, bril…euh…bril.

Hij lag boven. Op het bed. Met de bril op de neus vloog ik weer naar beneden, aaide een poes, griste nog een flesje water van het aanrecht en begon toen te zwaaien op mijn benen. Shoot. Toch te druk gedaan? Te hard gelopen op de vroege ochtend? Ik nagelde mijzelf aan de vloer vast en wachtte tot de wereld zou stoppen met draaien.

Dat deed hij niet. Ik liet mijn blik van links naar rechts door de kamer gaan, met mijn voeten nog stevig op de grond, een stukje uit elkaar. De wereld was wazig. Zou dat rechterglas soms…want dat valt er soms zómaar uit. Maar nee. Er zat glas op de plek vlak voor mijn oog.

Ik dacht. En zuchtte. Hier had ik echt geen tijd voor. En toen ik mijn hand per ongeluk op mijn linkerglas legde, waar dus geen glas zat, zuchtte ik nog dieper. Links was het glas eruit! Ik keek naar mijn voeten. Ik keek eromheen. Ik keek nog wat verder. Liep terug naar boven. Gleed met beide handen over de sprei, over het dekbed, over de vloer ervóór.

‘Het ligt hier,’ sprak jongste zacht, alsof hij het over de kat had die voor de tiende keer naar binnen wilde die ochtend. Iets wat net zo zeldzaam is als nieuwsberichten over protesten tegen asielzoekers. Ik liep naar de keuken, waar jongste naar de kattenbak staarde. Met één hand frummelde ik het glas in het montuur, met de andere zocht ik in de keukenla naar de micro-schroevendraaiers.

En ik dacht aan de vele euro’s die de nieuwe bril van collega M. had gekost.

En ik dacht ook nog even aan superlijm.

(En ook aan hoe gierig ik eigenlijk ben. Vooruit. Dat ook.)

Nee. Deze is niet kapot. Sterker nog: niet kapot te krijgen. Maar dit is niet de -dure- bril tegen mijn schele blik, helaas...

Nee. Deze is niet kapot. Sterker nog: niet kapot te krijgen. Maar dit is niet de -dure- bril tegen mijn schele blik, helaas…

Familieperikelen in de maak

Het begint ook mij te duizelen. Vroeg de man de laatste maanden al regelmatig naar mijn broer, waarbij hij niet de èchte, maar mijn toneelbroer bedoelde, intussen heb ik er via de schoolmusical een tien jaar jongere man bij, een kranige schoonvader en kinderen die ik zo slecht uit elkaar uit elkaar kan houden dat ik niet eens weet of ik nu twee zoons heb en twee dochters, drie dochters en twee schoonkinderen (èn die zoon), of, euh, nou…

Als kind had ik genoeg aan één familie. Ik vond het vreselijk, toneelspelen. Ik had geen idee waar ik mijn handen, mijn voeten, de rest van mijn lijf en mijzelf moest laten. Volgens mij keek ik voortdurend ongelukkig. En tóch….kreeg ik steeds opnieuw een rol bij het schooltoneel. In een kerstspel had ik er zelfs twee: engel Gabriël, èn een herdersjongen (…), en het enige argument voor mijn geforceerde inzet kan mijn geheugen zijn geweest, want toneel kon ik werkelijk niet spelen.

Door een bizarre samenloop van omstandigheden werd ik vorig jaar toch ‘Zwaantje’, de helft van een bejaarde tweeling. Broer Bertus en ik, we staan aanstaande zondag alweer voor de derde keer, samen met ons koor, op toneel. En ik vertelde erover tegen collega P. en hij zei dat ik iets met de schoolmusical moest, maar dat negeerde ik. En nog een keer. En toen het echt niet anders meer kon, zei ik: ‘Ik ben reserve.’ Als er iemand uitvalt, want dat gebeurt niet, maar het gebeurde dus wel.

En nu sta ik na schooltijd ineens in een gymzaal met een sliert leerlingen, een paar collega’s en een musicaljuf die de boel kan dirigeren. Ik zoek nog een beetje naar waar ik mijn handen laat, mijn voeten, mijn lijf en mijzelf. Ik verzamel moed voor het zingen van een liedje in mijn eentje, maar heel ongelukkig lijk ik nog niet te gaan kijken. Op de gangen in school hoor ik soms: ‘Dag mama!’, en ik doe mijn best om te bedenken welke koter dat nou was. Als mijn ‘man’ een netelige schoolkwestie oplost, bedenk ik net als in de musical wat voor een held het is.

En ik vraag me niet eens meer af hoe ik al die familiebanden uit elkaar houd, want dat gaat niet lukken. Net als ‘nee’ zeggen, mocht koorlid H. me volgend jaar opnieuw vragen voor het dorpstoneel. Al kan ik het natuurlijk altijd proberen…

Wat moet mijn oude schoonvadertje nou op die fiets? Ook nieuwsgierig? Komt dat zien, 24 februari, in De Muzeval in Emmen!

Wat moet mijn oude schoonvadertje nou op die fiets? Ook nieuwsgierig? Komt dat zien, 24 februari, in De Muzeval in Emmen!

IJs en weder dienende

En toen was de vakantie voorbij. Op maandag had ik alvast mijn tas gepakt, wat e-mails beantwoord, bedacht wat ik in mijn klassen zou doen…en op dinsdag stapte ik vol goede moed mijn bed uit. En ik keek naar buiten. En ik deed een stap buiten. En ik e-mailde de roostermaker. En ik app’te Chef. Die op haar beurt app’te dat ze zich buiten ook maar ternauwernood overeind kon houden. Het werden drie dagen verlenging. Drie dagen ijzelvrij.

De eerste dag werd er eentje van RTV Drenthe, waarbij ik verbijsterd toehoorde waar sommige luisteraars zich druk om maakten. Zo was er een dame die niet naar buiten kon en nu ineens binnen aan het werk moest. Een ander maakte zich enorm boos over mensen die hun stoepje niet veegden. Ik keek naar buiten. Nee. Nu had ik ook geen stoep. Dat scheelde. Maar ook de oprit liet zich lastig vegen en daar liet ik het dan ook bij.

Ik app’te met collega’s. Ik e-mailde nog eens wat. Las een bladzijde. Zat op Facebook. En nog een keer op Facebook. En toen maar eens op Twitter. Nog een bladzijde dan. Gitaarspelen dan. De D-snaar liet zich maar met moeite bedwingen. E-1 klonk heel vals. Zelf ik kon dat horen en daar was ik dan wel trots op, maar er iets aan doen kon niet, want de man had het stemapparaat bij zich en de man bevond zich in Zeeland.

Ik ging te laat naar bed. Stond te vroeg weer op. Dag twee van ijzelvrij. Ik las een bladzijde. Oefende, ondanks valse noten, weer wat gitaar. Haakte een granny square. En toen nog één. Sms’te met mijn vader. Het regende daar. Hier was het glad. Jongste begon te grommen. Dat hij toch echt weer naar school wou. Ik gromde terug. Dat hij niet zo moest grommen. We waren op weg naar dag drie.

Ik heb geen idee wat ik vandaag gedaan heb. Het zal wel iets geweest zijn als wéér die ene bladzijde. Nee, toch iets meer.. Ik e-mailde weer wat. Ik app’te weer iemand. Belde met vriendin A. Het ging over alles en over het weer. En dat het maar goed was, dat we morgen nu echt weer konden beginnen. Ik kan best iets met vakantie, maar beperkt tot een straal van een meter rond het huis, is een ander verhaal.

Het is maar goed, dat ik me niet verder dan het konijnenhok heb gewaagd. Stel je voor dat ik een been gebroken had. Daar wil echt niemand, maar dan ook niemand in mijn kringetje, langer dan een dag van genieten.

Mickey begint zich ook al af te vragen wat ik hier nog doe...al kan dat ook projectie zijn...

Mickey begint zich ook al af te vragen wat ik hier nog doe…al kan dat ook projectie zijn…

Dat kan ook

Een stukje wandelen. Dat leek ons wel wat. En dan niet zo’n lullig stukje in en om Aalden, wat ook leuk is, begrijp me niet verkeerd, maar je moet wel minstens drie keer om het dorp wil je de kuiten een beetje opgewarmd hebben. Nee. Misschien een Groene Wissel, of een Trage Tocht. Iets met bos. En horeca. Ten slotte was het nog steeds een heerlijk hedonistische vakantie.

Het werd Wateren. Zeventien kilometer, om het niet té gek te maken. Ik legde de wandelsokken al klaar en de kaart werd geprint. Tot ik het weerbericht zag. ‘Jeetje,’ sprak de man. ‘Donders,’ repliceerde ik. Het weer van de stralende Nieuwjaarsdag zou zich op de tweede januari niet herhalen. En we gingen om de bómen naar Wateren, niet om het water. Om maar eens een flauw grapje te maken.

‘We kunnen ook wel naar een museum,’ opperde ik. Want het Fries Museum was vorige week superleuk geweest en ook hartstikke gezellig met vriendin K., maar er was nog zo veel meer te zien. Ik wilde nog naar David Bowie in Groningen, en de Glasgow Boys in Assen moesten ook nog met enthousiasme bewonderd. En de tijd begon vakantie-erwijs toch een beetje te dringen.

‘Of we gaan in huis lekker de hele dag lezen,’ zuchtte de man.

Of we gaan in huis lekker de hele dag lezen, dacht ik stiekem.

Het kerstbrood is ten slotte ook nog niet op.

...om mee te beginnen...

…om mee te beginnen…