Tot op de vierkante kilometer

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik het navigatievermogen van een dode duif bezit. Kevelaer via Duisburg, Dwingeloo via Beilen, Oude Willem via eindeloze vlakten sprookjesbos en heide; been there, done that. Het is om meerdere redenen handig dat ik meestal op tijd vertrek en het ook niet erg vind af en toe iets anders dan gepland te zien. Zo kwamen jongste en ik ooit eens in Andres terecht, terwijl we in Anders moesten zijn (of omgekeerd, daar wil ik vanaf zijn), maar daar vonden we wèl weer een interessant kerkhofje en kerkje. Dus.

Iedereen die mij iets beter dan een beetje kent, denkt daarentegen waarschijnlijk tóch dat ik het duistere dorpje Drijber en omgeving als mijn broekzak…euh. Nee. Gek genoeg niet. Pas tijdens de allerlaatste logeerpartij in het pand van vroegere vriend S., begon me op te vallen dat de plek waar hij woont, méér is dan de Hullen en dorpshuis ‘t Kaampie. Ik ontdekte er iets van bos, en heide, en vennetjes, en oerossen, en, en, en…

En ik ging er nog wat vaker heen, door het Mantingerveld, dat ik nu volledig mijn obsessieve liefde heb verklaard, langs de kanalen en door dat ruige, bruinrood met geelgroene landschap. Ik liep er rond en kon er met mijn pet niet bij, dat ik dit, èn dat, nooit eerder zag. En nóg was het niet genoeg. En nóg verdwaalde ik er. Ik liep er afgelopen week twee dorpsommetjes en méér, en werd wederom verrast.

Ik liep een straat uit, naar links, naar rechts, en toen stond ik met mijn neus aan de VAM-berg, mijn voeten nog net niet in het Oude Diep. Zo dichtbij? In mijn gedachten moest ik nog een kilometer of zes verder. Altijd omgefietst. Lag ‘t Kaampie echt net buiten die bocht? Nooit op gelet, blijkbaar, al die keren dat ik er kwam. Buiten het dorp bleek een pingo-ruïne te liggen en ik zag dat het daar over een paar weken een lupineparadijs moet zijn. Mijn tunnelvisie bracht me eerder nooit daarheen.

Het is het cliché dat weer zo waar is. Dat je daar, waar je zo vertrouwd bent, misschien het minste ziet en de omgeving het slechtste kent. En dat is iets wat mij dus aan dat wandelen zet, dat ontdekken op een steenworp afstand, en nog dichterbij. Ik moest er altijd een beetje om lachen, om de opmerking van S., dat hij nooit op vakantie hoefde. Dat moest ik nu weer, toen ik langs het prachtige plekje kwam waar hij nog steeds bivakkeert. Simpelweg omdat ik het, nu ik hier ook woon, meer dan ten volle begrijp. Naast het feit dat mijn navigatievermogen evengoed in coma blijft, maar daarover een andere keer maar weer…

Nee. Die natte schoenen kwamen niet door dít water...al had dat met mijn verregaande onhandigheid natuurlijk prima gekund...

Nee. Die natte schoenen kwamen niet door dít water…al had dat met mijn verregaande onhandigheid natuurlijk prima gekund…

(“Maar je komt in de zomer wèl naar Noorwegen!” riep vriendin Mara uit. Maar ja. Da’s geen vakantie, hè…da’s gewoon omdat ik haar anders veel te weinig zie….)

2 thoughts on “Tot op de vierkante kilometer

Leave a Reply

Your email address will not be published.