Overmeesterd

De eerste week van het nieuwe schooljaar is weer voorbij. Een week waarin ik heb kunnen zien dat mijn mentorklas een gezellig zooitje is dat vast en zeker gedurende het schooljaar voor een verrassing of wat zal zorgen. Het was een week waarin ik de zorgvuldig voorbereide lessen in de prullenbak kon gooien en fijn mocht improviseren, want de uitgeverij van ons lesmateriaal had zijn zaken nog niet voor elkaar.

Het was ook een week waarin gevierd werd dat het personeel het hele jaar weer met elkaar mocht optrekken. In en rond de vesting Bourtange vond een personeelsfeestje plaats, waarbij teamleider M. en ik al snel hadden besloten dat het uitermate relaxed was om vanuit een kayak, op kabbelend water, te filosoferen over het leven in het algemeen en het schoolleven in het bijzonder. Wat ook bijzonder was, was dat men er blijkbaar dacht dat vegetariërs geen geroosterde etenswaren blieven. Waar de omnivoren genoten van bruinverbrande worsten en spiezen van de barbecue, kregen collega B. en ik een bord vol sla, patat en iets onbestendigs in bladerdeeg. Prima binnen te houden, begrijp me niet verkeerd, maar toch. Bijzonder.

Oh ja. En dan was het ook de week waarin dat ene, nieuwe avontuur begon: de Master Educational Needs. Woensdag voorbereiden, gisteren en vandaag lessen, praatrondes en een heuse masterclass. Heel eerlijk: het duizelde me woensdag wel toen ik me door alle documenten, artikelen, boeken en filmpjes heen probeerde te worstelen. Maar vrijdag zaten we dan bij elkaar op de hogeschool in Zwolle: twaalf vrouwen, twee mannen en één coach. En toen veranderde dat gevoel in een engige euforie die ik normaliter alleen bij Buitenkunst voel.

Fucking hell, ik doe een Master!, dacht ik op een gegeven moment, en ik begon een beetje te zweven, terwijl ik mijn zakdoek zocht. Ik vroeg me ook af hoeveel masters ik in mijn leven nog zou kunnen doen, want het was toch wel erg leuk en, nou, euh…misschien dat ik voor nu dan die twee modules die ik alletwee geweldig vond ook tegelijk kon volgen en… Ja. Oké. Daar schoot ik een beetje door.

Maar toch. Vanmiddag gingen we lunchen met onze ‘klas’, na een fantastische ochtend waarin ik oud-collega I. tegen het lijf liep en ook collega M. van de buurlocatie. Beide doen ze dezelfde master als ik, maar dan met een andere afstudeerrichting. Wie weet wat we elkaar later nog te vertellen hebben. We luisterden met alle studenten samen naar een masterclass over miscommunicatie, waarbij veel gelachen werd en we leerden ook nog eventjes driestemmig een Beatle-liedje zingen.

En toen dus die door de hogeschool prima verzorgde lunch. Papieren zakjes met diverse broodjes. We gooiden de inhoud, die netjes verpakt was, op tafel bij elkaar. ‘Wil jij mijn broodje gezond?’ vroeg medestudent E. Ik knikte. Gaf haar mijn bruine broodje cervelaat. Ik keek links. Ik keek rechts. En ik zag dat het om te beginnen in ieder geval ongelooflijk goed was.
Yes we can!

Laat het feest beginnen!

Zes weken heb ik niet geschreven. Niet hier. Uiteraard heb ik menige statusupdate op Facebook volgekletst. Ook schreef ik af en toe (maar zeker niet vaker) een e-mail en oké, ik schreef ‘een reisverhaal over een stad die niet bestaat’, omdat dat nu eenmaal gebeurde tijdens een van de workshops die ik volgde bij Buitenkunst, ergens in de tweede helft van augustus. En verder…terwijl er honderdduizenden verhalen waren…schreef ik niets. Achteraf geen idee hoezo.

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017

Het algeheel vakantiegevoel in de zomer van 2017


De zomer van 2017 laat zich slecht in een paar woorden vangen. Vandaar wellicht deze wat ongewone blog, maar ik sta mezelf dat toe, alleen al omdat ik jarig ben vandaag. Maar daarover wellicht later meer. De woorden, dus. Ik zal er een paar proberen te vormen. Over die eerste week bijvoorbeeld, bij Anja en Jacqueline in de Auvergne. Daar waar ik een bijzonder mens hervond (Jacqueline) en een nieuw bijzonder mens erbij vond (Anja). Samen met hun dertienjarige zoon bezorgden ze ons een onvergetelijke vakantie vol verwennerij in een sprookjesachtige omgeving, waarin we al snel weinig anders dan ‘Oeh, wat mooi!’ en ‘Ach, wat fraai!’ riepen. Naast ‘Donders, wat is er weer heerlijk gekookt!’, vooruit.
Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin

Drie hele appels aan de Lidl-boom in de achtertuin


In deze vakantie bezochten we oudste in een awesome space in Utrecht, die ook echt ‘the awesome space’ heet. Ik nodig u van harte uit deze plek eens te googelen. Vervolgens was ik tijdens een weekje Buitenkunst in het bos bij Elp niet alleen bijzonder veel bezig met kunstige zaken als zingen, schrijven en schilderen, maar ik ontmoette er ook een bijzonder geschikte schoondochter. Als ik die praktijken nog toe mocht passen…maar gelukkig, gok ik, mag dat niet en kan ik alleen hopen dat de een de ander op mysterieuze wijze ontmoet en dat er dan…enfin, u heeft het beeld.
Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten

Daar waar je je afwasmiddel gerust mocht vergeten


We ontmoetten ook familie, en genoten daarvan. We raceten over een professioneel kartcircuit in de buurt en gedurende een enkel moment geloofde ik zelfs dat ik misschien dan ooit, met een beetje geluk, over all, niet als laatste zou eindigen. Zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Dromen moet je hebben.’
Vergane glorie in La Douce France

Vergane glorie in La Douce France


Er was veel zon, ik droeg vaak korte broeken. De laatste twee weken zwom ik iedere ochtend mijn gelukzalige baantjes, voor ik aan de rest van alweer een gelukzalige vakantiedag toekwam. Ik hoorde ontzettend veel gemopper over de slechte zomer van 2017, maar ik heb hem persoonlijk niet gezien. Het kàn aan Drenthe liggen. Ik zag wél vrienden, een goede Netflix-serie (Atypical) en ik las een ontiegelijke stapel boeken.
Relaaaaax...

Relaaaaax…


Niet zonder slag of stoot bestelde ik aan het eind van de vakantie de eerste boeken voor de komende studie. Eén boek moest volgens lijst 1 uit 2013 zijn. Een andere lijst noemde het jaar 2014. De officiële lijst noemde een beknopte versie. Dat was ‘m ook al niet. Een vertrouwd gevoel van ‘bezig zijn met studeren aan een hogeschool’ overviel me.

En vandaag was er dan de eerste werkdag en met bonzend hart ontving ik naast de vele felicitaties ook een lijstje met namen van mijn mentorklas. We bespraken het verloop van de eerste weken. Verdeelden taken. Maakten en nuttigden samen een lunch. Riepen rond één uur om het hardst:’Tot maandag!’

Omdat dán het feest echt weer zal beginnen. Van mij mag het. De slingers en ballonnen zitten sinds vanmorgen onder in mijn tas.

Als iedere seconde telt

Na de nakijkmarathon van vorige week (en die daarvoor) was het natuurlijk nog niet gedaan met de arbeid. Nadat vrijwel alle leerlingen hun laatste proefwerken hadden gemaakt en de cijfers daarvoor hadden ontvangen, begonnen de meeste docenten aan de eindsprint van het marathonseizoen 2016-2017.

Als mentor checkte en dubbelcheckte ik cijfers. Ik overlegde met collega’s over pakketkeuzes en zeer krappe zesjes, e-mailde ouders en voerde gesprek na gesprek, met wie er op dat moment de meeste haast had of simpelweg de grootste mond.

Als docent ruimde ik mijn kastje op – waardoor collega H. ineens heel zeker wist dat dat mijn kastje niet kon zijn, zo opgeruimd. Pff. Met dezelfde collega besprak ik het programma voor havo 2 en 3 voor volgend jaar. We hebben onze vileine grappenmachine eens goed geolied, want na een jaar waarin we bijna niet samenwerkten, gaan we volgend jaar weer volle kracht vooruit als de Siamese Tweeling Nederlands Havo Onderbouw (met hoofdletters, jazeker).

Met Chef en collega LOB onderzocht ik de mogelijkheden om een digitaal en veilig portfolio op te zetten, een paar collega’s schoven later weer aan om de mogelijkheden van Google Classroom te ontdekken, en toen was het nog niet klaar. En dat was nog steeds niet erg. Ik was nog steeds niet op. Er pruttelde nog immer wat benzine in de tank. Genoeg zelfs om gisteren nog even met het meest dwaze team van de school diep in Drenthe, èn met jongste, te gaan karten.

Het jaar is omgevlogen. En ja, ik had er genoeg in te doen. Maar nee, het heeft me niet genekt en ik denk dat ik alle anderen om me heen daar dankbaar voor mag zijn: mijn leerlingen, hun ouders, de vele fijne collega’s, teamleider M. en mijn eigenste bovenstebeste Chef. En dan al die andere mensen en omstandigheden nog, die ervoor zorgden dat ik afgelopen schooljaar niet alleen energie verbruikte, maar ook een wagonlading ontving.

Vooruit. Het ging wellicht wat ver om afgelopen week al jubelend tegen teamleider M. te roepen dat ik nu alweer zin had in volgend schooljaar. Hij pakte de telefoon en tikte, zijn blik ongerust op mij gericht, richting 112.

Ok. Ik roep niet meer. Ik zal alleen nog fluiten. Ontzettend gaan genieten van de vakantie.

En daarna volle vaart de volgende marathon weer in.

Jimmie heeft het hele jaar vakantie - dat verveelt zichtbaar!

Jimmie heeft het hele jaar vakantie – dat verveelt zichtbaar!

De schrik van de schoonmaakster

Voor wie het nog niet in de gaten had: we zijn in het noordelijke onderwijsland nu toch echt bezig met die beruchte laatste loodjes. De laatste lessen zijn geweest, de laatste leerling voor het laatste inhaalwerkje is in de kraag gevat, de laatste cijfers gaan zo spoedig mogelijk in het systeem.

Vanmiddag waren de collega’s Nederlands er nog keihard mee bezig. Rode pennetjes vlogen driftig over bezwete proefwerkblaadjes. Ieder zat in een andere hoek van de eerste en tweede verdieping. Anders hielden we elkaar toch maar van het werk.

Rond vier uur kwam de schoonmaakster bij mij binnen. Ze gooide de deur los en stond inenen stil. Wat ik daar nou toch op had staan? Ze luisterde, met open mond en grote, ronde ogen. ‘Houd je daar echt van?’ vroeg ze, terwijl ik de Stabat Mater wat zachter zette. Ik knikte, en moest vervolgens enorm hard lachen om het gezicht dat de schoonmaakster trok.

De telefoon ging. Het was de teamleider uit het kamertje ernaast. ‘Waar moest je om lachen?’ vroeg hij. Ik vertelde dat de schoonmaakster wat moeite had met mijn muziekkeuze, waarop er wederom duister gemopper boven dweil en poetsdoek uitsteeg. ‘Oké,’ sprak de teamleider en we hadden het nog even over de wonderen van Pergolesi en overige klassieken, voor hij ophing.

Nog één klas te gaan. Mijn schrijfhand was wat krampig. Het volumeknopje ging een beetje verder open en de sopranen zongen weer uit volle borst. De laatste vragen waren in zicht. Op de gang klonk gestommel. Oh nee. Collega W., met wie ik zo ontzettend graag een praatje maak, op ieder mogelijk moment. Ik zuchtte. Keek op. ‘Allemachtig, wat een kattengejank!’ riep W. en ze greep een tas en vertrok weer in de richting van waaruit ze gekomen was.

Ik hield mijn grijns maar amper binnenboord. De cijfers, die staan vandaag nog in Magister.

Nakijkhorror

Nakijkhorror

Een burger van de Lidl

De barbecue laat ik gewoonlijk links liggen. Het is het gedoe, misschien, en als flexi-veganist kijk je toch wat vreemd tegen al die lappen fikkend vlees aan. Maar toch. Het teamuitje van de mavolocatie behelst steevast het schroeien van producten op hete kolen. En dat uitje wil ik niet missen. Al helemaal niet omdat het bij collega E. in de tuin is. En bij E. is het donders goed toeven. Zeker als het om eten gaat. Ook van de barbecue.

‘Jouw eten staat hier, hoor!’ riep E. en ze wees met haar rechterhand naar het bord in haar linkerhand, voor ze het tussen de salades en het stokbrood zette, een eindje van het ‘echte beest’ vandaan. Ik stak mijn duim op. ‘Heb je er wel een bordje bij gedaan, ‘afbluuv’n’, grapte ik, en daar moesten we beiden om lachen. Ik pakte mijn sinas en toostte, ingeklemd door rosé en pijpjes bier uit de vrieskist. De stemming zat er vanaf de eerste minuut in.

Niet alleen het braadsel was voor mij apart aangeschaft, ook de slaatjes waren door E. met zorg zonder ham vervaardigd. Heerlijk. Net als het eerstje filetstukje, dat haast niet opviel tussen de spekken en de worsten, de spiezen en spareribs. Na een poosje kletsen en stokbroodjes eten was ik aan mijn tweede stukje vleesvervanger toe. Daadkrachtig hield ik de vleestang in de hand en greep naar….euh….?

‘Jongens, wie heeft er hier vegetarisch spul zitten peuzelen?’ Maar geen gezicht keek op. Ze hadden allemaal worst. Of spek. Een spies. Of rib. ‘Zo’n dingetje, maar dan aangebrand’, wees ik naar het bord waar nog één zo’n filetje naast een vegaburger lag. Collega T. sloeg de hand voor de mond. Huh? Dat was toch vlees? Nee? Echt niet? Nee. Maar het smaakte hem prima. Ik kneep mijn ogen samen, terwijl ik van binnen grijnsde en het andere lapje op de barbecue legde. Met de tang in de hand bewaakte ik dit zo gewenste onderdeel van mijn diner tot het klaar was. Voor mij.

En vol was ik. Die burger paste er niet meer bij. Nog wat fruit dan, en misschien wat salade, om de gaatjes wat af te vullen. Zo stond ik een half uurtje later bij de tafel vol heerlijkheden te dubben. En toen viel mijn oog op ‘mijn bord’. Daar làg eerst een burger op. ‘Zeg,’ begon ik, ‘ wie heeft zichzelf nú weer bedot?’ Maar niemand, nee, niemand, had vegetarisch getafeld. Echte mannen en zo meer. Stel je voor. ‘En dít dan?’ wees ik streng naar het lege bord.

‘Oh,’ deed de man van collega E. Hij had niks geks aan die hamburger gemerkt. Het smaakte best. ‘Ik dacht dat is er gewoon een van de Lidl.’ Hij haalde zijn schouders op, en ik haalde nog wat fruit. Dat is tenminste nog iets waar de mannen zich voorlopig nog niet in vergissen.

Koele kikkers

Tsja. Een ideale schooldag lijkt de dag na hemelvaart niet. Heel even dacht ik zelfs dat de school diep in Drenthe de enige school in Nederland was die het onzalige idee had gehad van deze vrijdag een schooldag te maken, maar dat bleek niet zo te zijn. In Den Haag was er ook zo’n school. Leerlingen daar waren zo ontevreden over de gemiste vrije dag, dat ze maar gingen staken. De stumpers.

Nee. Dan de Drenten. Natuurlijk hielden we ons hart een beetje vast. Collega H. sprak van ‘de goden verzoeken’ toen ik een proefwerk plande, en omdat hij er zo serieus bij keek, zag ik er uiteindelijk toch vanaf. Ik bedacht wat ik dán zou doen, want iets belangrijks uitleggen als de helft van de klas mist, leek me ook al niet handig.

Maar. Er misten maar een paar leerlingen. In mijn klassen niet meer dan normaal. Er werd wat gepuft en gehijgd. We mopperden even hartgrondig en diep over het lot dat ons trof. De verbrande schouders werden getoond, over te rode wangen werd gewreven. Eén heerschap voelde zich in het algemeen door de hitte wat wee. Ik haalde verse thee met twee klontjes suiker voor hem en we gingen van start met een betoog over vechtsporten en het nut daarvan.

Want dat was wat er gebeurde. Er was ‘gewoon’ les. Er was ‘gewoon’ gedoe met de telefoons. ‘Gewoon’ gezeur over huiswerk en niet begrepen taken. Er was de ‘gewone’ vrijdaglol, met net iets meer geduld dan op de andere dagen. Er werd ‘gewoon’, met alle roodverbrande neuzen van de zon op Hemelvaartsdag, vooruitgekeken naar het komende weekend.

En ik zat daartussenin een beetje suf te staren en te dirigeren. Ik had mijn sporttas thuis laten staan en ook het Chromebook stond thuis nog aan de lader. Juf deed zelf blijkbaar nog het meest ongewoon van allemaal. En bij dat ongewone paste dan weer perfect die klop op de deur. Twee dames uit mavo 3, met een ijsje voor de toch wel wat verhitte juf. Die op haar beurt mavo 1 beloofde binnenkort de les te beginnen met ijs voor de leerlingen.

Om de zaak niet op de valreep toch nog even over te laten koken, zeg maar.

IJs

Geluk zit in een taartje

En toen, aan het eind van de eerste week van deze vakantie, toen ik in ieder geval één rode pen had leeggeschreven op stapels combitoetsen en spelling-s.o.’s, stond er nog een bezoekje aan een bijzondere vorm van onderwijs op de agenda. Een vorm waar, zo bleek, je niet zo snel een rood pennetje kunt vinden. Ik vond er wel met potlood geschreven feedback (tips!) op een combi-werkstuk voor geschiedenis en Nederlands. Ik vond er veel spelletjes. Lego. Bollen wol en stapels creatieve projecten.

Maar. Voor ik op de zaak vooruitloop. Voor ik ga beschrijven hoe ik vanuit Aalden oostwaarts reed en toen langs paden kwam die namen droegen als ‘Tweederdeweg’ en ’24ste laan’. Hoe ik uiteraard, mèt navigatie aan, verkeerd wist te rijden, vooraleer ik kon parkeren bij de verkeerde boerderij, maar al wel op het goede erf. Naast konijntjes in hokjes, waar ik dan weer erg droevig van werd, maar zo deden ze het dus niet dáár.

Oh. Waar? Nou ja. Op ‘De Ontdekking’ in Nieuw Buinen dus. Google dat maar eens. Of like ze op Facebook. Onderwijs op zeer individueel niveau. In een omgeving waar vanmiddag ook een grootmoeder vroeg of ze hier kon komen leren. En ik snapte dat. De leerling die mij rondleidde, en die eerst ‘van mij’ was, maar nu ‘van hen’, snapte mij ook heel goed, toen ik zei dat ik er enthousiast van werd. Al dat materiaal, al die kansen. Al die keuzes.

En nee. Begrijp me goed. Zeg mij niet dat ‘het onderwijs’ het zo vreselijk fout doet. Ik zie zo veel goede dingen ontstaan op mijn heel gewone school. Ik zie bevlogen collega’s die er echt wat van willen maken. Ik zie veranderingen die me blij maken, ik zie het behouden van wat goed is. Ik zie het geworstel, want het gaat soms langzamer dan we willen, en soms gaat het net iets te snel. Maar ik houd van mijn werk, en ik ben dol op mijn school.

Maar. Niet iedere leerling redt het in dat reguliere onderwijs. Soms is er een ‘square peg’ en dat wil niet door een ’round hole’. Zo’n leerling wordt doodongelukkig. Heel stil. Komt niet waar ze heen wil, doet niet wat ze kan. En bij toeval komt zo’n leerling op deze bijzondere school terecht. En daar vertelt ze honderduit over alles wat ze er mág doen. Over alles wat ze leert. Dat ze die gewenste vervolgopleiding zeker weten gaat halen. En ohja. Ze bakt ook taarten.

Ik heb vanmiddag mogen proeven. Tot in mijn tenen heb ik genoten. Niet alleen van de lemon cheesecake met frambozen, maar vooral van dat stralende gezicht daarachter, dat iedere dag weer uitkijken kan naar wat er nu weer te leren is.

Jimmy weet zijn tempo altijd prima te vinden...

Jimmy weet zijn tempo altijd prima te vinden…