Een burger van de Lidl

De barbecue laat ik gewoonlijk links liggen. Het is het gedoe, misschien, en als flexi-veganist kijk je toch wat vreemd tegen al die lappen fikkend vlees aan. Maar toch. Het teamuitje van de mavolocatie behelst steevast het schroeien van producten op hete kolen. En dat uitje wil ik niet missen. Al helemaal niet omdat het bij collega E. in de tuin is. En bij E. is het donders goed toeven. Zeker als het om eten gaat. Ook van de barbecue.

‘Jouw eten staat hier, hoor!’ riep E. en ze wees met haar rechterhand naar het bord in haar linkerhand, voor ze het tussen de salades en het stokbrood zette, een eindje van het ‘echte beest’ vandaan. Ik stak mijn duim op. ‘Heb je er wel een bordje bij gedaan, ‘afbluuv’n’, grapte ik, en daar moesten we beiden om lachen. Ik pakte mijn sinas en toostte, ingeklemd door rosé en pijpjes bier uit de vrieskist. De stemming zat er vanaf de eerste minuut in.

Niet alleen het braadsel was voor mij apart aangeschaft, ook de slaatjes waren door E. met zorg zonder ham vervaardigd. Heerlijk. Net als het eerstje filetstukje, dat haast niet opviel tussen de spekken en de worsten, de spiezen en spareribs. Na een poosje kletsen en stokbroodjes eten was ik aan mijn tweede stukje vleesvervanger toe. Daadkrachtig hield ik de vleestang in de hand en greep naar….euh….?

‘Jongens, wie heeft er hier vegetarisch spul zitten peuzelen?’ Maar geen gezicht keek op. Ze hadden allemaal worst. Of spek. Een spies. Of rib. ‘Zo’n dingetje, maar dan aangebrand’, wees ik naar het bord waar nog één zo’n filetje naast een vegaburger lag. Collega T. sloeg de hand voor de mond. Huh? Dat was toch vlees? Nee? Echt niet? Nee. Maar het smaakte hem prima. Ik kneep mijn ogen samen, terwijl ik van binnen grijnsde en het andere lapje op de barbecue legde. Met de tang in de hand bewaakte ik dit zo gewenste onderdeel van mijn diner tot het klaar was. Voor mij.

En vol was ik. Die burger paste er niet meer bij. Nog wat fruit dan, en misschien wat salade, om de gaatjes wat af te vullen. Zo stond ik een half uurtje later bij de tafel vol heerlijkheden te dubben. En toen viel mijn oog op ‘mijn bord’. Daar làg eerst een burger op. ‘Zeg,’ begon ik, ‘ wie heeft zichzelf nú weer bedot?’ Maar niemand, nee, niemand, had vegetarisch getafeld. Echte mannen en zo meer. Stel je voor. ‘En dít dan?’ wees ik streng naar het lege bord.

‘Oh,’ deed de man van collega E. Hij had niks geks aan die hamburger gemerkt. Het smaakte best. ‘Ik dacht dat is er gewoon een van de Lidl.’ Hij haalde zijn schouders op, en ik haalde nog wat fruit. Dat is tenminste nog iets waar de mannen zich voorlopig nog niet in vergissen.

Eigengereide Einzelgänger

Vriendin Mara heeft er al meerdere keren over geschreven in haar blog: haar vriendin Pepperfly (dat ben ik dus, die naam kleeft nog steeds aan me door een vorige blog), die vriendin die is dan wel in Noorwegen, waar zij dus woont, en ze zullen elkaar wel zien, maar…ze trekt vooral ook haar eigen plan. Als ik haar niet beter zou kennen, zou ik er een beschuldigend toontje in lezen, maar ook zij weet intussen hoe ik ben. (Als je dat nog niet weet na 20 jaar vriendschap, dan is er ook wel iets grondig mis, niewaer?)

Ontbijt

Ontbijt

Want ja. Ik trek mijn eigen plan. Heel graag. Niet dat ik niet graag onder de mensen ben. Mijn baan bewijst het absolute tegendeel: in het onderwijs ben je voortdurend onder de mensen. Voortdurend ondergedompeld in een wereld vol verschillende meningen, visies, avonturen, wensen; caleidoscopisch leven op de vierkante meter. En ik geniet daarvan. Om in het weekend die spons die ik ben, wel even leeg te knijpen tijdens wandelingetjes met de man.

En een paar keer per jaar moet dat dus nog iets drastischer. Alleen. Of in ieder geval zodanig alleen dat niemand last heeft van de totale verdwaasdheid die me kan overvallen. Van tien plannen bedenken en het elfde uitvoeren. Weten waar je heen wilt lopen, maar min of meer per ongeluk toch een omweg of vijf maken. Iedere dag een andere supermarkt bezoeken. Twee dingen kopen en daarover rustig anderhalf uur doen.

Diner

Diner

Eindeloos rommelen met bordjes, messen, broodjes, toetjes en ‘Ekte majones’. En van al die maaltijden ook nog foto’s maken, na een zorgvuldige her- en verplaatsing van de verschillende elementen.

En dan dat eten nog.

Het ongekend beestloos bestaan

Schrijven over vleesloos eten is bijna politiek, dus daar moet een mensch voorzichtig mee zijn. Toch, vaeke ben je te bange, dus: een stukje over vleesloos eten. Waarbij het me nu al meteen opvalt hoe vanzelfsprekend ik schrijf: vleesLOOS. En niet: MET al die lekkere dingen die ik anders nooit ontdekt zou hebben. Maar ja. Dat laatste vergt nu eenmaal iets meer woorden en ik ben graag economisch met mijn energie. Enfin.

Donderdagavond gingen we uit eten, voorafgaand aan de jaarlijkse ouderavond: mentoren havo 3, teamleiders en de coördinator van de maatschappelijke stage. Er was gekozen voor een intiem restaurantje dat tegen de hogeschool diep in Drenthe was aangebouwd. Drankjes werden ingeschonken, servetten kunstig over de schoot geworpen. En toen werd die ene vraag weer gesteld. Of die ene vegetariër dan wèl vis at. ‘Euh. Nee.’

‘Ja, want sommige vegetariërs eten wel vis!’ ‘Dan zijn het geen vegetariërs’, antwoordde ik, want ik was na een lange dag al best wel moe. De aardige serveerster opende haar mond en sloot ‘m weer, wat ik echt niet onverstandig vond. Een ander lid van de bediening verscheen met een plank met daarop oranje schijfjes, wittige crème en piepkleine bloemetjes. En een pincet. Op onze handen werden, met enige moeite, stapeltjes van zoetjes en zuurtjes gecreëerd. We durfden elkaar even niet aan te kijken; een mentorenteam dat uit louter vrouwen bestaat, is als een vensterbank vol sanseveria’s. (Ja, vogelt u die zelf maar even uit.)

Vrijdagmorgen hadden alle derde klassen toetsen. Leerling R. was snel klaar en werkte aan een ander vak. Iets met ‘voedselvoetafdrukken en ecologisch leven’. Zijn voetafdruk was een beetje groot, bekende hij en hij liet me de resultaten van een testje zien dat hij op zijn telefoon had gemaakt. Of ik iets te eten wist, dat niet zo’n grote afdruk achterliet. Niet gehinderd door enige kennis van zijn huiswerk, mompelde ik: ‘Groentetaart met noten’. Leerling R. begon te giechelen. ‘Bestaat dat?’ Ik knikte, googelde en liet hem de resultaten zien.

‘Ik weet nog wel iets leuks’, zei ik en ik surfte naar YouTube. De rest van de klas was intussen ook klaar met hun werk. Er klonk wat zacht rumoer, wat overging in zacht maar stevig joelen, toen de eerste beelden verschenen van ‘How to make vegan fried chicken.’ Er werd gelachen, er werd gekletst. Die mevrouw B., die had weer een van haar vreemde ideeën en over vijf minuten was het pauze. Maar toen. Werd het stiller. En stiller. Hier en daar klonk een kreetje. Vooraan wreef een leerling over haar maag. ‘Dit is niet leuk, mevrouw. Ik krijg trek.’

De bel ging, maar de klas bleef zitten tot de laatste beelden van de gefrituurde snacks van het digiboard verdwenen. Leerling J. kwam nog even bij me. Ze kookte zelf ook zo graag. En ik beloofde voor volgende week weer een filmpje. En ben benieuwd of ik nog mailtjes krijg. Dat ik toch Nederlands geef. En geen koken. En al helemaal geen politiek.

Mijn andere hand stond nog vol aantekeningen...deze dus vol met pompoen...

Mijn andere hand stond nog vol aantekeningen…deze dus vol met pompoen…

Sluitporties

Een aantal weken geleden werkte ik een beetje aan afstand. Tien kilometer om precies te zijn. Tien kilometer, die ik min of meer rennend zou afleggen tijdens de Stonecityrun. Omdat ik dat in een gekke bui zomaar geroepen had.

Maar ja. Tien kilometer hardlopen gaat wel een stuk gemakkelijker als er niet te veel zwembandjes om je lijf hangen. Ik probeerde er dus een paar weg te krijgen. Een beetje. Met hulp van toegezonden tips en apps van oudste, die naast ‘veganistisch eten’ ook doet aan ‘letten op gewicht’, kreeg ik wat meer zicht op wat ik at. Te veel, dus.

En ik werd een beetje strakker. Een klein beetje lichter. En ik kreeg lol in lekkere, lichte hapjes. Ik hoefde geen chocolade, en al helemaal geen koekjes. Ik kookte lekker en voedzaam. Voor jongste, die juist aankomen moet, kieperde ik op het laatst nog wat extra’s erbij. Vooral de zelfgemaakte pizza’s kregen daardoor een interessant uiterlijk. Links met extra kaas en ei, in het midden ‘gewoon kaas’ (voor de man) en rechts gegrilde groenten met een verdwaalde olijf.

En toen braken de laatste weken van school aan. En er kwamen chocolaatjes als bedankje. Er was een lunch met het mentorenteam. Bij de koffie taart vanwege een verjaardag. En toen nog een keer, maar ik weet niet meer waarom. Er volgde een receptie bij de favoriete pizzeria van collega T. (en die van mij), en nóg een lunch met de sectie. Waar ik nóg meer lekkers en liefs kreeg van stagiaire L. En nee. Dat was nog lang niet alles.

Dus ik zuchtte vanavond, na een personeelsdag van de mavo-locatie met gebakjes en, en, en….(en vooruit, een klein beetje survivallen om het geheel te verteren)...ik zuchtte diep en kookte curry met kokos en volle yoghurt, en toe nam ik een ijsje. Dat kon er ook nog wel bij.

En ik bedenk dat ik nu geen balansdag nodig heb. Geen balansweek. Nee. Doe maar gewoon een balansvakantie. Nog een reden, dus, waarom vakanties van docenten niet kort mogen zijn.

Portier nummer...euh...

Portier nummer…euh…

Met zonder beest

Over eten denk ik nauwelijks na. Twee keer in de week haal ik een paar mandjes fruit en groente, ik graai wat bakjes bij de Vegetarische Slager vandaan en de gaatjes in de kofferbak vul ik op met overige allerhande zaken. En daarmee doe ik het. Koken. Of iets wat daarop lijkt. Systeem lijkt er niet in te zitten, maar smaken doet het meestal wel.

Oudste lijkt dit gedrag een beetje geërfd te hebben. Vooral het deel waarbij er ruimhartig van recepten afgeweken wordt. Zo krijg ik regelmatig apps met foto’s van gerechten, met daaropvolgend een officieel recept, en alle uitzonderingen die er uiteindelijk toegepast zijn. Omdat de rode currypasta niet aanwezig was. Courgette lekkerder is dan broccoli (of omgekeerd) en hij even geen zin had om gember te snijden. Het lijkt het eindresultaat niet te schaden en daar geniet ik van.

Oudste heeft op het moment, naast zijn gebruikelijke, hedonistische kookinstelling, een voorliefde voor het uitproberen van veganistische gerechten. Aan de ene kant worden alle paniekreceptoren in mijn lijf geraakt bij de gedachte geen kaas te eten (en geen eieren!), aan de andere kant prikkelt zo’n interesse mij ook wel weer. En af en toe probeer ik dan ook eens wat. En ik probeer er een heus recept van te maken. Probeer. Veel verder zult u het niet zien komen. Lekker is het overigens wel.

Awel. Nodig, dus: kokosolie, ui, kerriepoeder, courgette, gember, citroensap, kokend water, rode puntpaprika, knoflook, groentebouillonpoeder, rijstnoedels.

In de kokosolie fruit je een ui. Vervolgens doe je er kerriepoeder bij. Even doorbakken. Vervolgens courgette in blokjes erbij, heel fijn gesneden gember, citroensap en kokend water. Vijf minuten koken. Vervolgens reepjes puntpaprika erbij, geperste teentjes knoflook, schepje groentebouillonpoeder en dan nog een paar minuten koken. Tot slot werp je een blokje rijstnoedels in de soep. Nog een minuutje koken en dan is de boel wel klaar.

En mocht u dat fijn vinden, wijk dan gerust een dotje af. Vast ook erg lekker.

Met zonder beest.

Met zonder beest.