Andere paardenkrachten kopen?

Het was vandaag D-Day. Zoals zo vaak eerder, maar dan met andere auto’s. Oude auto’s. Vooral een specifieke Volvo 940 en iets later de roemruchte Mazda Premacy konden er wat van: ze kostten ons vijf ribben uit het lijf en minstens een half maandsalaris per APK. ‘s Morgens brachten we met bibberende knietjes het vervoermiddel naar de garage en vervolgens zaten we de hele dag als een leerling na de examens naast de telefoon. En helaas. We slaagden nooit.

Na die Premacy was ik het dan ook danig zat. Er moest en zou een nieuwe auto komen. Desnoods een piepkleintje. En dat werd het, een piepkleintje, want grote bakken konden we alleen betalen als ze uit de grijze oudheid kwamen. Met bijbehorende garagestress, inderdaad. Maar goed. Er kwam dus een Renaultje en ik was, en ben, als een kind zo blij met het ding. En iedere APK-dag tot nu toe blijf ik gewoon de hele dag neuriën. Zelfs als de telefoon gaat.

Maar ja. Toen liepen we dus zomaar tegen die ene nieuwe liefde aan. Zoals het onbesuisde verliefdheid betaamt, waren we nog minder kritisch dan tijdens de ontvangst van het jaarlijks kerstpakket, dus we keken nergens echt goed naar en wilden bij de aankoop nog wel een bonus betalen. Als we ‘m maar meekregen. Pas later zagen we de haakjes en de oogjes. Pas later beseften we: deze Zweedse vrachtwaggel is wel 25 jaar oud. En vandaag moest hij naar de garage. Voor de beruchte APK.

‘Dan doen we maar zuinig aan met vakantie’, zeiden we. ‘En dat nieuwe kozijn in de badkamer boven, dat kan ook vólgend jaar.’ Ik zou mijn oude wandelschoenen nog wel een jaartje dragen en ach, de nieuwe vloer, dat blijft voorlopig dromen. De rekening werd in ons hoofd soms een beetje minder, maar vaker een stuk hoger. Een stadslichtje aan de rechterkant konden we zelf gisteren niet meer vervangen. Nou ja. Dat kon er ook nog wel bij.

‘Tot 500 mag het zó gerepareerd worden,’ zei ik vanmorgen tegen de garageman, ‘daarboven moeten we even overleggen.’ De garageman knikte en ik toog wandelend huiswaarts. Met die knikkende knieën, u raadt het, en ze bleven de hele ochtend wiebelig. Tegen kwart voor twaalf hield ik het niet meer en ik belde de man. Of hij dan de garage wilde bellen en mij dan weer terug. Omdat ik zelf niet durfde. En hij belde de garage. En hij belde mij weer terug. Ik moest de Zweedse schone maar gaan halen.

Met de kin nog op de straatstenen stond ik voor de garage. Was hij echt en werkelijk goedgekeurd? De garageman knikte. Er was iets met een lampje en de rechterkoplamp, maar verder was er niks aan de hand. ‘Echt niet?’ vroeg ik dommig en even leek het of hij toch iets wou verzinnen. Maar nee. Er was echt niets. En ja. Er was volgende week woensdag wel ruimte voor de Renault. De 150.000-beurt. Oh shoot. Een nieuwe distributieriem.

Omdat geluk natuurlijk geen eeuwen kan duren. En we intussen toch al ideeën genoeg hadden om hier en daar op te bezuinigen.

Dus nee...voorlopig hoeven er geen andere paardenkrachten aangeschaft te worden. Yay!

Dus nee…voorlopig hoeven er geen andere paardenkrachten aangeschaft te worden. Yay!

Leave a Reply

Your email address will not be published.