Vakantie tussen het werken door

En dan is het alweer de laatste dag van de herfstvakantie. Het was een weekje lang klussen en plannen, rennen en vliegen, graven en hakselen. Tekenen en overleggen, lezen en schrijven. En omgekeerd. ‘s Avonds afgepeigerd op de bank en ‘s morgens krakend opstaan.

Tegen het eind van de week appte ik collega Y. met een wiskundig probleem. Mijn talig brein is bijzonder ongetraind in het omgaan met oppervlaktematen en maten van omtrek en zoals ik mijn leerlingen altijd voorhoud: in voorkomende gevallen check je beter bij een pro.

Het oppervlakteprobleem werd opgelost en even later kwamen er van haar kant foto’s binnen, van haar huisje in het buitenland. Ze was er heftig aan het klussen geweest en het zag er indrukwekkend uit. Goed bezig geweest, appte ik weer terug en ik vertelde over mijn eigen helse avonturen. Ik stuurde een filmpje van een machine die struiken verwijderde en foto’s van de schutting ‘in progress’.

Ik vertelde over de nieuwe keuken, waarvoor nog één gesprek nodig was en over het feit dat de oude keuken nu vanzelf alvast maar in stukjes brak. ‘Volgende week maar even bijkomen,’ besloot ik het relaas. En ik bedacht dat we ergens toch iets verkeerd deden, en we besloten dat vakantie wel werk leek, en werk intussen vakantie.

Op vrijdag volgde dan het laatste gesprek over de nieuwe keuken. Op zichzelf is dat wel een blogje waard, maar ik ben zuinig op mijn huwelijk. Wat tegelijk de reden is dat ik dat hyperdure werkblad met glimmers en gekleurde steentjes er maar doorgedrukt heb, want anders had de man over dertig jaar nog klaaglijk gezucht dat dat toch eigenlijk mooier was. Nu kan hij er straks minstens dertig jaar verliefd over strelen. En wellicht ook over mij.

Eind februari komt het blad. En de rest van de keuken. En de keuze voor die week is zeer welbewust. ‘Dit jaar’ zou het volgens de keukenboer niet meer worden en de eerste de beste vakantie, pardon, werkweek, is dán pas weer gepland. Kunnen we ervóór nog even uitrusten. Want vakantie is intussen werk, en werk…

…ik mag morgen gelukkig weer beginnen.

Mickey is altijd afgepeigerd. Maar ja, hij heeft dan ook altijd vakantie…

Spicy nootjes in Friesland

‘Alweer een jaar voorbij!’ Zoiets klonk er gisteren in het dorpshuis in het lieflijke Beetsterzwaag. Het is alweer een jaar geleden dat er pre-repetities plaatsvonden voor Ameland Acappella. Een jaar geleden dat ik dat voor het eerst meemaakte.

Ook nu was het weer een tocht door donker Friesland, maar nu met betere TomTom en ik arriveerde dus op tijd. Iets wat me vorig jaar met geen mogelijkheid lukte. Het was fijn om diverse bekenden te zien, iets wat vorig jaar toch ook heel anders was.

Vorig jaar was ik aanvankelijk lichtelijk geïntimideerd, enerzijds door het feit dat ik niemand kende, anderzijds om het niveau van de deelnemers aan dit fijne zangfestival. Bessen en Assen vlogen me om de oren, en ik had het idee dat ik nog niet veel meer deed dan het zoeken van de juiste maat bij het te zingen woord.

Ronduit onder de indruk was ik van een deelneemster, die als mezzo in haar eentje zat. Het leek me doodeng, want het gáát al niet vlekkeloos bij pre-repetities (ook niet bij repetities, trouwens), maar dan ook nog in je eentje die regels en noten moeten uitproberen? Brrr. Respect!

Gisteren waren W. en ik de enige dames in het pand. ‘Wat zing jij?’ vroeg ik, en W. was een alt. ‘Oh.’ deed ik zachtjes. Want dit jaar was ik geen alt, maar mezzo. En dus waren we allebei ‘alleen’. En ik voelde heel even mijn bloeddruk stijgen, maar dat is met mijn gewoonlijke ‘105 over 55’ misschien niet eens zo gek. ‘God zegene de greep’, bedacht ik. En ik zong.

En een uurtje of anderhalf later zong ik nog steeds niet alle noten zuiver, maar het swingende ‘Chili con carne’ galmde toch lekker door het pand en het kon me niet schelen wie me met de pannen, oh sorry, de noten hoorde gooien.

Dat zegt misschien iets over de groep waarmee ik zingen mocht. Het zegt misschien ook wel iets over wat zingen met je doet, zeker in de loop van jaren. Het zei mij in ieder geval, dat ik me enorm heb vermaakt en gruwelijk veel zin heb in het uiteindelijke festijn op Ameland.

Nog drie weken…

Genoeg om de tanden in te zetten

Pluizig verhuisbericht

Iets meer dan een jaar geleden vonden we bij thuiskomst een treurend konijntje bij een zojuist overleden maatje. Willem was niet meer. Stofje werd daardoor het laatste beestje uit een konijnengroep die op zeker moment zelfs wel elf leden telde.

Het besluit werd snel genomen: Stof moest naar binnen. Een konijntje alleen is al niet best, maar een konijntje alleen in een ren buiten is schiere mishandeling. Binnen had hij ons dan nog in de buurt en drie poezen die af en toe een praatje kwamen maken.

Achter in de woonkamer had Stof een klein koninkrijkje, waar hij heerste onder de mahoniehouten eettafel en waar hij de stoelpoten als bomen beschouwde, waarachter hij zich graag dacht te verschuilen. We hadden niet de indruk dat Stofje ongelukkig was, maar ergens knaagde er wel wat.

Twee weken geleden kwam er een e-mailtje binnen van vriendin I. Konijn Kees, partner van Pip, was plotseling overleden. Nu hadden wij een oud mannetje, en zij een oud vrouwtje en als wij nu eens…en dan kijken…en het maakte niet uit waar dan…en wij sloegen aan het denken. Beslissingen over dieren gaan immers niet over één nacht ijs.

Toch waren we er al snel uit. Twee loslopende konijnen in huis vonden we niks en Pip leefde in een prachtige buitenren, die wij niet meer hadden. Het zou nog mooi weer worden, dus Stof kon best nog naar buiten en als we de verwarming uit zouden laten tot het dier verhuisde, wende hij vast extra aan het buiten zijn.

En zo geschiedde. I. kwam met een kleine bestelwagen waar wij toch met enigszins zwaar hart binnenkooi, speeltjes, brokjes, hooi en stro inlaadden. En Stof zelf. En we haalden amper adem. Stof zat eerst nog een dagje binnen. Daarna achter gaas bij Pip, zodat slechts hun neusjes elkaar konden raken. Van elke stap werden we op de hoogte gehouden middels e-mails en foto’s. Nagelbijtend volgden we het proces.

Op zondag gingen ze bij elkaar. Ze piesten in elkaars bak. Ze aten uit elkaars bakje. Stofje veroorzaakte een ‘me too’-momentje, waarop Pip bedeesd liet weten hier niet van gediend te zijn. En dat was dat. Gisterenmiddag ontving ik onderstaande foto. En wat er in de komende tijd nog gebeurt, deze dagen, en alles wat er in gebeurde, zijn al winst. Ook al is het lastig te wennen aan de stilte onder de grote eettafel, en het achterwege blijven van bendes grijs en witte haren op de vloer en de tapijten.

Groeten uit Groningen