IJskoud pedagogisch

Vorige week was het best warm. Leerling J. vroeg me hoe ik het in vredesnaam uit kon houden in mijn lange broek. Op mijn wedervraag of hij dan zoveel zin had in het aanschouwen van mijn blote benen, kwam er dan weer een schaterlachen als antwoord. Nee. Dan liever toch die lange broek.

Deze week, echter, stegen de temperaturen naar waarden waarbij ik toch overstag ging: het werd een lange jurk. Met sneakers. Het deed Chef fronsen en ik kreeg een blik toegeworpen waar ik uitleg bij vroeg, maar die kreeg ik niet. Nou moe. Ditmaal was de vraag van bezorgde leerlingen hoe ik het dan uithield met dat t-shirt onder mijn mouwloze jurk. Hm. De armsgaten eindigen ergens bij mijn middel. I rest my case.

En toen de lessen. In de eerste les stuurde ik drie lieden de gang op, wegens gebrekkige voorbereiding. Natuurlijk te lang in de zon gelegen, gisteren, dacht ik met mijn oververhitte brein. In les twee moest nóg een leerling het veld ruimen, iets wat bij hem dan weer de hersenpan deed overkoken. Gelukkig maakten we het diezelfde middag, bij het nablijven in een koele werkruimte, weer goed.

Ach. En dan dat zevende uur met die dynamische tweede klas. ‘Waarom hebben we geen tropenrooster?’ ‘Waarom hebben we geen vrij?’ ‘Waarom gaan we niet naar buiten?’ De vragen buitelden over elkaar heen en ik bezag de bozige, bezwete gezichtjes met groeiende irritatie. ‘Jullie zijn allemaal watjes!’ en ik pakte het boek en begon met de les.

Ergens halverwege kwam een belhamel uit de derde binnen. ‘IJsje, mevrouw?’ en natuurlijk zei ik geen ‘nee’. ‘Oh, dat is oneerlijk!’ klonk het als uit één mond in het lokaal. ‘Maar ook lekker.’ antwoordde ik pesterig en ik wierp het papiertje in de prullenbak, terwijl ik het ijsje genoeglijk zuchtend in mijn mond stak. Vanaf 22 hete hoofdjes staken dikke pruillipjes in een stil protest naar voren.

‘Wie kan er snel fietsen?’ vroeg ik een halve minuut later. Leerling L., in alles snel maar niet altijd in de goede richting, sprong op. ‘Wie neem je mee?’ en ze wees naar haar vriendin. Ik pakte mijn portemonnee. De dames haalden ijs. Bij terugkomst werden foto’s gemaakt voor Instagram, Snapchat en ongetwijfeld nog een paar andere ongeoorloofde media in de klas.

Ik vind dat ik mijn pedagogische competentie op de eerste tropische dag van 2018 wel bewezen heb. Of ik ‘m vanmiddag bij mijn afsluitend examen van het eerste jaar moet vermelden, daar twijfel ik nog even over.

Overmeesterd

Er zijn mensen die vinden dat ze maar bar weinig van mij horen. Die mensen hebben gelijk; ik gedraag me sinds september niet echt sociaal. Nou, oké, als je toevallig studeert aan Windesheim of werkt op de school diep in Drenthe, dan hoor je ineens weer veel te vaak van me. Ik heb feedback nodig, er moet iemand nodig iets voor me invullen, ik moet overleggen of zonodig weer een vergadering filmen om mijn interpersoonlijke competenties te bewijzen. Tsja. De balans is, kortom, ver te zoeken.

En nee, het gaat zeker niet van een leien dakje, allemaal. De studie vereist een flexibiliteit waarvoor ik, wisselvallig type, zelfs nog een beetje moet trainen. Het geheel vraagt een precisie die ik niet eens bij het sokken breien inzet (en de breiers onder ons weten dat dat op zich best handig is), en het niveau is ook niet echt Jip en Janneke. De eerste module heb ik inmiddels herkanst (even afwachten of dat wèl voldoende is) en de tweede module is met trillende vingers ingeleverd bij de moduledocent. Fingers crossed enzo.

Wat zegt u, u vindt dit eigenlijk wel een beetje een zeurverhaal? Dat was u van mij niet gewend? Hm. Nu u het zegt. Het klinkt wel wat zorgelijk. Het klinkt alsof ik overmeesterd ben door iets wat ik nou weer zo nodig moest: opnieuw studeren. Maar heel eerlijk: ik vind het leuker dan ik ooit verwacht had. Ja. Ik vind het ook ontzettend pittig. Ik vind het ook ontzettend veel. Als ik het ene boek nog niet uit heb, ligt het volgende alweer ongeduldig te wachten tot ik het oppak. Hier moet iets uitgezocht, en daar iets op een rijtje gezet. En nee, ik snap heel veel nog steeds niet.

Maar. Het schijnt dat ik ècht aan het leren ben, juist omdat ik voortdurend rondloop met een hoofd waar de vraagtekens omheen zweven (om niet te spreken van wat er ín dat hoofd zweeft). Iedere dag voel ik me wel één keertje ‘lampje’. (Weet u nog? Van Willie Wortel.) Dan is er een ‘aha-momentje’ en bedenk ik dat het in de les weer wel anders kan. Beter, natuurlijk. Al valt dat altijd nog te bezien. Voor de leerlingen betekent het in ieder geval wekelijk wel iets nieuws.

En ja. Om dat studiekoze gedoe allemaal te compenseren, neem ik de man toch af en toe op sleeptouw. Binnenkort maar eens met de trein naar een ver en donker land. En nee. Dat is ook alweer niet sociaal. Behalve dan voor de man.  Als het meezit, word ik me over een jaar of twee wel weer van de omgeving bewust. En van de tuin, misschien. En de verbouwingen. En het onderhoud aan diverse apparaten. Het is maar goed dat ik in ieder geval een degelijke auto rijd.

Ik ga op reis. Oh. Nee. Of toch.

Hoe het met me ging, vroeg coach M. me vanmiddag, tijdens het eerste begeleidingsgesprek van de master Educational Needs. Ik zei ‘goed’, waarna ik heel diep zuchtte en zij glimlachte, en lichtjes, maar onmiskenbaar achteroverleunde. Wat kan er in twee maanden een heleboel gebeuren. Ik startte met een studie en ik dacht, misschien naïef, dat dat toch gewoon een kwestie was van oppikken en doen.

Het bleek eerder een duik in het diepe, in dik en troebel water. Een reis door een schier ondoordringbaar woud vol interessante stof waar je wel even over door kon bomen. In het digitale struikgewas ruiste er om iedere hoek een nieuwe uitdaging, en die uitdaging vond ik niet alleen op die éne hoek terug, maar ook op een andere, en nog een andere, en dan steeds net iets anders omschreven. Mappen en mapjes vol kekke presentaties en zogenaamde silverpoints, links naar seminars, vakoverstijgende modules, en roosters, planningen, lesvoorbereidingen, en…euh…volgt u het nog?

Ik ook niet. Het feit dat in mijn elektronische leeromgeving ook nog allerlei vakken en mapjes van vorige studies op deze hogeschool lagen te fermenteren, maakte het er niet beter op. Maar. ‘Het hoort erbij’, sprak coach M. ‘Het maakt deel uit van de dirty business of learning.’ Inmiddels heb ik mijn weg wel gevonden, maar het was aanvankelijk een beetje alsof ik tussen al het losse zand zelf maar een emmertje en schepje moest vinden. En het water, om van dat losse zand mijn eigen kasteel te bouwen. Niet per se aan zee.

Toch geniet ik ervan, met volle teugen. Van iedere keer dat we met de studiegroep bij elkaar komen in Zwolle. Van de nieuwe boeken die ik bestel. Van al die interessante artikelen die ik lees. Ik geniet ook enorm van de gesprekken met Chef, die nog meer van betekenis worden nu ze ook nog eens mijn werkplekbegeleider voor de studie is.

Ze stond, en staat, vierkant achter mijn plan om op reis te gaan voor mijn studie. Naar Denemarken, Canada, New York, of waar ook heen. Die week konden ze mij wel missen. (Of zouden ze er op de school diep in Drenthe meteen een rustweek van maken, zo zonder mij?) Toch ging ook die procedure niet zonder slag of stoot. De eerste keer dat ik me in wilde schrijven, crashte het systeem. De tweede keer dat ik het probeerde, leek het te lukken en Chef maakte glunderend een foto van het bevestigingsbericht. Helaas bleek er een enorm datalek geweest te zijn en moest alles weer opnieuw.

Ik zou op reis. En toen weer niet. En toen weer wel. En toch weer niet. En nu, na een derde inschrijvingspoging, lijk ik echt te gaan. Niet naar Denemarken. Niet naar Zwolle. En nee, niet naar New York. IJs en weder dienende, Deo Volente en wat dies meer zij…ben ik eind mei 2018 een hele week in Canada. Ik heb gelukkig dus nog even tijd om er ook werkelijk in te gaan geloven.

Denemarken

(Naar Denemarken moeten we dan maar weer ‘gewoon’ op vakantie.)

Van Canada via Denemarken naar Zwolle

Het kiezen van een Master op het gebied van ‘Educational Needs’ is nog een best gedoe. Wil je gedragsspecialist worden, of vind je innoveren leuk? Ga je leerlingen met dyslexie helpen, of je toch liever verdiepen in het jonge kind? Misschien toch iets met computers…en dan die ene of die andere richting?Uiteindelijk was die keuze voor mij niet zo heel moeilijk, al heb ik er wel een paar dagen over gedubd. Mijn Master heet ‘gepersonaliseerd en toekomstgericht leren’, wat een hele dure mond vol is voor: ‘probeer die leerlingen maar eens aan het werk te krijgen, en dan graag wel met de modernste middelen’.

Enfin. Dan hèb je dat gekozen, en dan bèn je enthousiast begonnen, en dan moet je ineens wéér kiezen. Je moet namelijk ‘op reis’. Of niet. Maar in dat laatste geval moet je wel heel ‘internationaal thuisblijven’. Volgt u het nog? Nee, ik bijna ook niet meer. Gelukkig was er vanavond een voorlichtingsavond over de verplichte internationaliseringsactiviteit. Ja. Alweer een mond vol.

Eerst luisterden we met zijn allen naar de pitches van verschillende ‘reisleiders’ die ons zouden kunnen vergezellen naar verre oorden als Oostenrijk, Denemarken, Polen, de VS (New York!), Canada en een bijzonder oord als Zwolle. Daarna konden we drie oorden kiezen en daarover meer informatie vergaren in een aangrenzend lokaal. Medestudent E. en ik keken elkaar aan met opgetrokken wenkbrauwen. Oud-collega I., aan de andere kant van het gangpad, had eenzelfde uitdrukking.

Awel. E. en ik begonnen met ‘Zwolle’. In deze stad, op de hogeschool zelf, zouden we op een hyperfijne en moderne manier gaan communiceren met een stelletje Finnen. De technische termen vlogen me om de oren, net als het vele Engels dat uiteraard gebruikt moest worden. Medestudent E. tuurde intens naar haar blaadje, ik tuurde al even intens naar de juf. Dit leek me eerlijk gezegd al machtig lastig, maar wel erg mooi.

Daarna ‘naar Canada’. De Niagara Falls stroomden al van het scherm af, en de juf in dit lokaal begon op hoog tempo alle heerlijkheden van de reis op te sommen, die niet alleen bezoekjes aan het ministerie en verschillende scholen behelsden, maar er zou ook geshopt worden en als het even kon, werd het niet alleen Toronto, maar ook nog Ottowa. Een diepe zucht ontsnapte me. Als ik op tijd een paspoort wilde hebben, zou ik het deze week nog moeten bestellen.

En toen, omdat het onontkoombaar leek, nog even ‘naar Denemarken’. De reisleiders wisselden elkaar af in enthousiasme, en zo, met de kaart van mijn allerliefste vakantieland op de achtergrond, begon ik alvast wat weg te dromen. Er was iets met ‘outdoor education’, wat mij met mijn adhd-natuur wel aanstaat, en iets met onhandelbare jongens die een-op-een onderwezen werden. En dan ‘onze’ appartementjes op een reepje land aan een eindeloos fjord.

Van Zwolle via Denemarken, of toch andersom? Het duizelt me op vele fronten. Ik heb geen idee waar ik heen wil, en al helemaal niet waarom. Misschien moet ik maar gewoon gaan iene-miene-mutten, en liefst niet al te lang. In verband met dat paspoort enzo.

Reismenu

Overmeesterd

De eerste week van het nieuwe schooljaar is weer voorbij. Een week waarin ik heb kunnen zien dat mijn mentorklas een gezellig zooitje is dat vast en zeker gedurende het schooljaar voor een verrassing of wat zal zorgen. Het was een week waarin ik de zorgvuldig voorbereide lessen in de prullenbak kon gooien en fijn mocht improviseren, want de uitgeverij van ons lesmateriaal had zijn zaken nog niet voor elkaar.

Het was ook een week waarin gevierd werd dat het personeel het hele jaar weer met elkaar mocht optrekken. In en rond de vesting Bourtange vond een personeelsfeestje plaats, waarbij teamleider M. en ik al snel hadden besloten dat het uitermate relaxed was om vanuit een kayak, op kabbelend water, te filosoferen over het leven in het algemeen en het schoolleven in het bijzonder. Wat ook bijzonder was, was dat men er blijkbaar dacht dat vegetariërs geen geroosterde etenswaren blieven. Waar de omnivoren genoten van bruinverbrande worsten en spiezen van de barbecue, kregen collega B. en ik een bord vol sla, patat en iets onbestendigs in bladerdeeg. Prima binnen te houden, begrijp me niet verkeerd, maar toch. Bijzonder.

Oh ja. En dan was het ook de week waarin dat ene, nieuwe avontuur begon: de Master Educational Needs. Woensdag voorbereiden, gisteren en vandaag lessen, praatrondes en een heuse masterclass. Heel eerlijk: het duizelde me woensdag wel toen ik me door alle documenten, artikelen, boeken en filmpjes heen probeerde te worstelen. Maar vrijdag zaten we dan bij elkaar op de hogeschool in Zwolle: twaalf vrouwen, twee mannen en één coach. En toen veranderde dat gevoel in een engige euforie die ik normaliter alleen bij Buitenkunst voel.

Fucking hell, ik doe een Master!, dacht ik op een gegeven moment, en ik begon een beetje te zweven, terwijl ik mijn zakdoek zocht. Ik vroeg me ook af hoeveel masters ik in mijn leven nog zou kunnen doen, want het was toch wel erg leuk en, nou, euh…misschien dat ik voor nu dan die twee modules die ik alletwee geweldig vond ook tegelijk kon volgen en… Ja. Oké. Daar schoot ik een beetje door.

Maar toch. Vanmiddag gingen we lunchen met onze ‘klas’, na een fantastische ochtend waarin ik oud-collega I. tegen het lijf liep en ook collega M. van de buurlocatie. Beide doen ze dezelfde master als ik, maar dan met een andere afstudeerrichting. Wie weet wat we elkaar later nog te vertellen hebben. We luisterden met alle studenten samen naar een masterclass over miscommunicatie, waarbij veel gelachen werd en we leerden ook nog eventjes driestemmig een Beatle-liedje zingen.

En toen dus die door de hogeschool prima verzorgde lunch. Papieren zakjes met diverse broodjes. We gooiden de inhoud, die netjes verpakt was, op tafel bij elkaar. ‘Wil jij mijn broodje gezond?’ vroeg medestudent E. Ik knikte. Gaf haar mijn bruine broodje cervelaat. Ik keek links. Ik keek rechts. En ik zag dat het om te beginnen in ieder geval ongelooflijk goed was.
Yes we can!

Laat het feest beginnen!

Zes weken heb ik niet geschreven. Niet hier. Uiteraard heb ik menige statusupdate op Facebook volgekletst. Ook schreef ik af en toe (maar zeker niet vaker) een e-mail en oké, ik schreef ‘een reisverhaal over een stad die niet bestaat’, omdat dat nu eenmaal gebeurde tijdens een van de workshops die ik volgde bij Buitenkunst, ergens in de tweede helft van augustus. En verder…terwijl er honderdduizenden verhalen waren…schreef ik niets. Achteraf geen idee hoezo.

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017


De zomer van 2017 laat zich slecht in een paar woorden vangen. Vandaar wellicht deze wat ongewone blog, maar ik sta mezelf dat toe, alleen al omdat ik jarig ben vandaag. Maar daarover wellicht later meer. De woorden, dus. Ik zal er een paar proberen te vormen. Over die eerste week bijvoorbeeld, bij Anja en Jacqueline in de Auvergne. Daar waar ik een bijzonder mens hervond (Jacqueline) en een nieuw bijzonder mens erbij vond (Anja). Samen met hun dertienjarige zoon bezorgden ze ons een onvergetelijke vakantie vol verwennerij in een sprookjesachtige omgeving, waarin we al snel weinig anders dan ‘Oeh, wat mooi!’ en ‘Ach, wat fraai!’ riepen. Naast ‘Donders, wat is er weer heerlijk gekookt!’, vooruit.
Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin

Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin


In deze vakantie bezochten we oudste in een awesome space in Utrecht, die ook echt ‘the awesome space’ heet. Ik nodig u van harte uit deze plek eens te googelen. Vervolgens was ik tijdens een weekje Buitenkunst in het bos bij Elp niet alleen bijzonder veel bezig met kunstige zaken als zingen, schrijven en schilderen, maar ik ontmoette er ook een bijzonder geschikte schoondochter. Als ik die praktijken nog toe mocht passen…maar gelukkig, gok ik, mag dat niet en kan ik alleen hopen dat de een de ander op mysterieuze wijze ontmoet en dat er dan…enfin, u heeft het beeld.
Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten

Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten


We ontmoetten ook familie, en genoten daarvan. We raceten over een professioneel kartcircuit in de buurt en gedurende een enkel moment geloofde ik zelfs dat ik misschien dan ooit, met een beetje geluk, over all, niet als laatste zou eindigen. Zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Dromen moet je hebben.’
Vergane glorie in La Douce France

Vergane glorie in La Douce France


Er was veel zon, ik droeg vaak korte broeken. De laatste twee weken zwom ik iedere ochtend mijn gelukzalige baantjes, voor ik aan de rest van alweer een gelukzalige vakantiedag toekwam. Ik hoorde ontzettend veel gemopper over de slechte zomer van 2017, maar ik heb hem persoonlijk niet gezien. Het kàn aan Drenthe liggen. Ik zag wél vrienden, een goede Netflix-serie (Atypical) en ik las een ontiegelijke stapel boeken.
Relaaaaax...

Relaaaaax…


Niet zonder slag of stoot bestelde ik aan het eind van de vakantie de eerste boeken voor de komende studie. Eén boek moest volgens lijst 1 uit 2013 zijn. Een andere lijst noemde het jaar 2014. De officiële lijst noemde een beknopte versie. Dat was ‘m ook al niet. Een vertrouwd gevoel van ‘bezig zijn met studeren aan een hogeschool’ overviel me.

En vandaag was er dan de eerste werkdag en met bonzend hart ontving ik naast de vele felicitaties ook een lijstje met namen van mijn mentorklas. We bespraken het verloop van de eerste weken. Verdeelden taken. Maakten en nuttigden samen een lunch. Riepen rond één uur om het hardst:’Tot maandag!’

Omdat dán het feest echt weer zal beginnen. Van mij mag het. De slingers en ballonnen zitten sinds vanmorgen onder in mijn tas.

Met coach J. door het Vledderse Veen

Diegenen die al een poosje meelezen, weten dat er maar twee stagebegeleiders ècht belangrijk voor mij waren tijdens de lerarenopleiding: coach S. (Siebe) en coach J. (Jan). Beide heren werkten op dezelfde school, op verschillende locaties, en ik kan tot op de dag van vandaag geen persoonlijkheden bedenken die verder uit elkaar liggen dan deze twee. Toch. Ik heb het met beide heren ontzettend naar mijn zin gehad, om verschillende redenen.

Bij coach S. kwam ik terecht toen ik nog niks van lesgeven wist. Ik knutselde iets van een les in elkaar en ik probeerde als een leeuwentemmer een klas vol pubers niet te laten bijten. Het ging niet altijd goed, maar het was wel ontzettend relaxed, niet in de laatste plaats door S., die me vooral mijn gang liet gaan. De enige echte kritiek betrof mijn kleding (“Meer jurken!”) en mijn houding (“Loop toch eens als een dame!”)

Na S. kwam J. en dat was andere koek. Ik moest ineens ‘aan de bak’. Ik deed dat af en toe te weinig, dat ‘aan de bak’, en dat kon ik dáár, op die locatie met een wat lastigere populatie, goed merken. J. moest er vanmiddag weer om lachen. “Je ging ontzèttend op je snuit!” Want dat ging ik. De propjes vlogen me in één bepaalde les om de oren, er klonk overal gezoem en coach J. pende achter in de klas driftig op zijn coachingsformulier.

Hij durfde me bij mijn kladden te grijpen en wist ook mijn lurven te vinden. Hij wist me ervan te overtuigen dat ik het kon, maar dat het niet overal vanzelf ging. Hij kreeg me zover dat ik in discussie ging. Met mezelf, maar ook met hem. Ik herinner me een moment dat we als twee koppige ezels tegenover elkaar stonden, ieder overtuigd van de eigen richting. En toch kwamen we eruit. Het is iets wat me niet goed lag, dat discussiëren, dus dat er een oplossing kwam, lag vast meer aan hem.

En toen kreeg ik een baan. En ik zag hem niet meer. Tot ruim een jaar geleden, op een dyslexieconferentie in Ede. We raakten in gesprek en dat gesprek was niet af. Dus we zouden elkaar zien. Maar je weet hoe dat gaat. Het was ineens een jaar verder. En ik e-mailde. En we belden. En we aten vanmiddag gebak, waarna we in hoog tempo met de hond door het Drentse landschap togen.

Tien zinnen per seconde. Dat werk. En we kwamen terug en er stonden hapjes. En er was een drankje. En er waren nóg meer verhalen. En dringend advies inzake werk. Want dáár is coach J. goed in en het zal niet de eerste keer zijn dat hij me met een welgemikte schop onder het achterste vooruit krijgt. Het werd half zes. Ik moest nu echt gaan, hoewel er nog zoveel te bespreken viel. Misschien voldoende voor een dikke trilogie.

Het wordt vervolgd.

Nero vond het prima, al dat geklets. Hij dook gewoon nóg een keer het water in....

Nero vond het prima, al dat geklets. Hij dook gewoon nóg een keer het water in….