Same old, same old

Dit was natuurlijk ook helemaal geen goede dag om een deadline op te zetten voor het inleveren van cijfers. Nu vind ik dat al nooit echt goed, maar tijdens deze uiterst spannende verkiezingsavond was het al helemaal lastig om de aandacht te richten op de laatste vraag van dat ene s.o. in havo 3, en al die inhaalwerkjes die zich al een poosje in mijn tas verstoppen.

Ik had alles natuurlijk ook afgelopen weekend na kunnen kijken. Of het weekend ervoor. Ik had elk inhaaltoetsje meteen van feedback (en een cijfer) kunnen voorzien nadat de leerling het had gemaakt. Het hàd gekund. Ik hàd vanavond met de pootjes omhoog en de laptop op schoot alle verkiezingsopwinding live kunnen volgen. Het had zich niet hoeven beperken tot een snelle blik op Facebook en ons eigen loopje naar het dichtsbijzijnde verzorgingshuis, alwaar de opwinding misschien nog het meest ontstond door het terug opvouwen van het stembiljet en het redelijk ongeschonden door de gleuf van de bus heen laten glijden.

Maar nee. Ik ben een kuddedier. Zo blijkt. Hoofdschuddend bewogen de docenten zich vandaag van les naar les, van stagebezoek naar les en weer terug. Ertussendoor werd af en toe een wanhopige knuffel uitgedeeld, voor wie verwachtte ‘het’ vanavond voor 12 uur toch nog niet te redden. Of, gewoon, omdat er in het docentencorps best een boel klefkezen rondlopen die zich zonder eerder genoemde knuffel beslist een stuk minder senang voelen. Het zwetend zuchten weerkaatste tussen de muren van lokalen en werkruimtes. De zonneschermen hielden de ergste wanhoop voor de argeloze passant verborgen.

Ik had het anders kunnen doen. Maar dat deed ik niet. En net zoals voorgaande jaren ben ik eindeloos opgelucht dat ‘het’ weer gelukt is. Dat er geen internetstoring is. Dat Magister niet door een DDOS-aanval is getroffen. Dat alle cijfers weer netjes voor middernacht in het systeem beland zijn.

Nu alleen die kabinetsformatie nog…

Een fijne diversiteit aan toetsen en toetsjes.

Een fijne diversiteit aan toetsen en toetsjes.

Oude liefde roest niet

‘Jij raadt echt nooit waar ik vandaag geweest ben’, zei ik gisterenavond tegen de man. Hij had zijn tas nog niet neergezet en deed dat nu met een bedachtzaam gebaar. ‘Euh…’ begon hij. ‘Echt niet.’ Ik deed mijn armen over elkaar en keek hem uitdagend aan. Het was ergens waar ik al zeker drie jaar niet meer geweest was. Misschien iets langer. Zeker wist ik het niet meer.

De man fronste zijn wenkbrauwen en wreef met zijn wijsvinger over zijn bovenlip. Ik weet dat hij een vergelijking met Wicky de Viking niet op prijs stelt, dus ik was zo wijs dit niet uit te spreken, maar ik moest er wel aan denken. ‘Nee..’ zei de man toen. ‘Het zal niet bij S. zijn, toch?’ en ik liet van verbazing mijn kin op de keukenvloer zakken. Ohmy. Dat is inderdaad óók al weer zo lang geleden.

Maar nee. Ik was niet bij oud-collega S. geweest. Ik vrees dat die gebrouilleerdheid duurt tot de dag dat Pinksteren en Pasen op één dag vallen, en anders wel tot Sint Juttemis, en ik heb daar intussen vrede mee. Nee. Het was iets anders. Maar hoe ik ook hintte en prikte, de man kwam maar niet op het juiste idee. ‘Ik was’, sprak ik langzaam en onheilspellend, ‘op de…sportschool!’ ‘Oh!’ zei de man. En toen bleef het even stil.

En intussen heb ik mezelf een abonnement aangesmeerd en kan ik dus bijna wanneer ik maar wil aan de gewichten hangen. En ja, ik heb er de kriebels weer van in mijn buik. En nee, ik durf niet met zekerheid te zeggen dat ik er deze keer NIET 10 kilo van aankom. Maar sommige risico’s zijn het waard om genomen te worden. Binnen het kader van de oude liefde dan.

Ook sportief...

Ook sportief…

Top drie op reis

Ik heb niet zo heel veel nodig als ik op vakantie ga. Wat boeken, wat kleren, een paar toiletartikelen…en een fijne bestemming. Al lijkt dat laatste vanzelfsprekend, het is het niet. Plekken die je niet eerder zag, kunnen tegenvallen. Ooit is dat gebeurd ergens in Friesland, op een natuurcamping van Staatsbosbeheer, maar verder is het overal altijd leuk geweest, of ergens leuk te maken. Gelukkig.

Koffie

Anyway. Er zijn ook overal wel zaken te noemen die het niveau van plezier aanzienlijk verhogen. Voor iedere plek zijn dat andere zaken. Al moet ik zeggen dat ‘het koffiefilterhoudertje’ het overal wel goed doet. Het staat op drie bij de reis naar Noorwegen. Ook al was er een koffiezetapparaat aanwezig, evenals een broodrooster en een waterkoker, maar een beker koffie smaakt echt het beste uit een handgefilterd schepje koffie.
Doekje

Op twee staat ‘de flanellen lap’. Overal goed voor. Je kunt er poetsdoekjes van maken of je bril mee laten glanzen. Je kunt er verbandreepjes van snijden en je kunt er klapperende deuren het zwijgen mee opleggen. Wat zegt u, dat lukt ook met een velletje keukenpapier? Hm. Ik begin al te twijfelen bij de verbandreepjes en je bril schijnt ervan te gaan krassen. Poetsen gaat alleen als je heel zachtjes veegt, en die klapperende deur…geef toe: zo’n fijn zacht lapje roept toch meteen veel meer comfort op dan zo’n rasperig tweelagig stukje gerecycled kladpapier.

Regenpak

En dan op één. Je kunt het vergeten. Je kunt besluiten om een paar gaten in een vuilniszak te knippen. Je kunt een poncho van een euro van de Action in de handtas proppen of een paraplu aanschaffen ter plekke. Als het echt zo erg wordt met die nattigheid. Het zal misschien meevallen.

Maar het valt niet mee. En er is niet een alternatief dat een beetje werkt. Zelfs het pittige regenpak van de Hema houdt het na drie dagen regen voor gezien. Dus. Het regenpak. Daarna kun je altijd nog zien wat er verder nog in de koffer past.