Een Fries avontuur op de vrijdagavond

Een paar jaar geleden trapte ik er ook al eens in: een avontuurtje waarvan ik de gevolgen niet kon overzien. Ergens op Facebook stond een aankondiging voor een zangweekend op Terschelling. Omdat ik nèt verhuisd was en nèt was afgestudeerd aan de lerarenopleiding, dacht ik dat ik àlles wel kon en ik schreef me ervoor in.

Met bibberende knieën stapte ik de boot op naar Terschelling, waar mensen waren die ècht konden zingen en dat ook nét iets vaker deden dan ik. Gek genoeg ging het af en toe zelfs goed en de verbijstering, die eerst grondde in de zekerheid dat ik weer eens te ver was gegaan, sloeg halverwege het weekend om in de overtuiging dat het goed is om af en toe eens iets nieuws te proberen. Met een voldane grijns stapte ik op zondag weer op het vasteland.

En ja. Dat zingen moest door. Want ik had er wel enorme lol in. Iedere dinsdag zing ik nog steeds bij ‘God zegene de greep’. Zo noemt de man ons, al gebruiken wij zelf meestal onze echte naam: Gospelgroep Marturia. Naast de gezellige avondjes op de dinsdag verlustig ik me ook regelmatig aan zangworkshops op Buitenkunst. Van smartlappen tot barokpareltjes, van rock tot close harmony. Van overmoed via mislukking naar een tevreden stukje geneurie. En alles, zo’n beetje alles, daartussen.

En nu dus: Ameland Acappella. Net als bij ‘Terschelling’ ontdekt via Facebook en vooruit: laten we eens gek doen. Een weekend op een eiland, dat in ieder seizoen immers op zichzelf al een cadeautje is, en dan ook nog eens zingen, wat als activiteit op zich al een cadeautje….u begrijpt het. Er kwam een lijst met liedjes. Er kwamen papieren om te downloaden, en midi-files om te oefenen. Oh. Oefenen. En repeteren. Of ik dat dan ook wel wilde doen. Gisteren, in Friesland dus. En daar gingen toch weer wat bibberende knieën, vanwege de toch wel lastige nummers, al kon het ook aan de haperende navigatie liggen, want zie ergens in het donker maar ergens op het Friese platteland de plek te vinden waar je moet zijn. Ik ging uiteindelijk maar op de muziek af.

En daar zat ik dan. Middenin een groep zangers die elkaar al jaren leken te kennen. Er stonden kekke standaards met kekke iPads, maar gelukkig waren er ook partituren met markeerstift en pen beschreven. En met vouwen en kreukels, zoals die van mij. We zongen, en verrek, tussen een aantal ontieglijk overtuigend valse noten, ging het af en toe best goed. Het was bovenal meteen gezellig, omdat muziek volgens het cliché ook nu weer verbond.

Over vijf weken gaat de boot naar Ameland. Als de repetitieavond van gisteren een aanwijzing is voor hoe het dan zal gaan, kan het nu al niet meer stuk. Behalve mijn bladmuziek, wellicht. Die is tegen die tijd versleten van het omslaan. Gelukkig kan ik ze nog wel een keer printen.

Oefenen