Als iedere seconde telt

Na de nakijkmarathon van vorige week (en die daarvoor) was het natuurlijk nog niet gedaan met de arbeid. Nadat vrijwel alle leerlingen hun laatste proefwerken hadden gemaakt en de cijfers daarvoor hadden ontvangen, begonnen de meeste docenten aan de eindsprint van het marathonseizoen 2016-2017.

Als mentor checkte en dubbelcheckte ik cijfers. Ik overlegde met collega’s over pakketkeuzes en zeer krappe zesjes, e-mailde ouders en voerde gesprek na gesprek, met wie er op dat moment de meeste haast had of simpelweg de grootste mond.

Als docent ruimde ik mijn kastje op – waardoor collega H. ineens heel zeker wist dat dat mijn kastje niet kon zijn, zo opgeruimd. Pff. Met dezelfde collega besprak ik het programma voor havo 2 en 3 voor volgend jaar. We hebben onze vileine grappenmachine eens goed geolied, want na een jaar waarin we bijna niet samenwerkten, gaan we volgend jaar weer volle kracht vooruit als de Siamese Tweeling Nederlands Havo Onderbouw (met hoofdletters, jazeker).

Met Chef en collega LOB onderzocht ik de mogelijkheden om een digitaal en veilig portfolio op te zetten, een paar collega’s schoven later weer aan om de mogelijkheden van Google Classroom te ontdekken, en toen was het nog niet klaar. En dat was nog steeds niet erg. Ik was nog steeds niet op. Er pruttelde nog immer wat benzine in de tank. Genoeg zelfs om gisteren nog even met het meest dwaze team van de school diep in Drenthe, èn met jongste, te gaan karten.

Het jaar is omgevlogen. En ja, ik had er genoeg in te doen. Maar nee, het heeft me niet genekt en ik denk dat ik alle anderen om me heen daar dankbaar voor mag zijn: mijn leerlingen, hun ouders, de vele fijne collega’s, teamleider M. en mijn eigenste bovenstebeste Chef. En dan al die andere mensen en omstandigheden nog, die ervoor zorgden dat ik afgelopen schooljaar niet alleen energie verbruikte, maar ook een wagonlading ontving.

Vooruit. Het ging wellicht wat ver om afgelopen week al jubelend tegen teamleider M. te roepen dat ik nu alweer zin had in volgend schooljaar. Hij pakte de telefoon en tikte, zijn blik ongerust op mij gericht, richting 112.

Ok. Ik roep niet meer. Ik zal alleen nog fluiten. Ontzettend gaan genieten van de vakantie.

En daarna volle vaart de volgende marathon weer in.

Jimmie heeft het hele jaar vakantie - dat verveelt zichtbaar!

Jimmie heeft het hele jaar vakantie – dat verveelt zichtbaar!

De schrik van de schoonmaakster

Voor wie het nog niet in de gaten had: we zijn in het noordelijke onderwijsland nu toch echt bezig met die beruchte laatste loodjes. De laatste lessen zijn geweest, de laatste leerling voor het laatste inhaalwerkje is in de kraag gevat, de laatste cijfers gaan zo spoedig mogelijk in het systeem.

Vanmiddag waren de collega’s Nederlands er nog keihard mee bezig. Rode pennetjes vlogen driftig over bezwete proefwerkblaadjes. Ieder zat in een andere hoek van de eerste en tweede verdieping. Anders hielden we elkaar toch maar van het werk.

Rond vier uur kwam de schoonmaakster bij mij binnen. Ze gooide de deur los en stond inenen stil. Wat ik daar nou toch op had staan? Ze luisterde, met open mond en grote, ronde ogen. ‘Houd je daar echt van?’ vroeg ze, terwijl ik de Stabat Mater wat zachter zette. Ik knikte, en moest vervolgens enorm hard lachen om het gezicht dat de schoonmaakster trok.

De telefoon ging. Het was de teamleider uit het kamertje ernaast. ‘Waar moest je om lachen?’ vroeg hij. Ik vertelde dat de schoonmaakster wat moeite had met mijn muziekkeuze, waarop er wederom duister gemopper boven dweil en poetsdoek uitsteeg. ‘Oké,’ sprak de teamleider en we hadden het nog even over de wonderen van Pergolesi en overige klassieken, voor hij ophing.

Nog één klas te gaan. Mijn schrijfhand was wat krampig. Het volumeknopje ging een beetje verder open en de sopranen zongen weer uit volle borst. De laatste vragen waren in zicht. Op de gang klonk gestommel. Oh nee. Collega W., met wie ik zo ontzettend graag een praatje maak, op ieder mogelijk moment. Ik zuchtte. Keek op. ‘Allemachtig, wat een kattengejank!’ riep W. en ze greep een tas en vertrok weer in de richting van waaruit ze gekomen was.

Ik hield mijn grijns maar amper binnenboord. De cijfers, die staan vandaag nog in Magister.

Nakijkhorror

Nakijkhorror