Dag Willem

Bijna acht jaar geleden was het, dat de moeder van Willem besloot bij vroegere vriend S. in de tuin te gaan struinen. Moeder was alleen en we vonden geen eigenaar. Later bleek dat daar, aan het kanaal -Oostzijde- in Drijber wel meer konijnen rondsjouwden en er waren er toch veel die leken op moeder Geena, of op een van de kinderen die ze op dat moment al in haar buik droeg. Eén ervan was Willem.

...

Willem kwam als dametje, samen met twee broers en één zus, maar die combinatie hadden wij, en had ook de dierenarts, niet door. Haar naam had ze al, en ze was klaar voor castratie, toen we erachter kwamen dat Willem eigenlijk een Wilma was, met een buik vol kleintjes. Zes minikonijntjes wierp Willem, en op haar jonge leeftijd (iets meer dan drie maanden) had ze geen idee wat ze aanmoest met die naakte wurmen die uit haar vielen. Meer dan eens legden we een uit het nestje geduwd wichtje of ventje weer terug onder het stro.

...

De kleintjes gingen naar nieuwe adressen, Willem bleef bij ons, net als haar broers Hippie en Stof, en zus Ed (nee, vraag niet verder). Willem was de grootste van het stel, maar ze leek de zwakste. Meer dan eens ging ze in een mandje mee richting dierenarts. Meer dan eens dachten we dat het nu toch echt gebeurd was. Gas, een tumor onder haar vel…van dat soort rare fratsen. Maar nee. Willem worstelde en kwam boven. Haar moeder overleed een half jaar na haar geboorte. Haar eerste man, Hippie, bezweek na twee jaar aan een hartaanval. Zus Ed overleed vorig jaar, na een heftige aanval van een venijnige parasiet.

Echte liefde

Willem en Eds mannetje Stof werden een stel, want je moet het, net als in de mensenwereld, toch een beetje doen met wie er overblijft. Ze werden hecht, dit laatste jaar. Een waarlijk klef stel. Zo’n setje dat dan af en toe ook strontchagrijnig van elkaar kon worden. Dan zaten ze ieder aan één kant van de ren. Een halve dag lang. Om elkaar dan snel weer op te zoeken en heftig af te lebberen. Ruzie om het goed te maken, wellicht.

The good life...

Stof en Willem werden samen ouder dan we ooit verwachtten. Al waren er het laatste jaar bij beide toch zeker ook momenten waarop we dachten: nu is het einde nabij. Maar steeds opnieuw bewezen ze dat het tegendeel waar was. Het was nog lang geen tijd. Er moesten nog gangen gegraven worden, en kruiden geplukt. Er moest nog een graspolletje kapot en de deurtjes van de ren moesten nog stevig getest. Er moest nog, er moest nog, er moest nog zoveel…

Met Stof en Ed

Na een weekend waarin Willem wel weer een half jaar jong leek en waarin de echtelieden als jonge tortelduifjes uren samen in de zon lagen te soezen nadat ze elkaar danig achter de broek hadden gezeten, volgden een paar dagen van heftige bouwwerkzaamheden in gras en grond. We verwachtten ieder moment BAM, Heijmans èn de welstandscommissie in onze tuin. Wat we niet verwachtten, was dat ik bij thuiskomst vanmiddag een Willem zou aantreffen, die niet langer meer zou draven en graven.

Stof en Willem in de sneeuw

Ze lag op haar zij. Haar roodbruine vacht glanzend en zacht als altijd. Haar mannetje zat naast haar en likte zachtjes over haar snuit. Hij begreep er nog minder van dan ik.

Van Canada via Denemarken naar Zwolle

Het kiezen van een Master op het gebied van ‘Educational Needs’ is nog een best gedoe. Wil je gedragsspecialist worden, of vind je innoveren leuk? Ga je leerlingen met dyslexie helpen, of je toch liever verdiepen in het jonge kind? Misschien toch iets met computers…en dan die ene of die andere richting?Uiteindelijk was die keuze voor mij niet zo heel moeilijk, al heb ik er wel een paar dagen over gedubd. Mijn Master heet ‘gepersonaliseerd en toekomstgericht leren’, wat een hele dure mond vol is voor: ‘probeer die leerlingen maar eens aan het werk te krijgen, en dan graag wel met de modernste middelen’.

Enfin. Dan hèb je dat gekozen, en dan bèn je enthousiast begonnen, en dan moet je ineens wéér kiezen. Je moet namelijk ‘op reis’. Of niet. Maar in dat laatste geval moet je wel heel ‘internationaal thuisblijven’. Volgt u het nog? Nee, ik bijna ook niet meer. Gelukkig was er vanavond een voorlichtingsavond over de verplichte internationaliseringsactiviteit. Ja. Alweer een mond vol.

Eerst luisterden we met zijn allen naar de pitches van verschillende ‘reisleiders’ die ons zouden kunnen vergezellen naar verre oorden als Oostenrijk, Denemarken, Polen, de VS (New York!), Canada en een bijzonder oord als Zwolle. Daarna konden we drie oorden kiezen en daarover meer informatie vergaren in een aangrenzend lokaal. Medestudent E. en ik keken elkaar aan met opgetrokken wenkbrauwen. Oud-collega I., aan de andere kant van het gangpad, had eenzelfde uitdrukking.

Awel. E. en ik begonnen met ‘Zwolle’. In deze stad, op de hogeschool zelf, zouden we op een hyperfijne en moderne manier gaan communiceren met een stelletje Finnen. De technische termen vlogen me om de oren, net als het vele Engels dat uiteraard gebruikt moest worden. Medestudent E. tuurde intens naar haar blaadje, ik tuurde al even intens naar de juf. Dit leek me eerlijk gezegd al machtig lastig, maar wel erg mooi.

Daarna ‘naar Canada’. De Niagara Falls stroomden al van het scherm af, en de juf in dit lokaal begon op hoog tempo alle heerlijkheden van de reis op te sommen, die niet alleen bezoekjes aan het ministerie en verschillende scholen behelsden, maar er zou ook geshopt worden en als het even kon, werd het niet alleen Toronto, maar ook nog Ottowa. Een diepe zucht ontsnapte me. Als ik op tijd een paspoort wilde hebben, zou ik het deze week nog moeten bestellen.

En toen, omdat het onontkoombaar leek, nog even ‘naar Denemarken’. De reisleiders wisselden elkaar af in enthousiasme, en zo, met de kaart van mijn allerliefste vakantieland op de achtergrond, begon ik alvast wat weg te dromen. Er was iets met ‘outdoor education’, wat mij met mijn adhd-natuur wel aanstaat, en iets met onhandelbare jongens die een-op-een onderwezen werden. En dan ‘onze’ appartementjes op een reepje land aan een eindeloos fjord.

Van Zwolle via Denemarken, of toch andersom? Het duizelt me op vele fronten. Ik heb geen idee waar ik heen wil, en al helemaal niet waarom. Misschien moet ik maar gewoon gaan iene-miene-mutten, en liefst niet al te lang. In verband met dat paspoort enzo.

Reismenu

Overmeesterd

De eerste week van het nieuwe schooljaar is weer voorbij. Een week waarin ik heb kunnen zien dat mijn mentorklas een gezellig zooitje is dat vast en zeker gedurende het schooljaar voor een verrassing of wat zal zorgen. Het was een week waarin ik de zorgvuldig voorbereide lessen in de prullenbak kon gooien en fijn mocht improviseren, want de uitgeverij van ons lesmateriaal had zijn zaken nog niet voor elkaar.

Het was ook een week waarin gevierd werd dat het personeel het hele jaar weer met elkaar mocht optrekken. In en rond de vesting Bourtange vond een personeelsfeestje plaats, waarbij teamleider M. en ik al snel hadden besloten dat het uitermate relaxed was om vanuit een kayak, op kabbelend water, te filosoferen over het leven in het algemeen en het schoolleven in het bijzonder. Wat ook bijzonder was, was dat men er blijkbaar dacht dat vegetariërs geen geroosterde etenswaren blieven. Waar de omnivoren genoten van bruinverbrande worsten en spiezen van de barbecue, kregen collega B. en ik een bord vol sla, patat en iets onbestendigs in bladerdeeg. Prima binnen te houden, begrijp me niet verkeerd, maar toch. Bijzonder.

Oh ja. En dan was het ook de week waarin dat ene, nieuwe avontuur begon: de Master Educational Needs. Woensdag voorbereiden, gisteren en vandaag lessen, praatrondes en een heuse masterclass. Heel eerlijk: het duizelde me woensdag wel toen ik me door alle documenten, artikelen, boeken en filmpjes heen probeerde te worstelen. Maar vrijdag zaten we dan bij elkaar op de hogeschool in Zwolle: twaalf vrouwen, twee mannen en één coach. En toen veranderde dat gevoel in een engige euforie die ik normaliter alleen bij Buitenkunst voel.

Fucking hell, ik doe een Master!, dacht ik op een gegeven moment, en ik begon een beetje te zweven, terwijl ik mijn zakdoek zocht. Ik vroeg me ook af hoeveel masters ik in mijn leven nog zou kunnen doen, want het was toch wel erg leuk en, nou, euh…misschien dat ik voor nu dan die twee modules die ik alletwee geweldig vond ook tegelijk kon volgen en… Ja. Oké. Daar schoot ik een beetje door.

Maar toch. Vanmiddag gingen we lunchen met onze ‘klas’, na een fantastische ochtend waarin ik oud-collega I. tegen het lijf liep en ook collega M. van de buurlocatie. Beide doen ze dezelfde master als ik, maar dan met een andere afstudeerrichting. Wie weet wat we elkaar later nog te vertellen hebben. We luisterden met alle studenten samen naar een masterclass over miscommunicatie, waarbij veel gelachen werd en we leerden ook nog eventjes driestemmig een Beatle-liedje zingen.

En toen dus die door de hogeschool prima verzorgde lunch. Papieren zakjes met diverse broodjes. We gooiden de inhoud, die netjes verpakt was, op tafel bij elkaar. ‘Wil jij mijn broodje gezond?’ vroeg medestudent E. Ik knikte. Gaf haar mijn bruine broodje cervelaat. Ik keek links. Ik keek rechts. En ik zag dat het om te beginnen in ieder geval ongelooflijk goed was.
Yes we can!

Laat het feest beginnen!

Zes weken heb ik niet geschreven. Niet hier. Uiteraard heb ik menige statusupdate op Facebook volgekletst. Ook schreef ik af en toe (maar zeker niet vaker) een e-mail en oké, ik schreef ‘een reisverhaal over een stad die niet bestaat’, omdat dat nu eenmaal gebeurde tijdens een van de workshops die ik volgde bij Buitenkunst, ergens in de tweede helft van augustus. En verder…terwijl er honderdduizenden verhalen waren…schreef ik niets. Achteraf geen idee hoezo.

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017


De zomer van 2017 laat zich slecht in een paar woorden vangen. Vandaar wellicht deze wat ongewone blog, maar ik sta mezelf dat toe, alleen al omdat ik jarig ben vandaag. Maar daarover wellicht later meer. De woorden, dus. Ik zal er een paar proberen te vormen. Over die eerste week bijvoorbeeld, bij Anja en Jacqueline in de Auvergne. Daar waar ik een bijzonder mens hervond (Jacqueline) en een nieuw bijzonder mens erbij vond (Anja). Samen met hun dertienjarige zoon bezorgden ze ons een onvergetelijke vakantie vol verwennerij in een sprookjesachtige omgeving, waarin we al snel weinig anders dan ‘Oeh, wat mooi!’ en ‘Ach, wat fraai!’ riepen. Naast ‘Donders, wat is er weer heerlijk gekookt!’, vooruit.
Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin

Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin


In deze vakantie bezochten we oudste in een awesome space in Utrecht, die ook echt ‘the awesome space’ heet. Ik nodig u van harte uit deze plek eens te googelen. Vervolgens was ik tijdens een weekje Buitenkunst in het bos bij Elp niet alleen bijzonder veel bezig met kunstige zaken als zingen, schrijven en schilderen, maar ik ontmoette er ook een bijzonder geschikte schoondochter. Als ik die praktijken nog toe mocht passen…maar gelukkig, gok ik, mag dat niet en kan ik alleen hopen dat de een de ander op mysterieuze wijze ontmoet en dat er dan…enfin, u heeft het beeld.
Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten

Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten


We ontmoetten ook familie, en genoten daarvan. We raceten over een professioneel kartcircuit in de buurt en gedurende een enkel moment geloofde ik zelfs dat ik misschien dan ooit, met een beetje geluk, over all, niet als laatste zou eindigen. Zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Dromen moet je hebben.’
Vergane glorie in La Douce France

Vergane glorie in La Douce France


Er was veel zon, ik droeg vaak korte broeken. De laatste twee weken zwom ik iedere ochtend mijn gelukzalige baantjes, voor ik aan de rest van alweer een gelukzalige vakantiedag toekwam. Ik hoorde ontzettend veel gemopper over de slechte zomer van 2017, maar ik heb hem persoonlijk niet gezien. Het kàn aan Drenthe liggen. Ik zag wél vrienden, een goede Netflix-serie (Atypical) en ik las een ontiegelijke stapel boeken.
Relaaaaax...

Relaaaaax…


Niet zonder slag of stoot bestelde ik aan het eind van de vakantie de eerste boeken voor de komende studie. Eén boek moest volgens lijst 1 uit 2013 zijn. Een andere lijst noemde het jaar 2014. De officiële lijst noemde een beknopte versie. Dat was ‘m ook al niet. Een vertrouwd gevoel van ‘bezig zijn met studeren aan een hogeschool’ overviel me.

En vandaag was er dan de eerste werkdag en met bonzend hart ontving ik naast de vele felicitaties ook een lijstje met namen van mijn mentorklas. We bespraken het verloop van de eerste weken. Verdeelden taken. Maakten en nuttigden samen een lunch. Riepen rond één uur om het hardst:’Tot maandag!’

Omdat dán het feest echt weer zal beginnen. Van mij mag het. De slingers en ballonnen zitten sinds vanmorgen onder in mijn tas.