Die durf van niks

Het was al een poosje geleden, dus het werd hoog tijd. In 2013 waren de weken te veel bezet met andere reisjes, in 2014 hadden we het bijzondere plan opgepakt te gaan verhuizen en ergens tussendoor mekkerde Hogeschool Windesheim steeds over tentamens en scripties, maar nu, in 2015, lonkten de eindeloos vrije dagen. Bovendien had de man mij verblijd met een superlicht nieuw slaapmatje en dito stoeltje en slaapzak.

Ik ging alleen niet te voet, terwijl dat eigenlijk wel een wens was. Maar ja. Dan kwam ik niet zo ver. Niet zo ver als dat ik wilde. En dus vatte ik toch de fiets. Een ouwe, eentje die al een paar flinke klappen had gehad, maar ach, die had-ie ook doorstaan. Ik bond mijn spullen erop, fixte een mandje voorop en checkte nog een laatste keer de weersverwachting. (U ziet op de bijgaande foto wellicht waarom…en waarom ik dus vrijdagmiddag weer thuis was…)

Ook dit jaar kreeg ik weer de twee roemruchte standaardopmerkingen te pareren: ‘Wat knáp dat je dit alleen doet!’ en ‘Jij dúrft!’ En net als al die andere keren, moest ik er een beetje om lachen. Ik vind het pas knap van degene die met mij mee zou gaan. Gesteld dat die mijn ritme volgt. Het eindeloos sloom geslinger over bospaadjes, dertigduizend keer een fietsknooppunt missen en dan je schouders ophalen, twintig keer per kilometer in één keer remmen, want verrèk, daar staat een reebok, bloempje of kraampje!

En dan dat durven nog. Een kennis van mij had visioenen van enge mannen en nog engere beesten (vossen!) die aan mijn tentje zouden schudden. Of ik maar op wilde passen, want je hoort toch zulke verhalen. En ik denk aan de mannen die ik trof. De één nog aardiger dan de ander. Ik hoefde mijn kaart maar open te slaan of de hulp snelde toe en als die niet nodig bleek, volgden vaak mooie verhalen.

Ik zag vogels, vlinders, reeën, bijen en van allerlei andere beesten en beestjes, en ik dacht regelmatig dat het handiger zou zijn om mijn mond niet zo open te laten vallen, omdat er anders wel wat in zou vliegen. Ik zag één vos. Een jonkie. Zo dood als een pier, naast een fietspad. En ik realiseerde me opnieuw dat diegenen die risico lopen, misschien niet direct de mensen zijn…

Nee. Dat is geen wijn. Het is kersen-appelsap. Moehaa.

Nee. Dat is geen wijn. Het is kersen-appelsap. Moehaa.