Laat het feest beginnen!

Zes weken heb ik niet geschreven. Niet hier. Uiteraard heb ik menige statusupdate op Facebook volgekletst. Ook schreef ik af en toe (maar zeker niet vaker) een e-mail en oké, ik schreef ‘een reisverhaal over een stad die niet bestaat’, omdat dat nu eenmaal gebeurde tijdens een van de workshops die ik volgde bij Buitenkunst, ergens in de tweede helft van augustus. En verder…terwijl er honderdduizenden verhalen waren…schreef ik niets. Achteraf geen idee hoezo.

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017


De zomer van 2017 laat zich slecht in een paar woorden vangen. Vandaar wellicht deze wat ongewone blog, maar ik sta mezelf dat toe, alleen al omdat ik jarig ben vandaag. Maar daarover wellicht later meer. De woorden, dus. Ik zal er een paar proberen te vormen. Over die eerste week bijvoorbeeld, bij Anja en Jacqueline in de Auvergne. Daar waar ik een bijzonder mens hervond (Jacqueline) en een nieuw bijzonder mens erbij vond (Anja). Samen met hun dertienjarige zoon bezorgden ze ons een onvergetelijke vakantie vol verwennerij in een sprookjesachtige omgeving, waarin we al snel weinig anders dan ‘Oeh, wat mooi!’ en ‘Ach, wat fraai!’ riepen. Naast ‘Donders, wat is er weer heerlijk gekookt!’, vooruit.
Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin

Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin


In deze vakantie bezochten we oudste in een awesome space in Utrecht, die ook echt ‘the awesome space’ heet. Ik nodig u van harte uit deze plek eens te googelen. Vervolgens was ik tijdens een weekje Buitenkunst in het bos bij Elp niet alleen bijzonder veel bezig met kunstige zaken als zingen, schrijven en schilderen, maar ik ontmoette er ook een bijzonder geschikte schoondochter. Als ik die praktijken nog toe mocht passen…maar gelukkig, gok ik, mag dat niet en kan ik alleen hopen dat de een de ander op mysterieuze wijze ontmoet en dat er dan…enfin, u heeft het beeld.
Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten

Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten


We ontmoetten ook familie, en genoten daarvan. We raceten over een professioneel kartcircuit in de buurt en gedurende een enkel moment geloofde ik zelfs dat ik misschien dan ooit, met een beetje geluk, over all, niet als laatste zou eindigen. Zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Dromen moet je hebben.’
Vergane glorie in La Douce France

Vergane glorie in La Douce France


Er was veel zon, ik droeg vaak korte broeken. De laatste twee weken zwom ik iedere ochtend mijn gelukzalige baantjes, voor ik aan de rest van alweer een gelukzalige vakantiedag toekwam. Ik hoorde ontzettend veel gemopper over de slechte zomer van 2017, maar ik heb hem persoonlijk niet gezien. Het kàn aan Drenthe liggen. Ik zag wél vrienden, een goede Netflix-serie (Atypical) en ik las een ontiegelijke stapel boeken.
Relaaaaax...

Relaaaaax…


Niet zonder slag of stoot bestelde ik aan het eind van de vakantie de eerste boeken voor de komende studie. Eén boek moest volgens lijst 1 uit 2013 zijn. Een andere lijst noemde het jaar 2014. De officiële lijst noemde een beknopte versie. Dat was ‘m ook al niet. Een vertrouwd gevoel van ‘bezig zijn met studeren aan een hogeschool’ overviel me.

En vandaag was er dan de eerste werkdag en met bonzend hart ontving ik naast de vele felicitaties ook een lijstje met namen van mijn mentorklas. We bespraken het verloop van de eerste weken. Verdeelden taken. Maakten en nuttigden samen een lunch. Riepen rond één uur om het hardst:’Tot maandag!’

Omdat dán het feest echt weer zal beginnen. Van mij mag het. De slingers en ballonnen zitten sinds vanmorgen onder in mijn tas.

Kermit keer twee

Voor de kerstvakantie hadden de man en ik heel goed nagedacht. Het moest allemaal heel fijn worden, natuurlijk, maar er werden ook doelen gesteld. In de categorie ‘redden we waarschijnlijk niet, maar zou wel leuk zijn’ verzamelden zich doelen als ‘vier musea’, ‘zes boeken’ en ‘tien wandeltochten’. Meer voor de lol dan dat we er werkelijk naar zouden streven. In de categorie ‘zou wel heel prettig zijn’ zetten we het opruimen van de grote kast in de werkkamer, ‘een keertje naar de bioscoop’ en ‘tent kopen’.

'Hebben ze Kermit gevild?' vroeg D.

‘Hebben ze Kermit gevild?’ vroeg D.

Gisteren gingen we naar de film. Dat vinkje was gezet. Vandaag dan maar dat derde punt, want het opruimen van de kast was ook al gedaan. Op naar Roden, dus. Voor de zekerheid met de Twingo. De ‘boot’ vangt erg veel wind en die was er in overvloed, vandaag. Een ander voordeel aan de Twingo is dat hij je helpt bij het beheersen van impulsaankopen. Zoveel past er immers niet in.

Deze vonden we erg mooi, maar ik gokte dat de man na twee keer struikelen over de rand de tent in de fik zou steken.

Deze vonden we erg mooi, maar ik gokte dat de man na twee keer struikelen over de rand de tent in de fik zou steken.

We bekeken in eerste instantie alle tenten die we op internet al gevonden hadden. Maar ja. De een had een klapdeur (in een tent!!!) die me niet beviel en bovendien te onhandige stokken (en ik wil een tent graag in mijn eentje op kunnen zetten), en een andere tent had een dermate onhandig hoge instap, dat we er zelfs mèt opletten allebei over struikelden. Net als de mensen die ná ons kwamen. Dus. Het werd een heel ander ding.

Dit zijn geen tentjes, maar boterhamzakjes. Aldus R.

Dit zijn geen tentjes, maar boterhamzakjes. Aldus R.

En toen appte R. Iets over een aankoop van wandelschoenen. Dezelfde als D. Ze werden nu toch echt een behouden stel. En ze hadden rugzakken gekocht. Ook al hetzelfde. En ze waren nu helemaal klaar voor een weekendje met ons. Ik appte dat wij ook al aan vrijetijdsaankopen deden. Een tent. En ik appte een plaatje. D. vond ‘m wel erg groen. Van R. moest ik er voor hèn ook maar eentje meenemen. En een grondzeiltje mocht ook wel. Ik keek even naar mijn karretje. Ja, dat paste nog wel. Of er ook ‘ligdingen’ waren, vroeg R., maar dat vond ik met het overweldigende aanbod wat riskant.

‘Gezellig hè, zo samen winkelen?’ appte R., van de andere kant van het land. Ik appte terug dat het haast jammer was dat wij geen wandelschoenen nodig hadden, anders hadden zij die dan weer voor ons mee kunnen nemen. Al is het misschien wel bont genoeg, straks op het terrein van Buitenkunst met Pinksteren. Kermit keer twee, en dan vier paar dezelfde wandelschoenen: je kunt het ook een keer té gek maken.

Ik zeg: we hebben ons prima ingehouden.

Ik zeg: we hebben ons prima ingehouden.

Afterparty

Het ligt alweer lang en breed achter ons. Kerstmis. Moet ik er dan toch nog zo nodig even wat over zeggen? Neuh. Niet per se. Maar het kán wel. En het is, denk ik, veiliger om dat te doen tijdens de afterparty, die zo ongeveer tot ná 1 januari duurt. Ik heb best wel uitgesproken ideeën over kerst en ik weet dat die niet door iedereen gedeeld worden. Door er dus ná kerst pas over te mekkeren, verpest ik niemands zalige feest.

Ik vind het namelijk nogal wat, dat kerstgedoe. Vol van hooggespannen verwachtingen. Vol van ‘gezellig’ en ‘eet en drink nog wat’. Vol van ‘overal heen’ of ‘overvol thuis’. En nee. Dat is niet mijn feestje. Ook al gun ik ieder zijn eigen ding en zal ik nooit zeggen dat je niet met de hele familie bij elkaar moet zijn. Toegegeven zelfs, vorig jaar was ik wel ‘met de hele familie bij elkaar’ en dat was niet de hel op aarde.

Toch. Ik geniet het meest van de rust in mijn eigen huis. Van het terugtrekken in de eigen hut. Het overdenken van de dingen die ik gedaan heb. Nooit meer zou doen. Niet meer zou willen. Wèl ga doen. Wèl zou willen. Dat lijstje bestaat uit opsommen en uitgummen. Uitwisselen en aanvullen. Tussendoor een boek. Een aai over een poes op schoot. En nog één.

Dit jaar bestond het meest kerstige van deze kerst uit de nachtdienst, waarin we als gospelgroep zongen. Waarin we samen een beetje moesten lachen om de dominee, die haar spullen duidelijk niet helemaal op orde had. Waarin de man voor het eerst de traditie van ‘de pepermuntjes tijdens de overdenking’ meemaakte. En voor het laatst, dreigde hij, al lag dat niet aan de preek of de pepermuntjes, maar veel meer aan de liedjes die we zongen en die hij een dag later nóg niet uit zijn hoofd kreeg.

Daarnaast waren er koekjes. Veel koekjes. Omdat dat vroeger ook zo was, en goede dingen moet je niet laten gaan. Er waren liedjes, veel liedjes, tijdschriften, een krant. Kilometers rond het dorp, en door het bungalowpark een stukje verderop. We zagen vakantiegangers in de kampwinkel debatteren over het beste gourmetvlees en we keken elkaar aan en dachten: soep.

Het is 30 december. Morgen is alweer de laatste dag van het jaar. Ik heb al teruggekeken. Ik heb het jaar al overdacht. Ik weet wat ik niet meer zou willen. En wat ik wèl wil doen. En nee, daar ga ik u niet mee vermoeien. Ook aan die traditie doe ik liefst niet mee. Ik wens u wèl een fijne jaarwisseling, die u hopelijk op uw eigen manier mag vieren. Het liefst met ‘een beetje gezond weer op’, op Nieuwjaarsdag. En dat dat dan het begin mag zijn van een liefdevol jaar. Met veel valide argumenten. Dat ook.

Euh...traditie?

Op zijn Drents in de wildernis

Volgens mij hoef ik niemand die hier weleens leest te vertellen dat de man en ik redelijk gesteld zijn op Drenthe. Dat waren we al voordat we er kwamen wonen, maar de verhuizing heeft onze liefde versneld naar grote hoogten gebracht. Kom niet aan ons Drenthe. Kom al helemaal niet aan de Drentse natuur.

Toen ik op Facebook Henk Bos zag voorbijkomen, was ik dus meteen geïnteresseerd. Hij was bezig met een film over de natuur in Drenthe. Niet àlle natuur, want dat is schier onmogelijk te vangen in één zitting, maar toch: een boel natuur. Vooral zijn zoektocht naar beelden van de boommarter maakte ik digitaal van dichtbij mee. Als er nou eens een heuse bioscoopfilm zou komen…

En die kwam er. ‘Wildernis in Drenthe’ heet de film en de trailer maakte me helemaal blij. Mijn bioscoopbon bevatte nog 12 euro; ik hoefde dus maar weinig bij te betalen. Ha, die bioscoopbon, dat is nog een verhaal op zich. Anderhalf jaar geleden gekregen tijdens een feestje ter ere van het een jaar eerder behaalde diploma van de lerarenopleiding.

Het feestje bestond uit karten (wat ik volgens de andere afgestudeerde collega deed als een oude krant) en barbecueën en veel gezelligheid. En de ontvangst dus van een vet cadeau ‘voor in het donker’. Maar films kijken…dat kwam er dit najaar pas van. In Maastricht zag ik ‘La danseuse’ en ‘Florence Foster Jenkins’. En nu dan: ‘Wildernis in Drenthe’. De man mocht mee.

En ja, de film was mooi. Al giebelden we wel een beetje om de gemiddelde leeftijd van de bezoeker. Volgens mij haalden wij die met zijn tweeën toch met minstens twintig jaar naar beneden. En toen de voice-over begon, deden we allebei zoiets van: ‘Huhu!’ Bij een natuurfilm verwacht je toch altijd een stem die lijkt op die van Sir Attenborough, maar hier had de filmmaker zelf zijn stem ingezet. Denk aan een Drent die heel netjes Nederlands probeert voor te lezen en daarbij voor de taalpurist af en toe onhebbelijke constructies toepast.

Het is een kniesoor die daarover valt. Vonden wij. Zie het maar eens voor elkaar te krijgen. Uit alle, gedurende twee jaar geschoten beelden het mooiste selecteren. 21 bioscoopzalen in no time uitverkopen en mensen laten zien hoe mooi Drenthe toch is. Ook al weten ze dat wel. Een das, een boommarter, een draaihals of een jagende ringslang…je kunt wel zo vaak door jouw Drenthe dwalen, maar je krijgt ze echt niet voor de lens van je simpele camera. En dat hoeft ook niet. Dat heeft Henk al geregeld en daar ben ik hem dankbaar voor.

Ik heb genoten. Iedere wandeltocht die we vanaf nu door onze provincie zullen ondernemen, zal toch rijker zijn. Nog mooier. Omdat we nu nog beter weten wat er achter het diverse struikgewas schuilt.

Hoewel dit best in Drenthe kon zijn, was dit in Rusland. Eind 19e eeuw. Mooie overgang van bioscoop naar Drents Museum.

Hoewel dit best in Drenthe kon zijn, was dit in Rusland. Eind 19e eeuw. Mooie overgang van bioscoop naar Drents Museum.

Weekend van niks

Het afgelopen weekend zou weer bruisen van cultureel kunstzinnige activiteit. Op zaterdag zouden we gaan schilderen met drukinkt en goud en zilver, en op zondag zouden we dan naar Veenhuizen, om het Gevangenismuseum te bezoeken. De Museumkaart is, jawel, een aanschaf die we niet betreuren. Net zo min als de twee jaar geleden aangehaalde banden met R. en haar D.

Hoe je na 30 jaar ineens van oud-schoolgenoten vrienden kunt worden, dat is een verhaal op zich. Hoe je vijf weken geleden een weekend cultureel-kunstzinnig met elkaar optrok en nu dan weer ontzettend veel zin had om eenzelfde kunstje te herhalen, dat is alweer een verhaal apart. Maar. Vorige week e-mailde de kunstenares van de schilderworkshop dat het niets zou worden. Doktersvoorschrift. En ik wenste haar het allerbeste en beterschap, en met R. smeedde ik nieuwe plannen.

Een andere workshop? Zelf iets doen? Ja! Zelf iets doen! En we fantaseerden over samen tekenen en materialen uit ons beider knutselkast. En mijn zin werd nog weer groter. Vrienden die zich niet uit het veld laten slaan, die enthousiast raken over dezelfde soort wilde plannen als jij. Die in dezelfde richting denken, en jouw vuur met het hunne de sterren doet raken. Ja. Dat soort vrienden, daar moet je zuinig op zijn. En kei- en keihard van genieten.

Maar. Toen kwam de zaterdag. Na een woensdag die al niet heel lekker liep. Een donderdag met wattenhoofd en gapen. Een vrijdag waarop mijn gezicht zo zeer deed, dat ik het niet vreemd had gevonden als iemand me had verteld dat ik ‘s nachts ongemerkt door een indringer verschrikkelijk in elkaar was gebeukt. De blauwe plekken, echter, ontbraken.

Een nachtje slapen dan nog, dan zou het wel weer gaan, toch? Gewoon vroeg naar bed, en ik droomde al van papier en stiften en ecoline en Oost-Indische inkt. En eindeloos ouwehoeren. De grappen van D. De gespeelde (en soms minder gespeelde) verontwaardiging van R. De lol. De muziek in onze botten. (Denkt u daar maar over na.) Maar het ging dus niet op zaterdagochtend. Met schele ogen berichtte ik R. en D. van de ontstane ramp. Ik ging weer slapen en sliep de hele zaterdag lang, al snel gevolgd door de man, die na het boodschappen doen en een onmogelijk klusje aan zijn auto besloot dat zijn wattenhoofd ook in de revisie moest.

Het zou een weekend worden dat moest bruisen van de activiteit. Het werd een weekend waarin het enige wat bruiste de Hot Coldrex was. Er zit niks anders op. In her herkansingsweekendje zullen we dubbel moeten bruisen. Ik heb ergens het idee dat dat voor R. en D. geen probleem van belang gaat zijn.

We hadden nog net voldoende energie om zegeltjes te sorteren, maar zelfs dat hebben we niet gedaan - jongste was ons in een verveelde bui vóór...

We hadden nog net voldoende energie om zegeltjes te sorteren, maar zelfs dat hebben we niet gedaan – jongste was ons in een verveelde bui vóór…

Buitengewoon Buitenkunst

Het is alweer een week geleden. Kampeerbuurvrouw A. en ik stonden naast elkaar aan een enorme ezel en hadden van workshopleider Bouchaīb de opdracht gekregen iets te doen met portretten die op het verkeerde moment gemaakt waren.
Buurvrouw A. en ik, we gaapten eindeloos, luid en schaamteloos tussen het verfmengen door. We hadden ons haar met geen mogelijkheid geprobeerd in model te brengen, laat staan dat er iets van make-up op onze gezichten zwierf. We hadden het eerste het beste comfortabele kledingstuk over ons hoofd getrokken en op boerenklompen (ik) en rubberlaarzen (zij) hielden we ons op deze laatste ochtend van een week lang slaapgebrek staande.

Het was een week geweest waarin ik, zoals dat tijdens iedere Buitenkunst-experience gebeurt, volop in verwondering over het terrein zwierf. Soms in trance, schier lijdend aan het Florence-syndroom (google die maar even), maar dan niet vanwege de bouwwerken, maar meer vanwege de niet-te-vangen sfeer. Ik hoorde een andere buurvrouw aan de telefoon met een vriend. Ze was hier voor het eerst en verhaalde over hoe het hier ging. Hoe ze ‘s morgens haar workshop koos, hoeveel mensen er waren, en dat je daar toch niks van merkte. Hoe fijn het was en hoe moeilijk dat was uit te leggen.

We hadden het er later over. Dat je dit ook lastig uitleggen kunt. Dat je het simpelweg moet ervaren en dan gegrepen wordt door het virus, of niet. Dat ik het zo fijn vind dat onze jongens ook hebben ‘gebuitenkunst’ als kind, omdat ik geloof dat het ze iets extra’s bood. Hoe jammer zij het vond dat ze het daarvoor te laat ontdekte. En hoe je iedere dag opnieuw geraakt wordt. Dat het samen zingen, toneelspelen, schrijven, schilderen, dansen iets met je doet. Zonder dat het therapeutisch wordt, want daarvoor ben je hier ook weer niet.

Aan het eind van de week telde ik mijn zegeningen (en vergat prompt het zompige grasveld, de vele regen, de lekkende tent) en ik had geen idee waar ik moest beginnen met schrijven. Zoals vaker, schreef ik dan dus niet. Ik ratelde tegen de man. Het werd een kip-zonder-kop-verhaal, dat bijna een hele week duurde. Waarin ik bleef zemelen over het hele verliezen van mezelf in het knutselen aan een ‘interactieve kijkdoos’ en het schilderen van die bevreemdende portretten op de laatste dag. Ik bejubelde de ene buurvrouw na de andere, en nog een keer. En terwijl hij het door mij mede uitgevoerde ‘Ubi Caritas’ nog eens een keer beluisterde, sprak ik hem nogmaals verbijsterd toe over het feit dat hij het songfestivalwinnende ‘Net als toen’ van Corry Brokken niet kende. Vierstemmig ook leuk uitgevoerd.

Misschien dat hij daarom volgend jaar maar gewoon weer meegaat: om er toch nog een touw aan vast te kunnen knopen. Want om nu steeds na afloop een week raadselachtig hysterische jubelverhalen aan te horen…ik geloof dat ik ook eieren voor mijn geld zou kiezen. Dan liever een weekje kunstig modderen op een terrein zonder stroom. Graag wel zonder lekkende tent.

Uit de kluiten gewassen spiekbriefjes voor tijdens de uitvoeringen. Dat is ook Buitenkunst.

Uit de kluiten gewassen spiekbriefjes voor tijdens de uitvoeringen. Dat is ook Buitenkunst.