Zeeuws Meisje komt terug van vakantie

Vroeger kwam ik al weleens in Drenthe. Zo ging ik bijvoorbeeld met vrienden naar het Noorder Dierenpark in Emmen, ik bezocht met de kinderen speelparadijs Ballorig in Assen en ik kampeerde regelmatig op fijne natuurkampeerterreinen verspreid over deze prachtige provincie. Daarnaast wandelde ik er regelmatig samen met de man, waarbij we veelal startten vanuit een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten of het Drents Landschap. Ik bedacht steevast: áls ik nog eens verhuis, zal het naar Drenthe zijn. De afloop is inmiddels bekend.

Maar ja. Dan wóón je dus in Drenthe. Waar moet je dán heen op vakantie? De man spreekt nog immer van ‘ons vakantiehuis’ in ‘ons vakantiedorp’. Iedere dag, als hij vanuit andere provinciën de grens naar Drenthe weer passeert, voelt hij de spieren ontspannen. De eerste jaren kwamen we dus niet veel verder dan Rundumhausen en Hintergarten. Poezen, konijnen en vissen bij de hand, de bakker en de Coöp, de Aalder Stroom en De Palms dichtbij.

Het is inmiddels drie jaar verder. We hoeven nog steeds niet weg om een vakantiegevoel te vinden. Toch weten we dat er elders op de wereld ook nog fijne uitzichten zijn. Bovendien schijnt het goed voor de mens te zijn: er even uit. De zinnen verzetten en je horizon verbreden. Dus ja. We gaan intussen toch maar weer eens over de grens op vakantie.

Dit jaar bevindt de bestemming zich ergens in het zuiden van Frankrijk, en dan een stukje naar rechts. Een oude bekende runt er een herberg waar het goed toeven is. De natuur is er overweldigend mooi en het stikt er van de oude kastelen, kronkelende riviertjes en overige heerlijkheden. We tuffen er een heerlijk stukje over een idyllisch spoorlijntje, en we tikken op een authentiek rommelmarktje een oogverblindend mooi souvenirtje op de kop.

En na een weekje kijken we elkaar aan en besluiten we gezamenlijk dat het mooi is geweest. Het wordt weer tijd voor ommetjes rond het eigen dorp, een broodje halen bij Landal, een ijsje bij de Mepperdennen. Eindeloos turen naar de horizon, vanaf een bruggetje in de buurt. We moeten hoognodig weten of de ooievaars er nog zijn, en of de ijsvogel nog over het water scheert. ‘Dat is toch wel het mooiste,’ mijmert de man, ‘dat je na zo’n verre vakantie hier weer bijkomen kan. In ons eeuwige vakantiedorp, op het allermooiste plekje ter wereld: ons Drentse thuis.’