De alternatieve bedevaart

Het stond al een poosje in de agenda. Zeker een aantal weken op het whiteboard bij de deur. 10 december: Kevelaer. Een uitje dat een traditie geworden was. Driemaal met vroegere vriend S. Driemaal intussen alweer met de man. En ja, ik had er zin in. Weer struinen over de kerstmarkt. Minstens één kaarsje opsteken ter behoud van het internet en overige belangrijke zaken. Een nieuw kerststalletje. Een nieuw hangertje voor in het groen. En gewoon, heel gewoon, genieten van elkaar.

Maar de vrijdag kwam en ik durfde na het avondeten even te gaan liggen. De man had een rechtop zittende slaaphouding gevonden, en zo schrokken we een stief poosje later wakker met de televisie nog wat mompelend op de achtergrond. ‘Euh..’, zei ik. ‘Nou!’ zei de man. ‘Maar het is een traditie!’ ging hij verder. ‘Maar we zijn blijkbaar ook erg moe,’ zuchtte ik. ‘Maar het is het begin van de kerstperiode,’ zei de man. En ik knikte. Heel zachtjes en gapend. ‘Zondag is misschien niet alles open.’ Anders konden we dán nog gaan. ‘Mêh,’ deed ik en ik googelde nog wat op kerstmarktjes dichtbij en kerken die open konden. Want ja…

En het werd zaterdag, en we haden afgesproken dat we het die ochtend wel zouden zien. Wie weet, waren we dan wel helemaal fit en had minstens één van ons zin om de tweeënhalf uur naar het zuiden te chaufferen. Ik keek naar het kleine streepje licht onder het Velux-gordijn, terwijl de man naar de wekker greep. ‘Dat wordt dus geen Kevelaer.’ Het was al bijna half tien. En ik rekte me uit en we zetten koffie en wreven ons uitgebreid in de ogen. Waar gaan we dán heen? Het moet toch minstens over de grens.

En het werd Meppen. Een half uurtje rijden en echt Duitsland. Met een echte kerstmarkt en minstens één kerk die open kon. Een beetje onwennig, alsof we ongenode gasten waren op het verkeerde feest, liepen we het centrum in. Een geur van Glühwein, Nutella en versgebakken wafels pakte ons geleidelijk en stevig in. Ik stak mijn kaarsje op in een kerk die niet zo overweldigend pompeus was als alle kerken in Kevelaer dat zijn, maar hij was rustig, fijn en het glas-in-lood was evengoed een lust voor het oog.

We moesten even zoeken naar iets nieuws voor in het groen (nee, een boom hebben we niet, maar voldoende groen om vol te hangen), maar dat kwam vast omdat we heftig afgeleid werden door een expositie die niets met kerst te maken had. Het ging over Hundertwasser, een schilder waar de man ik steevast blij van worden, dus ook nu. We kwamen er maar met moeite weg. En toen nog even langs Müller, en even door de Kaufland, en ik vond een hanger van een rendier, maar geen stalletje, dus er kwam een schitterend alternatief.

Als je die stevig vastgeroeste kersttraditie om naar Kevelaer af te reizen tenslotte zó los weet te wrikken dat je er het hele weekend nog over zit te jubelen, dan kan die andere traditie, om elk jaar een stalletje te kopen, ook wel op de schop. En zeg eens eerlijk: tegen zo’n zoet sneeuwmannetje kunnen maar weinig stalletjes op.

Ik vind: hij staat er prima tussen!

Ik vind: hij staat er prima tussen!

Leave a Reply

Your email address will not be published.