Sleeën in Sauda

Als er een mooi plaatje gemaakt kan worden, wordt er een mooi plaatje gemaakt.

Als er een mooi plaatje gemaakt kan worden, wordt er een mooi plaatje gemaakt.

Het is nooit erg als een plan omgegooid wordt. Nou ja. Dat is met de meeste plannen het geval. Een enkel plan is te leuk om van de kaart geveegd te worden. Zo’n plan had Mara. Voor vandaag.

Een heel aardige collega van Mara wees ons de weg.

Een heel aardige collega van Mara wees ons de weg.

Ze haalde me op, klokken 8.00, en we reden twee uur lang in noordoostelijke richting. ‘Oh!’ riep zij en ‘Ah!’ riep ik en tussendoor gooiden we maar wat chocolaatjes in onze monden, anders bleven we verzuchten hoe verschrikkelijk mooi het overal was. In Sauda, waar echt veel sneeuw lag (iets wat we een uurtje eerder nog niet konden geloven), gaf één collega van Mara ons sleetjes, een ander reed voor ons uit naar een dal waar ‘het’ dan echt zou gebeuren.

Eten in de sneeuw. Weer iets anders dan sneeuwhappen.

Eten in de sneeuw. Weer iets anders dan sneeuwhappen.

De eerste de beste bult vonden we goed genoeg om vanaf te sleeën, maar het grootste deel van de bult bestond uit metershoge lagen verse sneeuw. Oh. Nou. Dan het kleine bultje vooraan maar. En zelfs daar waren we in staat verkeerd uit te komen, volop sneeuw te happen, schouders en knieën blauw te beuken en sokken, sjaals en handschoenen doornat en koud te krijgen.

Gelukkig had Mara thee bij zich. En de zon was heerlijk warm, waardoor we beiden tussen de gewaagde ritjes door met de ogen dicht op temperatuur konden komen. We luisterden naar het bijna volkomen niks, naar kabbelend water van watervalletjes in de verte, naar het ontieglijk gekwetter van onszelf, en naar ons bulderend gelach.

Good times!

Good times!

Volgens Chef, die ik eerder appte over onze plannen, was sleeën goed voor de buikspieren. Ze had gelijk. Die spieren hebben er flink van langs gekregen als een van ons weer eens charmant in een sneeuwkuil belandde. Veel andere spieren kregen ook enorm op hun donder, maar ik vrees dat dat aan onze techniek lag. Iets wat de komende jaren waarschijnlijk ook niet verbeteren zal.

Zon, zee en zure haring

Gisteren was een heerlijke dag. Vooruit, het regende bij vlagen en bakken, maar van een code oranje hadden we hier geen last. Op tijd je regenbroek aan, is het devies en daar moet je het dan maar gewoon mee doen. Ik deed dat niet, gisterenochtend, op tijd die regenbroek, waardoor ik op een afstand van nog geen 400 meter drijfnat het Karmsund Folkemuseum bereikte, maar ach, ik had daar tijd en ruimte genoeg om weer op te drogen.

Even staren over het water...

Even staren over het water…

Vandaag leek het anders te worden. Een zonnetje dat zich half achter een wolkje zou verschuilen, zei Buienradar. Geen regen. Een prachtdag om de ferry te nemen naar een eiland een heel stuk verderop. Er zouden veel vogels zitten, en er was veel ‘streetart’, al kon je van straten op het schaarsbewoonde eiland niet echt spreken. ‘Ga je mee?’ vroeg ik Mara, maar ze wist het nog niet. We zouden vanmorgen nog wel even sms’en.

Zonnige selfie met bruggetje en berg.

Zonnige selfie met bruggetje en berg.

Ze deed het toch liever niet, was haar bericht. Een hele dag in de winter op dat eiland was niet haar idee van fun. ‘Euh,’ mompelde ik en ik tikte terug dat ik ook niet ging. De ferry had technische problemen en zwemmen is wel een heel erg eind. Misschien konden we ergens wel wandelen. ‘Rondje Eivindsvatnet?’ kwam terug, ‘Kl 12?’ Ik moest lachen. Mijn cursus Deens blijkt ook in Noorwegen van pas te komen. Dat rondje wil ik wel lopen. Klokken 12. Ik sta op tijd aan de straat.

Weer een fijn zitje om even zonnig te zitten zwetsen.

Weer een fijn zitje om even zonnig te zitten zwetsen.

De Toyota van Mara reed om 5 over 12 voor. Ik stapte in. ‘We kúnnen dat zompige rondje lopen,’ begon ze. Ik keek opzij. ‘Of we doen iets anders.’ Iets anders werd het. Het werd Avaldsnes. Het voormalig koperwingebied op Karmøy, een eiland waar Mara tot vorig jaar woonde, in haar oude, rode huisje aan de kabbelende zee. Ik was in dàt specifieke gebied nog niet geweest: een verrassing om iedere hoek. Weer een stroompje, weer een ander uitzicht op zee. Schitterende stenen. Piepkleine, tere schelpen. Een plan werd een beter plan werd een fantastisch plan. Omdat dat ook altijd nog kan.

Ik zou er ook zuur van worden...

Ik zou er ook zuur van worden…

En als bonus gingen we ook nog even shoppen. In de kringloopwinkel. Waar ik deze prachtige haringpot niet meenam. Iets met een heel kleine koffer en veel voorbedachte rade…

Eigengereide Einzelgänger

Vriendin Mara heeft er al meerdere keren over geschreven in haar blog: haar vriendin Pepperfly (dat ben ik dus, die naam kleeft nog steeds aan me door een vorige blog), die vriendin die is dan wel in Noorwegen, waar zij dus woont, en ze zullen elkaar wel zien, maar…ze trekt vooral ook haar eigen plan. Als ik haar niet beter zou kennen, zou ik er een beschuldigend toontje in lezen, maar ook zij weet intussen hoe ik ben. (Als je dat nog niet weet na 20 jaar vriendschap, dan is er ook wel iets grondig mis, niewaer?)

Ontbijt

Ontbijt

Want ja. Ik trek mijn eigen plan. Heel graag. Niet dat ik niet graag onder de mensen ben. Mijn baan bewijst het absolute tegendeel: in het onderwijs ben je voortdurend onder de mensen. Voortdurend ondergedompeld in een wereld vol verschillende meningen, visies, avonturen, wensen; caleidoscopisch leven op de vierkante meter. En ik geniet daarvan. Om in het weekend die spons die ik ben, wel even leeg te knijpen tijdens wandelingetjes met de man.

En een paar keer per jaar moet dat dus nog iets drastischer. Alleen. Of in ieder geval zodanig alleen dat niemand last heeft van de totale verdwaasdheid die me kan overvallen. Van tien plannen bedenken en het elfde uitvoeren. Weten waar je heen wilt lopen, maar min of meer per ongeluk toch een omweg of vijf maken. Iedere dag een andere supermarkt bezoeken. Twee dingen kopen en daarover rustig anderhalf uur doen.

Diner

Diner

Eindeloos rommelen met bordjes, messen, broodjes, toetjes en ‘Ekte majones’. En van al die maaltijden ook nog foto’s maken, na een zorgvuldige her- en verplaatsing van de verschillende elementen.

En dan dat eten nog.

Voorbereid watervast

Uiteraard ben ik in Haugesund meteen op zoek gegaan naar nóg meer vitaminen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ik bij thuiskomst nog steeds iedere voorbijganger besmet met de aan mij hangende bacillen. In het groezelige avondwinkeltje met de chagrijnige caissière vond ik groenten en fruit, brood en sambal, maar dat laatste heb ik uiteindelijk toch omgeruild voor mayonaise. Zonder risico’s is het leven maar saai, nietwaar?

Omdat het kán!

Omdat het kán!

Het was nog wat aanmodderen in het appartement aan de doorgaande weg. De afzuigkap werkte niet, de televisie was onwillig, de staande lamp in de woonkamer wilde niet áán en een bedlampje ontbrak ten slotte volledig. Het elektrisch fornuis werd wèl nog heet en de verwarming kon op standje kernreactor. Ik deed de ramen maar even open. En wist toen weer waarom het Unique Selling Point van deze plek de geluiddichtheid was.

Maar toch. Flotmyrgården krijgt van mij een acht. Omdat Anne, die ik ‘s morgens sprak, in no time de stekker van de afzuigkap gevonden had, me in twee minuten uit kon leggen hoe de televisie het wèl zou doen en omdat ze later op de dag alle kapotte lampjes en lampen verving door ze simpelweg om te ruilen met exemplaren uit omliggende appartementen. We praatten over Haugesund en het lelijke weer, en ze wenste me desondanks een ontzettend fijn verblijf.

Haar blik dwaalde naar de kapstok, waar mijn complete regenpak nog hing uit te druppen van de wandeling van vanmorgen…

Omdat het moet. (En omdat een selfie maken soms beter gaat in een 'heis' (lift) met spiegel.

Omdat het moet. (En omdat een selfie maken soms beter gaat in een ‘heis’ (lift) met spiegel.

(En Haugesund is vanavond ook ontzettend behulpzaam. Om te voorkomen dat ik ook maar één druppel te veel op het lijf krijg, is de tribune boven het zwembad waar Mara nu aan het trainen is, simpelweg hermetisch afgesloten. Gelukkig staan er fijne banken op de gang….)

Het is alleen een beetje ongezellig leeg...

Het is alleen een beetje ongezellig leeg…

Eftelingrijen en optionele bombeugels

Aan mijn vitamine C-inname kan het niet liggen. Op de fruitschaal lagen vanmorgen nog bananen, druiven, kiwi’s, een paar verdroogde mandarijnen. Slechts de mandarijntjes bleven achter. Oh ja. En een harde kiwi. Die is zelfs volgende week nog niet rijp. Nee, nee, voor u erover begint: ik weet dat de man en jongste ‘gewoon’ thuis zijn komende week, maar vers fruit is niet hun ding.

Awel. De man bracht mij naar Beilen, alwaar ik in een lege trein naar Zwolle reed. In Zwolle trof ik een pensionada uit Iran, die het nemen van de Intercity in plaats van de Sprinter vergeleek met het aannemen van de meest blonde kandidate voor het secretariaat: je kwam er niet precies mee tot waar je wilde komen en de kwaliteiten waren misschien ook niet afdoende, maar het proces was intussen wel een stuk aangenamer.

Ik kon niet anders dan in de lach schieten en het werd het begin van een lang en aangenaam gesprek tussen Zwolle en Amsterdam-Zuid. Ik leerde over Perzische achternamen, het lastige van Farsi en van Nederlands, over het barre leven in de U.S., waar hij 30 jaar leefde, maar zijn pensioen maakte hij liever op in Nederland. We bespraken de voordelen van internet en de geneugtes van onze digi-loze jeugd. ‘Zei je nou dat je naar Noorwegen ging?’ vroeg een magere jongeman met dikke dreads, toen de oude man de trein verlaten had. ‘Jup,’ zei ik en de jongen zuchtte diep. Hij ging naar saai Den Haag. Kon hij maar in mijn koffer kruipen.

Hoe stil werd het op Schiphol. In lange rijen zigzagden we richting beveiliging. Als je niet beter wist, zou je denken dat je in de rij voor de Python stond. Oh wacht. Hier werd niet gerookt. Ik moest mijn jas uitdoen, mijn vest, mijn schoenen. Mijn ‘liquids’ uit de tas. Of die bloedmooie, exotische dame me mocht fouilleren. En ik dacht: kan ik ‘nee’ zeggen dan? Ze begon doortastend aan haar taak. Zo doortastend dat ik vermoedde dat je nog geen tientje in je Tena Lady zou kunnen verstoppen voor haar. Ook niet in je bh, trouwens. Terwijl ze mijn Prima Donna voor de tweede keer aan beide zijden omvatte, probeerde ik de neiging te onderdrukken om op te merken dat dáár inderdaad heel wat in mee kon.

Ik bleef voor me uitstaren en hield mijn adem in. Gelukkig was ze net op tijd klaar, voor ik ècht aan de zuurstof moest.

Yes. Mijn paarse hutkoffer en ik, wij zijn 'door'.

Yes. Mijn paarse hutkoffer en ik, wij zijn ‘door’.

Wilde plannen en woeste bacillen

Plannen maak ik op de meest vreemde momenten. Soms maak ik ze meer dan een jaar van tevoren. Soms bedenk ik een uur voor vertrek wat het wordt. En soms bedenk ik eind oktober dat ik vier maanden later naar Noorwegen ga. Naar Mara. Tegelijk met mij vormde vriendin C. hetzelfde plan.

En toen. Toen kon vriendin C. niet gaan. Urgente toestanden in de familie hadden de aandacht en zorg nodig van C. en haar eega, en ik snapte dat. Hoe leuk plannen ook zijn, als er iets tussenkomt, werp ik zelf het geplande ook zó in de prullenbak. First things first en Noorwegen blijft voorlopig wel op zijn plek liggen.

En toen. Toen hoefde ik nog maar een dagje of vier. Kop d’r veur en gáán. Euh. Ja. De dinsdag nog wel, al piepend en gierend. De woensdag ging er niks, of het moest de voorraad Hot Coldrex zijn. First things first, dacht ik. En Noorwegen blijft voorlopig wel op zijn plek liggen. Een liedje met tien kleine negertjes zeurde pesterig door mijn hoofd.

‘Smoorboontjes’, appte Chef. En rijst met sambal. Eenvoudig, maar goed binnen te houden. Zo zou ik de ziektekiemen er wel uitzweten. En drinken. Veel drinken. En mijn suffe griephoofd schudde kokend water op noedels, want naar rijst koken stond dat hoofd niet. Ik sneed gember, want daar krijg je het ook heet van en lepelde het laatste restje sambal uit het verpieterde potje Oelek in de koelkast.

Als Chef nu gezegd had dat ik thee van hooi moest trekken en crackers moest eten met zeewier en mosterd, had ik dat dan ook gedaan, dacht ik in de ijlende toestand waarin ik verkeerde. Ik gaf mezelf antwoord: ja, dat had ik vast en zeker ook gedaan. ‘Dociel’ is, in de nabijheid van sommige mensen, mijn vaste ‘middle name’.

Het werd donderdag. Het werd vrijdag. ‘s Avonds e-mailde ik snotterend de eigenaar van het appartement dat ik in Haugesund had gehuurd: wanneer ik van hem de toegangscode kreeg. Ik checkte vanmorgen hoestend in bij KLM.com, printte kuchend een treinkaartje uit. Er ging een extra pakje zakdoekjes in de handbagage, een stripje paracetamol voor de zekerheid en een warme, dikke sjaal. Extra sambal, die vind ik maandagochtend wel in dat kleine winkeltje in het centrum, met die chagrijnige caissière en die lekkere broodjes. Als je op tijd bent.

In plaats van kippensoep - noedelsoep met gember en sambal.

In plaats van kippensoep – noedelsoep met gember en sambal.

Het roer om

Het stond al een poos in dikke letters op ons planbord: ’11 februari – toneel!’ Ik wil het simpelweg niet missen. Heel vroeger ging ik weleens met mijn familie naar de Reilanders, een toneelgroep die nog steeds bestaat, zag ik onlangs, en ook nog steeds stukken opvoert. Lachen was dat, niet in de laatste plaats om de dorpelingen die je dagelijks toch in een ietwat andere rol ziet dan de rol die ze aangenomen hebben op het toneel.

Een aantal jaren geleden ging ik regelmatig naar het toneel in Drijber, een dorp een klein stukje hiervandaan. Ik heb geen idee of die toneelvereniging een naam had. Volgens mij niet. Ik zag daar een collega spelen, en dorpsbewoners die ik gewoonlijk nooit zag, maar in de loop van de jaren een beetje leerde kennen. Van gezicht dan wel. En die decors! Ik heb ze nooit zo mooi gezien als daar. En genieten deed ik ook van de traditionele verloting. De gekke prijzen. De spanning. De onversneden lol.

En nu alweer voor de derde keer op rij naar de toneeluitvoering van ‘De Echo’. Medekoorlid G. zei van tevoren dat ze naast ons wilde zitten. ‘Dan win ik misschien ook eens wat tijdens de verloting.’ Tsja. Op de een of andere manier kan ik steevast beter alvast een tas meenemen. Of minder lootjes kopen. Dat kan ook. Maar dat doe ik niet. Voor G. was de gevolgde strategie in ieder geval succesvol: net als de man en ik, ging ze met drie prijzen naar huis.

Nee. Het dorpstoneel is nooit een literair hoogstandje. En nee, dat moet ook niet. Van mij, tenminste. Van mij mag het precies zo blijven als het is. Zeker bij ‘De Echo’. Het is een bijzonder clubje, waarvan de samenstelling ieder jaar een beetje lijkt te wijzigen. Wat vaste namen, dan eens die, dan eens een ander. Maar net hoe het uitkomt, al zitten er toch verdacht veel leden van Gospelgroep Marturia bij. Zingen, spelen, dat talent kruipt overduidelijk waar het niet gaan kan. Zo ook gisteravond, tijdens een stuk over een internetondernemer die ‘het roer omgooit’ en dan natuurlijk in zeven en meer sloten terechtkomt, voor de goede afloop zich kenbaar maakt.

De man en ik, we liepen na afloop genietend naar huis. Zo blij dat we hier terecht zijn gekomen. Zo’n fijn dorp. Fijn ook, dat het intermezzo tijdens de toneelavond relatief goed is afgelopen. De brandweer zoefde op enig moment langs het gebouwtje waar gespeeld werd. Niet veel later sms’te jongste vanuit huis: ‘Er is brand in de straat. De politie staat op onze oprit.’ ‘Huh?’ deed de man en hij spoedde huiswaarts, twee straten verder, waar bleek dat in ons kleine hofje een carport aan de andere kant van het rijtje twee-onder-eenkappers in de hens stond. Gelukkig sloeg de brand niet over naar het huis, en de man was weer terug voor het tweede bedrijf begon.

Hij praatte er nog even over na, toen hij even buiten stond met wat mannen uit de buurt. ‘Oh, jullie wonen in het huis van de Heidemans?’ We moesten er hartelijk om lachen. Het zal nog wel even duren voor het werkelijk óns huis is, op de hoek van het hofje waar we nu bijna drie jaar wonen. Al hebben we er dertig jaar voor nodig. Voorlopig hoeven wij toch nergens anders meer heen.

Wat je allemaal wel niet kunt doen met (in) een bedstee...

Wat je allemaal wel niet kunt doen met (in) een bedstee…