Oude liefde roest niet

‘Jij raadt echt nooit waar ik vandaag geweest ben’, zei ik gisterenavond tegen de man. Hij had zijn tas nog niet neergezet en deed dat nu met een bedachtzaam gebaar. ‘Euh…’ begon hij. ‘Echt niet.’ Ik deed mijn armen over elkaar en keek hem uitdagend aan. Het was ergens waar ik al zeker drie jaar niet meer geweest was. Misschien iets langer. Zeker wist ik het niet meer.

De man fronste zijn wenkbrauwen en wreef met zijn wijsvinger over zijn bovenlip. Ik weet dat hij een vergelijking met Wicky de Viking niet op prijs stelt, dus ik was zo wijs dit niet uit te spreken, maar ik moest er wel aan denken. ‘Nee..’ zei de man toen. ‘Het zal niet bij S. zijn, toch?’ en ik liet van verbazing mijn kin op de keukenvloer zakken. Ohmy. Dat is inderdaad óók al weer zo lang geleden.

Maar nee. Ik was niet bij oud-collega S. geweest. Ik vrees dat die gebrouilleerdheid duurt tot de dag dat Pinksteren en Pasen op één dag vallen, en anders wel tot Sint Juttemis, en ik heb daar intussen vrede mee. Nee. Het was iets anders. Maar hoe ik ook hintte en prikte, de man kwam maar niet op het juiste idee. ‘Ik was’, sprak ik langzaam en onheilspellend, ‘op de…sportschool!’ ‘Oh!’ zei de man. En toen bleef het even stil.

En intussen heb ik mezelf een abonnement aangesmeerd en kan ik dus bijna wanneer ik maar wil aan de gewichten hangen. En ja, ik heb er de kriebels weer van in mijn buik. En nee, ik durf niet met zekerheid te zeggen dat ik er deze keer NIET 10 kilo van aankom. Maar sommige risico’s zijn het waard om genomen te worden. Binnen het kader van de oude liefde dan.

Ook sportief...

Ook sportief…

Leave a Reply

Your email address will not be published.