Wilde plannen en woeste bacillen

Plannen maak ik op de meest vreemde momenten. Soms maak ik ze meer dan een jaar van tevoren. Soms bedenk ik een uur voor vertrek wat het wordt. En soms bedenk ik eind oktober dat ik vier maanden later naar Noorwegen ga. Naar Mara. Tegelijk met mij vormde vriendin C. hetzelfde plan.

En toen. Toen kon vriendin C. niet gaan. Urgente toestanden in de familie hadden de aandacht en zorg nodig van C. en haar eega, en ik snapte dat. Hoe leuk plannen ook zijn, als er iets tussenkomt, werp ik zelf het geplande ook zó in de prullenbak. First things first en Noorwegen blijft voorlopig wel op zijn plek liggen.

En toen. Toen hoefde ik nog maar een dagje of vier. Kop d’r veur en gáán. Euh. Ja. De dinsdag nog wel, al piepend en gierend. De woensdag ging er niks, of het moest de voorraad Hot Coldrex zijn. First things first, dacht ik. En Noorwegen blijft voorlopig wel op zijn plek liggen. Een liedje met tien kleine negertjes zeurde pesterig door mijn hoofd.

‘Smoorboontjes’, appte Chef. En rijst met sambal. Eenvoudig, maar goed binnen te houden. Zo zou ik de ziektekiemen er wel uitzweten. En drinken. Veel drinken. En mijn suffe griephoofd schudde kokend water op noedels, want naar rijst koken stond dat hoofd niet. Ik sneed gember, want daar krijg je het ook heet van en lepelde het laatste restje sambal uit het verpieterde potje Oelek in de koelkast.

Als Chef nu gezegd had dat ik thee van hooi moest trekken en crackers moest eten met zeewier en mosterd, had ik dat dan ook gedaan, dacht ik in de ijlende toestand waarin ik verkeerde. Ik gaf mezelf antwoord: ja, dat had ik vast en zeker ook gedaan. ‘Dociel’ is, in de nabijheid van sommige mensen, mijn vaste ‘middle name’.

Het werd donderdag. Het werd vrijdag. ‘s Avonds e-mailde ik snotterend de eigenaar van het appartement dat ik in Haugesund had gehuurd: wanneer ik van hem de toegangscode kreeg. Ik checkte vanmorgen hoestend in bij KLM.com, printte kuchend een treinkaartje uit. Er ging een extra pakje zakdoekjes in de handbagage, een stripje paracetamol voor de zekerheid en een warme, dikke sjaal. Extra sambal, die vind ik maandagochtend wel in dat kleine winkeltje in het centrum, met die chagrijnige caissière en die lekkere broodjes. Als je op tijd bent.

In plaats van kippensoep - noedelsoep met gember en sambal.

In plaats van kippensoep – noedelsoep met gember en sambal.

Kermit keer twee

Voor de kerstvakantie hadden de man en ik heel goed nagedacht. Het moest allemaal heel fijn worden, natuurlijk, maar er werden ook doelen gesteld. In de categorie ‘redden we waarschijnlijk niet, maar zou wel leuk zijn’ verzamelden zich doelen als ‘vier musea’, ‘zes boeken’ en ‘tien wandeltochten’. Meer voor de lol dan dat we er werkelijk naar zouden streven. In de categorie ‘zou wel heel prettig zijn’ zetten we het opruimen van de grote kast in de werkkamer, ‘een keertje naar de bioscoop’ en ‘tent kopen’.

'Hebben ze Kermit gevild?' vroeg D.

‘Hebben ze Kermit gevild?’ vroeg D.

Gisteren gingen we naar de film. Dat vinkje was gezet. Vandaag dan maar dat derde punt, want het opruimen van de kast was ook al gedaan. Op naar Roden, dus. Voor de zekerheid met de Twingo. De ‘boot’ vangt erg veel wind en die was er in overvloed, vandaag. Een ander voordeel aan de Twingo is dat hij je helpt bij het beheersen van impulsaankopen. Zoveel past er immers niet in.

Deze vonden we erg mooi, maar ik gokte dat de man na twee keer struikelen over de rand de tent in de fik zou steken.

Deze vonden we erg mooi, maar ik gokte dat de man na twee keer struikelen over de rand de tent in de fik zou steken.

We bekeken in eerste instantie alle tenten die we op internet al gevonden hadden. Maar ja. De een had een klapdeur (in een tent!!!) die me niet beviel en bovendien te onhandige stokken (en ik wil een tent graag in mijn eentje op kunnen zetten), en een andere tent had een dermate onhandig hoge instap, dat we er zelfs mèt opletten allebei over struikelden. Net als de mensen die ná ons kwamen. Dus. Het werd een heel ander ding.

Dit zijn geen tentjes, maar boterhamzakjes. Aldus R.

Dit zijn geen tentjes, maar boterhamzakjes. Aldus R.

En toen appte R. Iets over een aankoop van wandelschoenen. Dezelfde als D. Ze werden nu toch echt een behouden stel. En ze hadden rugzakken gekocht. Ook al hetzelfde. En ze waren nu helemaal klaar voor een weekendje met ons. Ik appte dat wij ook al aan vrijetijdsaankopen deden. Een tent. En ik appte een plaatje. D. vond ‘m wel erg groen. Van R. moest ik er voor hèn ook maar eentje meenemen. En een grondzeiltje mocht ook wel. Ik keek even naar mijn karretje. Ja, dat paste nog wel. Of er ook ‘ligdingen’ waren, vroeg R., maar dat vond ik met het overweldigende aanbod wat riskant.

‘Gezellig hè, zo samen winkelen?’ appte R., van de andere kant van het land. Ik appte terug dat het haast jammer was dat wij geen wandelschoenen nodig hadden, anders hadden zij die dan weer voor ons mee kunnen nemen. Al is het misschien wel bont genoeg, straks op het terrein van Buitenkunst met Pinksteren. Kermit keer twee, en dan vier paar dezelfde wandelschoenen: je kunt het ook een keer té gek maken.

Ik zeg: we hebben ons prima ingehouden.

Ik zeg: we hebben ons prima ingehouden.

Weekend van niks

Het afgelopen weekend zou weer bruisen van cultureel kunstzinnige activiteit. Op zaterdag zouden we gaan schilderen met drukinkt en goud en zilver, en op zondag zouden we dan naar Veenhuizen, om het Gevangenismuseum te bezoeken. De Museumkaart is, jawel, een aanschaf die we niet betreuren. Net zo min als de twee jaar geleden aangehaalde banden met R. en haar D.

Hoe je na 30 jaar ineens van oud-schoolgenoten vrienden kunt worden, dat is een verhaal op zich. Hoe je vijf weken geleden een weekend cultureel-kunstzinnig met elkaar optrok en nu dan weer ontzettend veel zin had om eenzelfde kunstje te herhalen, dat is alweer een verhaal apart. Maar. Vorige week e-mailde de kunstenares van de schilderworkshop dat het niets zou worden. Doktersvoorschrift. En ik wenste haar het allerbeste en beterschap, en met R. smeedde ik nieuwe plannen.

Een andere workshop? Zelf iets doen? Ja! Zelf iets doen! En we fantaseerden over samen tekenen en materialen uit ons beider knutselkast. En mijn zin werd nog weer groter. Vrienden die zich niet uit het veld laten slaan, die enthousiast raken over dezelfde soort wilde plannen als jij. Die in dezelfde richting denken, en jouw vuur met het hunne de sterren doet raken. Ja. Dat soort vrienden, daar moet je zuinig op zijn. En kei- en keihard van genieten.

Maar. Toen kwam de zaterdag. Na een woensdag die al niet heel lekker liep. Een donderdag met wattenhoofd en gapen. Een vrijdag waarop mijn gezicht zo zeer deed, dat ik het niet vreemd had gevonden als iemand me had verteld dat ik ‘s nachts ongemerkt door een indringer verschrikkelijk in elkaar was gebeukt. De blauwe plekken, echter, ontbraken.

Een nachtje slapen dan nog, dan zou het wel weer gaan, toch? Gewoon vroeg naar bed, en ik droomde al van papier en stiften en ecoline en Oost-Indische inkt. En eindeloos ouwehoeren. De grappen van D. De gespeelde (en soms minder gespeelde) verontwaardiging van R. De lol. De muziek in onze botten. (Denkt u daar maar over na.) Maar het ging dus niet op zaterdagochtend. Met schele ogen berichtte ik R. en D. van de ontstane ramp. Ik ging weer slapen en sliep de hele zaterdag lang, al snel gevolgd door de man, die na het boodschappen doen en een onmogelijk klusje aan zijn auto besloot dat zijn wattenhoofd ook in de revisie moest.

Het zou een weekend worden dat moest bruisen van de activiteit. Het werd een weekend waarin het enige wat bruiste de Hot Coldrex was. Er zit niks anders op. In her herkansingsweekendje zullen we dubbel moeten bruisen. Ik heb ergens het idee dat dat voor R. en D. geen probleem van belang gaat zijn.

We hadden nog net voldoende energie om zegeltjes te sorteren, maar zelfs dat hebben we niet gedaan - jongste was ons in een verveelde bui vóór...

We hadden nog net voldoende energie om zegeltjes te sorteren, maar zelfs dat hebben we niet gedaan – jongste was ons in een verveelde bui vóór…

Feestje op de zondagmiddag

We hadden een plan. Geen idee meer wat de precieze aanleiding was, of wanneer het was, maar: er moest iets van een concert komen. Een bedankje voor trouwe donateurs van ons enthousiast, maar piepklein koor. En als we dan toch bezig waren, dan konden er ook anderen komen. Hoe meer zielen, hoe meer…enfin.

Maanden later herinnerden we elkaar aan ons idee. Oh ja, het donateursconcert. Iets met liedjes, en dan moest er een poster en een advertentie. En een actie met pepernoten. Of banketstaven. Of allebei. Presenteren we nog hapjes in de pauze? Geen koffie of thee?

Ik begin er langzamerhand aan te wennen, aan de manier waarop Gospelgroep Marturia haar activiteiten organiseert. Heel veel ideeën zijn er, er is minstens net zo veel enthousiasme, maar de precieze uitwerking volgt nog net niet ná de activiteit zelf. Soms spiek ik voorzichtig richting dirigent: krijgt ze nu nog steeds geen punthoofd van ons?

Maar. We stonden er vanmiddag. Met zijn allen, of bijna toch. Alle posters opgehangen, de advertentie in het dorpskrantje, alle hapjes gemaakt en de liedjes…hoe zat het met de liedjes? Er moest ergens nog een liedje bij, en uit de lijst met keuzeliedjes mochten er nog twee verdwijnen. Hoeveel kostten de drankjes ook weer? Ergens was nog een koorlid intekenlijsten voor de banketstaven aan het printen.

De zenuwen hingen achter de stembanden. Het uur van de waarheid wel erg dichtbij. Hoeveel mensen zouden er komen? Tien? Twintig? Geen? De deur ging open. De eerste bezoekers zochten hun plek. Er kwamen meer luisteraars, en nog meer, en hoewel de kerk niet vol zat, werd het toch een fijne, gezellige boel.

We hielden onze praatjes. We declameerden stukken van een prachtig gedicht. We zongen, als koor, maar ook samen met het enthousiaste publiek. We lieten horen aan welk lied we op dit moment werkten en ja, dát was dan ook duidelijk te horen, hoe mooi het ook over een paar weken hopelijk zal zijn.

Het werd een fijn en informeel kijkje in de keuken van ons kleine koor. ‘Een vriendengroep’, zei de dirigent, nadat ze zelf, als slot, het verzoeknummer ‘You’ve got a friend’ aanvroeg. Af en toe, zoals dat bij vrienden gaat, dan is er wel eens wat, zo vertelde ze het publiek, maar dan wordt dat stevig uitgesproken, en zoals dat bij goede vrienden gaat, gaan we daarna weer verder.

En ik keek naar die vrienden, en ik bedacht dat ik het inmiddels blijkbaar vanzelfsprekend vond, terwijl het dat toch absoluut niet is. Dit zooitje ongeregeld, dat er simpelweg IS als er iets moet gebeuren. Dat het toch elke keer weer flikt. Dat elkaar waardeert, en op hun eigen, unieke manier van elkaar houdt.

En dat je als aangetrouwd lid van die vriendschap ook mag genieten, mocht ook de man ervaren, die op zijn Marturia’s, terecht, stevig toegesproken werd toen hij ook nog even kwam kijken. Precies op het moment dat de afwas gedaan werd en het gros van de mensen weer huiswaarts ging.

...en we gingen toch nog in een rechte lijn naar huis...

…en we gingen toch nog in een rechte lijn naar huis…

Buitenkunst met laagjes

Iedereen die tijdens het afgelopen pinksterweekend op dat ene groepskampeerterrein tussen Elp en Schoonloo bivakkeerde, zal het met me eens zijn: Buitenkunst Drenthe 2016 gaat de boeken in als een lang weekend met hindernissen. De eerste horde was de kou, waartegen overdag haast nog minder leek te doen dan ‘s nachts. Eenmaal in je slaapcabine was het niet zo moeilijk om slaapzak na deken na dekbed op elkaar te stapelen. Maar ja, loop daar overdag maar mee rond! (Niet dat er mensen waren die dat niet probeerden, overigens…)

De tweede horde was de regen. De verbinding met het internet is in de loop der jaren gelukkig verbeterd in de Drentse bossen, en zo werd buienradar.mobi regelmatig met bonzend hart geraadpleegd. ‘Over tien minuten een bui’, klonk het, en de piano werd met vereende krachten weer terug onder de bomen geduwd. Of we liepen daar zelf heen en de piano kreeg een zeil. Ik maakte er nieuwe vrienden, simpelweg doordat mijn paraplu zo weids was. Er passen met wat meten toch vier mensen onder.

Paraplu

Wordt het al droog?

Het was maar goed dat ik voor drie dagen zingen koos, want gitaarspelen of tekenen was me nooit gelukt. De kou kleurde mijn vingers wit en blauwgrijs; er was geen beweging in te krijgen. Dansen was leuk geweest, als een houten klaas, of bij het Ministry of Silly Walks. En toch. ‘Daar krijg je spijt van!’ zei coach J. afgelopen maandag, toen ik hem vertelde over het aanstaand kampeeravontuur. Maar spijt is het laatste wat ik had, en bovendien, zo denk ik eigenwijs, krijg je dát alleen van iets wat je níet doet, en kamperen deed ik wèl.

Vriend D. keurde het opgezette hotel goed...

Vriend D. keurde het opgezette hotel goed…

En ik zag vrienden, met wie het weer oeverloos ouwehoeren bleek. Ik trof oude bekenden en hun dochter, die elf jaar geleden mijn zoon daar het liefste vond (en omgekeerd). Elf jaar geleden! We spraken over nu en over de nieuwe relatie van de dochter, over nieuwe studies, over Pokon die hun zoon had gekregen en over onszelf en het plezier dat Buitenkunst ons gaf.

Ik noem het ‘buitenspelen voor volwassenen’, want iets anders dekt de lading niet, als iemand me vraagt wat Buitenkunst is. Ik rep over grenzen verleggen, maar alleen die hele leuke. Speelse technieken, waardoor je ineens een noot haalt die je eerder niet haalde. Boventonen, die je door resoneren via toiletdeuren en wastafels hervond. Ik zag ons tijdens die ene workshop door de ogen van een filmmaker: drie mannen met hun hoofd onder de kraan, heftig brommend van ‘Aaaaaaaaa….’ Twee vrouwen, zingend rondjes draaiend onder de uitgedrupte douche.

En ik besef dat ik het al helemaal niet meer over het weer heb. Helemaal niet over de kou. Ik realiseer me dat ‘we’ voor anderen de boeken ingaan als de bikkels, de helden van het pinksterweekend 2016. Maar voor onszelf zijn we zoals elk jaar de genieters van dat betere buitenspelen. Ergens in de bossen van diep en duister Drenthe. Zonder stroom. Zonder elektrische deken. Maar mèt een ontiegelijke hoeveelheid onbevroren lol.

Moeilijk kiezen...

Moeilijk kiezen…

De beer is los

Hoe we met elkaar in contact waren gekomen…ik moest er vanmiddag even flink het archief voor afstoffen. ‘Via je website!’ hielp de moeder van vriendin I. mij herinneren. Ohja. Moeder A. was via I. een keer op deze site terechtgekomen en ze was er meteen maar blijven hangen. Van een sitebezoek kwam een e-mailbezoek, en na die digitale ontmoetingen volgde vorig jaar een real life meeting, tot groots wederzijds genoegen.

We deden het vandaag over. I. en ik reden vanaf verschiĺlende bestemmingen naar Hengelo, waar ik nu dan ook vader H. zou ontmoeten. Hij vormde in zijn eentje een zwaaiend welkomstcomité met paraplu, bij het appartementencomplex dat ik -uiteraard- pas na een paar keer draaien, zoeken en bellen (met vader H.) kon vinden.

Zoals dat gaat met mensen uit het onderwijs, waartoe ook vader H. behoort, ging het gesprek al snel over de verwondering en verbijstering die je in die beroepsgroep dagelijks te verwerken krijgt. Daarnaast kregen kunst, literatuur en de liefde aandacht (en dat wat liefde lijkt, maar het misschien niet is.) Geloven, of juist niet, en waarin dan wel en waarom. Moeder A. toonde een dik bibliotheekboek van Knausgaard, waaruit massa’s markeringsbriefjes staken.’Nu moet ik het zelf wel kopen!’ En ik snapte dat.

We wandelden door de stad Hengelo, die veel te bieden heeft, maar dat op de slechtst mogelijke wijze etaleert. Fantastische architectuur tussen kale glazen etalages. Een pracht van een bibliotheek tussen grijze buren. Lekkere thee in een iets te hip café waar we geholpen werden door een iets te nurks wichtje in een iets te vies bloesje. ‘Misschien heeft ze wel een ingewikkelde soort psychologie gestudeerd en kan ze geen passende baan vinden,’ opperde vader H. Ik bedacht dat dat niet eens gek bedacht was.

We liepen langs een plein met kale, grijze tegels, waar de wind vrij spel had, net als de opgeschoten jeugd. Er stonden beren, met zilveren vis in de poten en dikke, blauwe druppelstenen aan de grond. ‘Leuk!’ vond ik. Vader H. viel voor het eerst die middag stil. Het bleek het eerste onderwerp te worden waarover we volstrekt geen overeenstemming zouden bereiken. Compromisloos waren de beren leuk of niet en dat was dat.

Ik moest er stiekem genietend enorm om lachen. Om die beren, om de discussie. Om de heerlijke dag met deze prachtige mensen, die ik zomaar cadeau kreeg.

‘De beer is los!’ concludeerde vader H.

Ik knikte. Ik zie ‘m met intens genoegen her en der een dansje doen.

Hengelo en water...Dat vonden we dan toch weer beide wat vreemd...

Hengelo en water…Dat vonden we dan toch weer beide wat vreemd…

Ondergronds

Tsja. Ik zou nu natuurlijk een heel epistel kunnen schrijven over het afgelopen warme weekendje Den Haag e.o. Ik zou het over de ‘vinklijst der vriendschap’ kunnen hebben, waarop vriendin R. en ik in ieder geval af konden vinken ‘NIET houden van ‘Hello’ van Adèle’ en ‘NIET willen rijden in rode auto’s’. Maar vriendschapsdingetjes blijven immer een particulier en niet te vatten ding. Vandaar dat ik er voor uwer gemak slechts één alinea aan wijd.

Nee. Dan de parkeergarage. Oeh! Ik ben GEK op parkeergarages. Hm. Nu ben ik vergeten om R. hierop te testen, maar mocht dát dan geen vinkje worden, soit. Ik geniet namelijk ook alleen héél erg van parkeergarages. De mooiste zijn die waarin je met je auto verdieping na verdieping als in een gigantische wokkel omhoogkruipt. Of omlaag. Die met weidse banen en piepende vloeren (jaha, ik weet wel dat de vloer niet piept, het zijn mijn banden….zucht).

Die van vorige week in Almelo, samen met collega H., was ook leuk. Ieniemienie-bochtjes en dikke drempels, een onbegrijpelijke kaartautomaat en een ingang die tevens uitgang bleek te zijn. Ik smulde ervan. Een wereld onder de wereld, waarin alles anders lijkt. En alles anders kan worden. Het ligt er maar net aan waarvoor je ergens parkeert. Je kunt er griezelen, maar ook zo heerlijk dromen.

De parkeergarage geeft mij, ook in vijf minuten, het gevoel op reis te zijn. Gewichtig parkeer ik in, behoedzaam stap ik uit. Waar zal ik nu eens heen? Als ik in Emmen in het diepe duik, is er naast die ondergrondse wereld nóg een droomwereld; uit de garage wandel je zo naar binnen bij de bieb. Een stukje verder is de wolwinkel. Ok, rechts de MediaMarkt, maar dat is het mooie van dromen: de ontkenning dat wat je liever niet ziet, bestaat.

Er klonken kerstliedjes in de parkeergarage. Het was tussen twee vergaderingen in. Nooit had ik even meer te wensen. Tot de volgende dag. Toen de bewoner van het Sinthuis, de buurman van de autoverzamelplaats, waarschijnlijk zijn groot ongenoegen had laten blijken. Mijn dromen wordt voorlopig dus nog even gestoord door Sinterklaas Kapoentje. Die niks gooit in mijn schoentje. Wat ik dan ook wel weer begrijp.

Weg kwijtraken? Niet mogelijk. In parkeergarage Westerstraat.

Weg kwijtraken? Niet mogelijk. In parkeergarage Westerstraat.