La Douce France

Il était une fois…oh wacht. Er was eens. Er was eens een meisje dat gèk was op de Franse taal. Ze was gèk op Franse chansons, en gèk, tja, ook op haar docent Frans. Wat het misschien een soort van ‘kip-ei-verhaal’ maakt. Soit. Ooit zou ze ook docent Frans worden. In Frankrijk wonen. Een Fransoos trouwen. N’importe quoi. Als het maar ‘français’ was.

Het meisje ontmoette een Amsterdamse jongeman, met een Franse auto en warme gevoelens voor Michel Fugain. Het werd une belle histoire. Ze reisden ooit spontaan af naar Mers – le Tréport, aten een visje in Boulogne sur Mer, en schuimden weer iets later de Parijse straten af, op zoek naar des aventures. Het begin van vele andere avonturen.

Geen een van die andere avonturen echter, was nog Frans en na die eerste tripjes gingen ze eigenlijk nooit meer naar het buitenland. Hun oudste zoon werd bijna 13 toen er eindelijk weer eens gesproken werd over verre vakanties. Gek genoeg werd het geen Frankrijk, maar een land in een heel andere richting: Denemarken. Het werd een onverwacht en groot succes, dat vele malen herhaald werd. Zelfs de oudste zoon, die een blauwe maandag op weg was om docent Frans te worden, koos op meerdere momenten voor een melancholisch verblijf niet La Douce France, maar toch: West-Jutland.

En toen kwam de vriendin, die ook al naar het noorden ging, en dan voor eeuwig, en dan nog verder: ze emigreerde naar Noorwegen. Daar moesten we dan natuurlijk ook regelmatig heen. Frankrijk, dat werd een verbleekte, warme herinnering. Een stapeltje oude foto’s in een schoenendoos. Ohja. Iets van toen, dat af en toe nog maar jeukte. Ik ging er nog één keertje heen met jongste. Zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog leidde ons naar Le Nord. De Pas de Calais. De Côte d’Opale. We hadden er in 2013 met zijn tweeën een bon tour. Daar bleef het bij.

Maar toen vond de tweelingzus van mijn eerste vriendje mij via Facebook, en ik bekeek haar profiel. Ze woonde met haar vrouw en kind in Frankrijk, in de Auvergne, en ontving gasten in een auberge. ‘Laat eens zien!’ zei de man en er borrelde iets in zijn stem. Ik zei: ‘Leuk, hè?’ en hij knikte en swipete en hij wilde niet vólgend jaar, maar nú. En ik sprak van de geplande vakanties al, en zijn weekje met scouting, maar de Franse bacillen hadden hem volledig te pakken. Hij toonde plaatsjes waar hij ooit was geweest met zijn ouders. Tuurde opnieuw verlangend naar de plaatjes van de auberge van J. en A. En ik appte J. En er was nog een kamer vrij. En ergens was er vast nog een routekaart. En diep in mij ontwaakte die ene grote liefde, die niets méér had gedaan dan geduldig liggen wachten.

Onmiskenbaar Frans...onmiskenbaar lang, lang geleden...

Onmiskenbaar Frans…onmiskenbaar lang, lang geleden…

2 thoughts on “La Douce France

Leave a Reply

Your email address will not be published.