Eftelingrijen en optionele bombeugels

Aan mijn vitamine C-inname kan het niet liggen. Op de fruitschaal lagen vanmorgen nog bananen, druiven, kiwi’s, een paar verdroogde mandarijnen. Slechts de mandarijntjes bleven achter. Oh ja. En een harde kiwi. Die is zelfs volgende week nog niet rijp. Nee, nee, voor u erover begint: ik weet dat de man en jongste ‘gewoon’ thuis zijn komende week, maar vers fruit is niet hun ding.

Awel. De man bracht mij naar Beilen, alwaar ik in een lege trein naar Zwolle reed. In Zwolle trof ik een pensionada uit Iran, die het nemen van de Intercity in plaats van de Sprinter vergeleek met het aannemen van de meest blonde kandidate voor het secretariaat: je kwam er niet precies mee tot waar je wilde komen en de kwaliteiten waren misschien ook niet afdoende, maar het proces was intussen wel een stuk aangenamer.

Ik kon niet anders dan in de lach schieten en het werd het begin van een lang en aangenaam gesprek tussen Zwolle en Amsterdam-Zuid. Ik leerde over Perzische achternamen, het lastige van Farsi en van Nederlands, over het barre leven in de U.S., waar hij 30 jaar leefde, maar zijn pensioen maakte hij liever op in Nederland. We bespraken de voordelen van internet en de geneugtes van onze digi-loze jeugd. ‘Zei je nou dat je naar Noorwegen ging?’ vroeg een magere jongeman met dikke dreads, toen de oude man de trein verlaten had. ‘Jup,’ zei ik en de jongen zuchtte diep. Hij ging naar saai Den Haag. Kon hij maar in mijn koffer kruipen.

Hoe stil werd het op Schiphol. In lange rijen zigzagden we richting beveiliging. Als je niet beter wist, zou je denken dat je in de rij voor de Python stond. Oh wacht. Hier werd niet gerookt. Ik moest mijn jas uitdoen, mijn vest, mijn schoenen. Mijn ‘liquids’ uit de tas. Of die bloedmooie, exotische dame me mocht fouilleren. En ik dacht: kan ik ‘nee’ zeggen dan? Ze begon doortastend aan haar taak. Zo doortastend dat ik vermoedde dat je nog geen tientje in je Tena Lady zou kunnen verstoppen voor haar. Ook niet in je bh, trouwens. Terwijl ze mijn Prima Donna voor de tweede keer aan beide zijden omvatte, probeerde ik de neiging te onderdrukken om op te merken dat dáár inderdaad heel wat in mee kon.

Ik bleef voor me uitstaren en hield mijn adem in. Gelukkig was ze net op tijd klaar, voor ik ècht aan de zuurstof moest.

Yes. Mijn paarse hutkoffer en ik, wij zijn 'door'.

Yes. Mijn paarse hutkoffer en ik, wij zijn ‘door’.

Leave a Reply

Your email address will not be published.