Geloof, hoop en ladingen kaarsjes

Ik raak de tel een beetje kwijt. Was het nu de vijfde, of de zesde keer, dat ik in het gezelschap van een heerschap op bedevaart ging naar Kevelaer? Zeker als je steeds dezelfde kerken, kapellen en kathedralen bezoekt, gaat het op den duur wat duizelen. Gelukkig blog ik, en doe ik aan Facebook, dus herinneringen die verhalen zijn geworden, kun je terughalen. Het was de zesde keer.

Drie keer met S., drie keer met de man. Volgens mij inmiddels ook drie keer met omwegen, en drie keer ‘in ene keer raak’. Zo ook gisteren. Ik had op vrijdag al goed de kaart bestudeerd, en alle wegnummers opgeschreven. Het zou me toch potdomme niet nóg een keer overkomen dat ik bij Duisburg moest keren. ‘Dat bord met afslag Kevelaer, dat stond er vorig jaar nog niet!’ mopperde de man. Maar ik knikte zachtjes van wèl, en deed de richtingaanwijzer aan.

We parkeerden de auto op de Antwerpener Platz, een plek die ik intussen wel dromen kan. Het bleek er kouder, in Duitsland, dan gedacht, dus we doken de eerste de beste Stube in. ‘Hey, hier was ik eerder,’ zei ik. Ik was de naam van het restaurantje vergeten, waar S. ooit alle stemmen deed verstommen. Ik ben ‘m nu ook weer vergeten. Zo niet de heerlijke wafel. Zo niet die aardige ober, met die net iets te harde stem en die enorme buik, waarmee hij zich behendig tussen de tafels schoof.

Ik stak een kaarsje op, en later nog een, en ik dacht aan de enorme pracht en praal in de basiliek. Hoeveel handen daaraan gewerkt hebben, hoeveel geld er in is gestoken en of dat dan beter besteed had kunnen worden. Of niet. Ik dacht aan het symbool van het kruis, dat voor zoveel mensen een symbool is van oorlogen, van verdrukking en verdriet. Ik bedacht dat het ook voor compassie kon staan. Voor het bedenken dat het altijd nog anders kan, ook al gaat het zo vaak mis.

Ik bedacht dat er zo verschrikkelijk veel schijnheiligheid bestaat in de wereld. Maar ook nog zo veel hoop. En ik bedacht dat al die kaarsjes die daar brandden, niet brandden omdat iemand daar iets lelijks mee wenst. En ik bedacht dat er aan alles een donkere kant zit, ook aan mij. Maar ik wil blijven hopen en geloven dat die andere kant steeds wint. Al is het maar een beetje. Omdat er zonder hoop en zonder geloof in het goede, bitter weinig nog te dragen valt.

In 2012 at ik in dit tentje ook al zo'n heerlijke wafel. Toen kreeg ik er een aanzoek bij. Nu niet, maar dat komt omdat ik al 'ja' had gezegd, natuurlijk...

In 2012 at ik in dit tentje ook al zo’n heerlijke wafel. Toen kreeg ik er een aanzoek bij. Nu niet, maar dat komt omdat ik al ‘ja’ had gezegd, natuurlijk…

Leave a Reply

Your email address will not be published.